Inlichtingendiensten VS: twijfel over bewijzen chemische aanval Assad

Het bewijsmateriaal dat de Amerikaanse regering zegt te hebben dat de Syrische president Bashar Assad achter de aanval met chemische wapens zat, vorige week woensdag in Damascus, is lang niet zo eenduidig als het lijkt. Dat zeggen medewerkers van de Amerikaanse inlichtingendiensten. Zo is onduidelijk wie de controle heeft over de opslagplaatsen van chemische wapens in Syrië en of Assad zelf wel opdracht geeft gegeven tot de aanval.

Leden van het VN-inspectieteam in Damascus, op een beeld dat door een burger werd gemaakt. Beeld ap

In een rapport opgesteld door het kantoor van de hoogste baas binnen de Amerikaans inlichtingendiensten worden talloze voorbehouden gemaakt.

Zo zijn de Amerikaanse inlichtingendiensten niet in staat om precies aan te geven waar het Syrische regime chemische wapens heeft opgeslagen. Dat betekent dat bij een eventuele Amerikaanse raketaanval op Syrië opslagplaatsen van chemische wapens geraakt kunnen worden waardoor, per ongeluk, een nieuwe, mogelijk dodelijke, dosis chemische stoffen vrij zou komen.

In het afgelopen half jaar zijn de Amerikanen en hun bondgenoten ook het zicht kwijtgeraakt op wie nu precies de chemische wapenvoorraden in Syrië controleert. Er zijn wel beelden van spionagesatellieten waarop te zien is dat Syrische legertrucks naar opslagplaatsen toerijden en spullen weghalen. Maar waar dat was en waar die spullen naar toe zijn gegaan, is onduidelijk. Verder staat niet vast dat het Syrische leger alles heeft kunnen weghalen voordat opstandelingen een gebied in handen kregen.

Syrische vluchtelingen in de Libanese stad Faour. Beeld AP

Het onderschepte telefoongesprek tussen Syrische militairen waarin zij een aanval met chemische wapens bespraken, blijkt te zijn gevoerd door twee officieren van lage rang. Er is geen link te leggen met iemand in Assads directe omgeving of een hooggeplaatste legercommandant. De Amerikaanse inlichtingendiensten zijn er niet zo zeker van dat de aanval met chemische wapens is uitgevoerd op bevel van Assad. Ze zijn er zelfs niet zeker van dat het Syrische leger er achter zat.

De VS hebben maar enkele honderden medewerkers van inlichtingendiensten, inclusief het leger, op de zaak-Syrië zitten. De CIA en het ministerie van defensie beweren dat zij niet meer mensen en gelden vrij kunnen maken. Dat is er ook de oorzaak van dat het rapport van de inlichtingendiensten over Syrië is vertraagd.
De onzekerheid bij de inlichtingendiensten steekt schril af bij de stellige verklaringen van president Barack Obama, vicepresident Joe Biden en minister van buitenlandse zaken John Kerry. President Obama zei woensdagavond in een tv-interview: 'Wij hebben geconcludeerd dat de Syrische regering achter de aanval zat.'

Een VN-voertuig in Damascus. Beeld REUTERS

Marie Harf, woordvoerster van Kerry, zei woensdag dat het eigenlijk niet uitmaakt of de regering-Assad alle details kende over de aanval. 'President Assad is uiteindelijk verantwoordelijk, ongeacht de vraag waar het bevel werd gegeven en wie de controle had.'

De Britse minister van buitenlandse zaken William Hague wees de suggestie dat de opstandelingen in Syrië achter de aanval zaten woensdag af. 'Er is geen bewijs dat enige oppositiegroep in Syrië de mogelijkheden heeft, laat staan de wil, om een zo grote aanval met chemische wapensuit te voeren.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden