Inhoudelijke en artistieke armoe in ‘Dirty Dancing’

Dirty Dancing..

Patrick van den Hanenberg

utrecht Je zou er je vijand nog niet naar toe willen sturen, maar kennelijk wordt er toch door mensen met hun volle verstand betaald voor een verblijf in een Holiday Resort, inclusief georganiseerd vermaak als hoefijzerwerpen, trefbal en dansles. De Amerikaanse schrijfster Eleanor Bergstein heeft met haar ouders in de jaren zestig de zomers doorgebracht in zo’n vakantieclub. Op latere leeftijd schreef zij haar herinneringen van zich af in het script voor de film Dirty Dancing: lief wereldverbeterend meisje ontmoet ruige dansjongen die in het hotel werkt, vader van het meisje wil dat niet hebben, maar beseft later dat die ruige jongen een klein hartje heeft.

Onbelangrijk verhaal. Het gaat om het dansen, en dat gebeurt op hoog niveau in de film uit 1987 met Patrick Swayze en Jennifer Grey. Bijna twintig jaar later is er door Bergstein een theatermusical van gemaakt, die in Australië van start ging en nu het Beatrix Theater heeft bereikt als open-eindopvolger van The Wiz.

De mannelijke hoofdrol zit gebeiteld. Martin van Bentem heeft ook al in de Hamburgse Dirty Dancing de rol van stoere dansleraar gespeeld. Wat kan die gozer dansen. Zijn ervaring in Saturday Night Fever (in Nederland en Duitsland) en de Broadwayshow Latin Fusion betaalt zich nu uit. Ook de andere leden van de danscast houden het hoofd goed boven water.

Natuurlijk, in Dirty Dancing staat de dans voorop, maar het is een musical, en daar komt meer bij kijken. Dan begint de ellende. De uit het niets opgedoken Jette Carolijn van den Berg, als het naïeve meisje Baby dat naar de zin van het leven zoekt, is een innemende theaterverschijning, met een prettig feelgoodgezicht. Maar een briljant actrice is zij zeker niet en een geweldige danseres – zo blijkt uit het knallende slotnummer The Time Of My Life – evenmin.

Wat verder omlaag in de rolrangorde is het helemaal om te janken met de acteerprestaties. De een probeert nog kinderlijker en onbeholpener te spelen dan de ander. Zelfs een ervaren kracht als Maarten Wansink wordt meegezogen naar het toontje van het jochie dat een moederdaggedicht opzegt. En het helpt ook niet dat vertaler Laurens Spoor geen gouden hand heeft gehad bij deze klus. De eerste de beste snertsoap is Shakespeare vergeleken bij deze onbenullige zinnetjes op het niveau van: ‘Ik ben bang.’ ‘Maak je maar geen zorgen, het komt allemaal goed.’

Het barst van de overbodige scènes van een paar zinnen en domme flauwiteiten en iedereen rent maar nerveus heen en weer. En dan die kleine geschiedenislesjes over rassendiscriminatie, Vietnam en Cuba op het niveau van groep 4, die erin zijn gewurmd om duidelijk te maken dat we in de roerige jaren zestig zitten. Wat een artistieke en inhoudelijke armoe. Er is niets mis met vederlicht amusement, maar pretendeer dan niet dat je ook nog iets wezenlijks te vertellen hebt. Pas als je de onbedoelde humor ervan gaat inzien en je overgeeft aan de originele nummers van de hitparade uit de jaren zestig – in deze musical wordt niet al te veel live gezongen – is deze voorstelling uit te zitten.

De decortechniek is wonderlijk. Het is prachtig hoe het verliefde tweetal in het water en het korenveld met elkaar spartelt, en hoe het decor in een mum van tijd van hotelzaal naar zwembad of bosweg transformeert. Maar ook al steekt deze productie technisch geweldig in elkaar, ze gooit de ontwikkeling van de musical zeker drie decennia terug.

Patrick van den Hanenberg

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden