Inkt in mijn lichaam

Paul Austers nieuwe roman Man in het duister paart de gruwelijkheden van de oorlog aan het verdriet en de wanhoop van het individu....

Ik heb nog nooit zo snel een boek geschreven, zegt Paul Auster. ‘In drieënhalve maand. Meestal schrijf ik traag en bedachtzaam, maar nu stond ik in brand. Man in het duister heeft twee jaar in mijn hoofd gesluimerd. En toen floepte het eruit. Ik schreef als een bezetene, alsof het me gedicteerd werd. Het is eigenlijk een antwoord op mijn vorige boek: Reis door het scriptorium. Het eerste boek speelt zich af in een dag, het tweede in een nacht. Het is een tweeluik. In beide is de setting een kamer en zijn de hoofdpersonen oude mannen.’

Paul Auster is in Amsterdam om zijn jongste boek aan de Nederlandse lezers te presenteren. We zitten in de bibliotheek van het Ambassadehotel aan de Herengracht. De deur moet open blijven, zegt Auster met een verontschuldigend lachje. Hij wijst naar zijn sigarendoosje. Als hij rookt in de besloten bibliotheek gaat het brandalarm af. En dat is hem vanochtend al een keer overkomen.

In de aangrenzende kamer zit zijn vrouw en collega-schrijver Siri Hustvedt te e-mailen. Ze beantwoordt ook mailtjes voor haar man, want Paul Auster mailt nooit. Dat geeft niet, verzekert hij. ‘Wat je niet kent, mis je niet.’ Hij communiceert sowieso niet graag. Zijn agent onderhoudt het contact met de lezers.

Een computer gebruikt hij ook niet. Schrijven is een fysiek proces, hij schrijft met potlood of vulpen. Hij kan niet denken met zijn handen op een toetsenbord. ‘De pen wordt een verlengstuk van mijn lichaam, zelfs de inkt lijkt uit mijn lijf te komen.’

Man in het duister vertelt het verhaal van August Brill, een oude man, die de slaap niet kan vatten omdat hij overweldigd wordt door nare herinneringen. Om de ellendige werkelijkheid te ontvluchten, begint hij te fantaseren en zo ontstaat de geschiedenis van Owen Brick, een man die wakker wordt in een kuil en niet weet waar hij is. Hij blijkt korporaal te zijn in een Amerika waar de historie sinds 2000 een andere wending heeft gekregen. De aanslag op de Twin Towers heeft nooit plaatsgevonden en de Verenigde Staten zijn verwikkeld in een burgeroorlog.

Brill is herstellende van een auto-ongeluk en logeert bij zijn dochter Miriam, die vijf jaar geleden is gescheiden. Zijn kleindochter Katya, student aan de filmacademie in New York, slaapt onder hetzelfde dak. Ook alleen, net als haar moeder en grootvader.

En net als hij wordt ze gekweld door het verleden. De precieze aard van haar trauma ontdekken we pas aan het eind van het boek, maar vanaf de eerste alinea weten we dat ze lijdt aan een gebroken hart.

Man in het duister ontvouwt zich in één nacht. In het hoofd van August Brill, maar ook in gesprekken met zijn kleindochter en in de films die ze bekijken om de tijd te doden. De twee verhaallijnen ontmoeten elkaar halverwege het boek als August Brill zelf een personage wordt in zijn eigen fantasie. Zo bevinden we ons in een echte Auster-roman, waarin fictie en werkelijkheid zijn verstrengeld.

Een terugkerend thema in uw boeken is dat er niet één wereld bestaat. Elke geest creëert zijn eigen werkelijkheid. Waar komt die gedachte vandaan?

‘Toen ik negentien was las ik voor het eerst over Giordano Bruno, een Italiaanse filosoof die in 1600 stierf. Ik vind hem een van de interessantste figuren uit de geschiedenis. Bruno (die overigens voorkomt in Man in het duister, evenals in Het spinsel van de eenzaamheid) eindigde op de brandstapel, door de Inquisitie verdacht van ketterij. Hij redeneerde dat als de macht van God oneindig is, er oneindig veel werelden moeten zijn.

‘Dat zette me aan het denken. Toen ik twintig was schreef ik twee zinnen die mijn visie op de wereld illustreren. Die zinnen gelden nog steeds. Ze luiden als volgt: De wereld is in mijn hoofd. Punt. Mijn lichaam is in de wereld. Punt. Dat is waar, toch? We ervaren de wereld door onze waarneming, we dragen de wereld in ons. Maar op hetzelfde moment omringt de wereld óns. Het is niet eens een paradox, het is de aard van de werkelijkheid. De wereld speelt zich af in het hoofd van August Brill, maar buiten draait de dwaze wereld door.’

Man in het duister is een netwerk van verhalen. U vertelt over de gruwelijkheden van de oorlog in Irak, over het huwelijk, over vrouwen die alleen zijn, over wanhoop en verlies. Welk thema is voor u het belangrijkste?

‘Ze zijn me allemaal even lief. Ik zie het boek als een muzikale compositie. Een verhaal met contrapunten, met verschillende thema’s die op elkaar jagen. August Brill in bed, peinzend over zijn huwelijk, Katya die het verlies van haar geliefde probeert te verwerken. Er is eigenlijk maar één verhaal in het boek dat echt is gebeurd en dat ik heel graag wilde vertellen. Betty, de oudere zus van August Brill, is in werkelijkheid mijn moeder; haar tweede man, Gil, is mijn stiefvader. Hij stierf vrij jong, toen hij 55 was, ik hield heel veel van hem. Gil was stapel op mijn moeder. Hij verstopte in de linnenkast, tussen haar slipjes en bh’s, briefjes waarop geschreven stond dat ze de meest fantastische vrouw was die hij kende. Toen mijn stiefvader stierf was mijn moeder gesloopt. ’

Uw hoofdpersonen hebben traumatische ervaringen beleefd. Uiteindelijk praten ze erover. Wat wilt u daarmee duidelijk maken?

‘Zes jaar geleden heb ik een ernstig ongeluk gehad. Ik zat met mijn vrouw, zoon, dochter en de hond in de auto toen iemand op ons inreed. Siri werd daarna vier nachten achter elkaar schreeuwend wakker; ze beleefde het ongeluk, opnieuw. Dat is posttraumatische stress, het is een ervaring buiten de taal; we hebben er geen vocabulaire voor. Dat komt doordat traumatische ervaringen in een ander, primitiever deel van de hersenen worden opgeslagen dan normale herinneringen.

‘Katya helpt haar grootvader zijn trauma te verwerken met beelden uit films. De films introduceren de intimiteit in het boek. Zoals de laatste scène uit de film Tokyo Story, waarin een oude man zijn schoondochter bedankt voor wat ze voor hem en zijn vrouw betekent. Tokyo Story is een klassieker, een van de tien beste films die ooit zijn gemaakt. Ik zag die film in 1993, toen ik in Tokio was. Hij werd vertoond in een enorme zaal waar wel drieduizend mensen in konden. Toen de film was afgelopen, keek ik om me heen en werkelijk iedereen huilde. Ik begrijp nog steeds niet hoe regisseur Ozu dat doet, die emotie overbrengen.’

U schrijft behalve romans ook filmscripts, zoals Smoke. Wat is het verschil tussen de taal van films en de taal van boeken?

‘August Brill heeft een ambivalente houding ten opzichte van films. Als je een boek leest, moet je je actief opstellen, zegt hij op een gegeven moment, maar een film kun je passief over je heen laten komen. Sommige films zijn net zo goed als boeken, net zo goed als de beste boeken. Maar een boek lezen is een intiemere ervaring. Je schept je eigen beelden.

‘Het schrijfproces van een film is anders. Ben je wel eens op de set van een film geweest? Alles speelt zich af binnen een kader. Als je buiten dat kader bent, kom je in een andere wereld, waarin mensen rondrennen, bellen, met camera’s in de weer zijn. Een filmscript is een tweedimensionale rechthoek.

‘Een roman schrijven is een driedimensionale ervaring, het is tastbaar, je kunt proeven, ruiken, voelen. Ik weet hoe Sonya, de overleden vrouw van Brill, eruitziet, ik zie hoe ze loopt, hoe ze zingt. Als je een boek schrijft, verbeeld je de werkelijkheid, maar als je een film maakt, verbeeld je de film.’

Man in het duister lijkt met alle ingenieus verweven verhalen een vooraf geconstrueerd bouwwerk. Is dat zo?

‘Al mijn boeken schrijf ik zin voor zin. Ik heb geen schema. Als ik de verhalen afzonderlijk zou schrijven, zou ik wat missen. Het gaat om de toon en om de cumulatie van gebeurtenissen. Ik ben ongelofelijk alert als ik aan het schrijven ben. Alles wordt belangrijk, alles wat ik meemaak kan in het boek terechtkomen. Als je waar gebeurde verhalen introduceert in een roman, worden ze vanzelf onderdeel van de fictie. (Hij aarzelt en formuleert langzaam.) Ik begin met het gevoel van de vorm, met een paar ideeën.

‘Het idee van de man in de kuil was er eerst, later werd August Brill geboren. Ik wist niet hoe het zou aflopen. In het laatste deel neemt het boek een wending, als het verhaal van de man in de kuil is gestopt en als grootvader en kleindochter in bed met elkaar praten. Ik kan niet rationeel verklaren waarom ik dat zo heb gedaan, maar ik voel dat het goed is.’

Een dag later treedt Paul Auster op in een afgeladen Duif, een kerk in Amsterdam. Als zijn doorrookte stem de openingszin uitspreekt, gaat er een rilling door het publiek. Een uur lang hangen zijn lezers aan zijn lippen.

Na afloop loop ik naar het podium, om Man in het duister te laten signeren. Auster kijkt naar het boek, dan naar mij, zonder blijk van herkenning. Ik heb u gisteren geïnterviewd. Weet u nog? In de bibliotheek. O ja, natuurlijk, mompelt hij. For Suzanne, schrijft hij. Paul Auster.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden