Inhaalrace in een droomwereld

Marciano Vink heeft nog niet uit zijn carrière gehaald wat erin zat. Blessures hebben hem parten gespeeld. Op zijn 31ste is hij neergestreken in Kaapstad, bij de dependance van Ajax....

HET IS maar goed dat Leo Beenhakker het niet ziet. In de prachtige kantine - wat heet kantine: ontvangstzaal - van het al even fraaie nieuwe trainingscomplex Ikamva (De Toekomst, maar dan in de Xhosa-taal) van Ajax Kaapstad zit de jeugd rond het middaguur aan de maaltijd. Gretig worden borden vol bleke aardappelschijfjes naar binnen geschoven, met een flinke klodder ketchup erbij.

Voor Marciano Vink geen patat. Een koeldrank - zo heet een blikje fris in Kaapstad - bestelt hij, als de ochtendtraining erop zit. Buiten is het warm, een mooie Zuid-Afrikaanse lentedag.

De Kaapse Toekomst moet het trainingscomplex zijn met het mooiste panorama ter wereld: het riante terras boven de kleedkamers biedt een indrukwekkend uitzicht op de massieve Tafelberg. De berg kijkt goedmoedig neer op de trainingsvelden, waar een jeugdelftal met lome bewegingen een competitiewedstrijd afwerkt. Langs de zijlijn, in de schaduw van het clubterras, weg van de felle zon, zitten vaders en moeders naar de verrichtingen van hun kroost te kijken.

'Mooi hè', merkt de Ajacied Vink op. 'Ik ben verliefd geworden op Kaapstad. Het leven hier is geweldig.'

Bijna een half jaar geleden kwam Vink in Kaapstad aan, en hij heeft er naar zijn zin. Met zijn vriendin Suzan woont hij in een appartement in Fresnaye, een van de mooiste wijken van de stad, onderdeel van de miljonairsgordel van Kaapstad. Uitzicht op het stukje Atlantische Oceaan dat Tafelbaai heet, het strand is bijna op loopafstand, net als uitstekende restaurants, winkels en uitgaansgelegenheden.

'Ik leef hier in een droomwereld', beseft hij. 'Net dat verhaal van Peter Pan - niet werkelijk, zoveel luxe, en tegelijk vlakbij zoveel armoede'. Want hemelsbreed een paar kilometer verder, aan de andere kant van de Tafelberg, ligt het andere gezicht van Kaapstad. Mitchells Plain, Khayelitsha, Nyanga, Bonteheuwel, Eersterivier, de townships, de sloppenwijken waar je niet voor je lol komt.

Laatst nog waren ze er met het eerste elftal naar toe gereden, in de Ajax-bus, voor een promotie-evenement. 'Die mensen daar hebben het niet best, maar als je bij ze komt hebben ze wel een big smile op hun gezicht, dat is ongelofelijk.' En ze kunnen relativeren. 'In andere delen van Afrika is het nog veel erger, zeggen ze zelf'.

Relativeren, dat is iets wat Marciano Vink zelf ook heel aardig heeft geleerd in zijn wonderlijke voetbalcarrière. 'Ik heb een tijd gehad dat ik behoorlijk afstand kon nemen van het voetbal', verklaart hij met een lichte zucht.

Ga maar na. Als zeventienjarige jongen uit Weesp debuteerde hij in De Meer in het eerste van Ajax, tegen Sparta. Al in de vierde minuut scoorde hij. Met zijn sierlijke tred en zijn rushes deed hij denken aan Ruud Gullit of Frank Rijkaard. Onder Leo Beenhakker werd hij op 18-jarige leeftijd de vaste libero van Ajax 1. Hij speelde twee keer in Oranje, en vertrok voor vijf jaar naar het Italiaanse Genoa.

En daar begon de malaise eigenlijk.

Spierblessures, de één na de ander, omdat hij zich als wisselspeler te veel forceerde als hij een keer het veld in mocht. Genoa had te veel goede buitenlanders - Skuhravy, Petrescu, Detari, Van 't Schip en Vink. Er mochten er maar drie spelen, in die tijd. Dus toen PSV belangstelling toonde, hoefde hij niet lang na te denken.

Maar ook in Eindhoven sloeg het blessureleed toe. Vink kwam maar weinig aan spelen toe. In '97, tegen RKC, nadat hij eerst mooi had gescoord met een stiftbal, liep hij een zodanig zware blessure op dat hij zelfs arbeidsongeschikt dreigde te raken. Maar na een lange revalidatie leek er toch een nieuwe kans voor hem te komen op de Herdgang. Trainer Dick Advocaat wist hoe veel waarde een fitte Vink voor zijn elftal kon hebben. Het mocht niet zo zijn. Hij zakte af naar ADO Den Haag, daarna werd het uitlopen bij de amateurs van SV Lelystad.

Dus toen Rob McDonald, die net trainer was geworden in Kaapstad, begin 2001 het aanbod deed naar Zuid-Afrika te komen, was de keuze niet moeilijk. Marciano Vink is op 31-jarige leeftijd terug bij Ajax, de club waar hij in 1993 met gemengde gevoelens - hij vond het destijds geboden salaris beledigend laag - vertrok. Niet bij Ajax 1, maar bij filiaal Kaap de Goede Hoop, twee jaar geleden door het moederbedrijf in Amsterdam gesticht als gehoopte broedplaats van goedkoop talent.

Vink werd meteen tot aanvoerder verheven in een team van vooral jongens van 17 tot 20 jaar. 'Ze konden mijn ervaring gebruiken', klinkt het laconiek. Zijn rol werd vrije man op het middenveld, spelbepaler, aanjager, rustbrenger, mentor van het jonge volk. Maar, alsof de duivel er mee speelde, weer dook het blessurespook op.

'Het was hectisch', verklaart hij. 'Aanvoerder is hier een positie die veel aanzien heeft. Dan moet je spelen, ook als je niet helemaal fit bent'. Trainer MacDonald besloot hem rust te geven. Hij haalde zelfs een andere speler uit Nederland, Geert Brusselers (ex-NAC), voor zijn positie.

'Zodat ik rustig aan mijn comeback kan werken. Anders kun je er donder op zeggen dat er weer blessures komen'.

Pech voor Vink, en het zit Ajax Kaapstad toch al niet mee. De club, die met de krijgshaftige bijnaam 'Urban Warriors' door het leven gaat, heeft in zijn korte bestaan weliswaar een mooie reputatie verworven als reuzendoder - het toptrio in Zuid-Afrika, Kaizer Chiefs, Orlando Pirates en Mamelodi Sundowns, alle drie uit Johannesburg en omgeving, slaagt er tot dusverre zelden in de nieuwkomer uit Kaapstad te verslaan - maar als het om het kleinere werk gaat falen de Ajacieden regelmatig opvallend.

'Zelfgenoegzaamheid', constateert Ian Williams van het lokale voetbalblad Kick Off. Veel jongens in het team tonen te weinig ambitie, te weinig discipline: winnen of verliezen, ze verdienen toch wel goed vergeleken met hun vrienden in de arme wijken waar ze vandaan komen. Zo komt het dat Ajax nu op een magere zesde plaats staat in de Zuid-Afrikaanse eredivisie en onlangs uit de bekercompetitie werd gewipt, nota bene door zijn Kaapse rivaal Santos.

'We spelen bij vlagen prachtig voetbal', oordeelt Vink. 'Maar er zijn ook momenten dat je denkt 'Hallo, wat zijn we aan het doen'.

V

OLGENS Williams is Vink precies de ervaren speler die de ploeg nodig heeft om op een hoger niveau te komen. 'Marciano is zeer professioneel. Hij is hier duidelijk niet op vakantie'. Ajax stuurde altijd 'ezels' uit Amsterdam, aldus de lokale Ajax-watcher, maar Vink en Brusselers zijn andere koek. Zeer betrokken, allebei.

'Ik heb Vink bijna zien janken, na weer een stomme nederlaag, terwijl de meeste andere jongens vrolijk aan het kakelen waren. Hij probeert een voorbeeld te zijn, maar de vraag is of de rest zijn voorbeeld wil volgen. Hij kan briljant spelen, de zaak controleren. Hij kan het verschil maken tussen een goede en een slechte wedstrijd, mits hij blessurevrij is.'

Wat dat betreft bracht de afgelopen week eindelijk goed nieuws. Vink speelde weer, voor het eerst in bijna twee maanden. De tegenstander was bescheiden: hekkensluiter Hellenic. Maar hij droeg wel bij aan de winst. Bekeken uithaal vanaf de rand van het strafschopgebied: 1-0.

'Een heel lekker gevoel, een superontlading', recenseert de aanvoerder zijn eerste doelpunt in Afrika.

Nog minimaal vijf jaar spelen, zei hij vier jaar geleden. Wat zijn nu de plannen? De honger naar het gras blijkt niet gestild. Integendeel: 'Ik wil nog zeker vier jaar spelen, tot m'n 35ste, als het kan. De drie jaar die verloren zijn gegaan door blessures wil ik heel graag inhalen.'

'Eerst hier het seizoen afmaken, en dan kijken hoe het loopt'. Misschien nog een jaar bijtekenen, als het kan hogerop. 'Ik heb nog de kracht. Misschien is er een enkel klein klachtje meer, maar mijn lichaam voelt heel goed, en daar ben ik blij om.'

Marciano Vink zou een goede trainer kunnen worden, zegt Ian Williams. Hij schetst een toekomstplaatje: eerst ervaring opdoen als assistent in Kaapstad, dan doorgroeien. Hoofdcoach in de Kaap, een functie in Amsterdam. 'Interessante optie', reageert de aangesprokene. 'Als ik die kant op kan, lijkt het me mooi. Maar mijn hoofd is nu nog helemaal bij mijn rol als voetballer.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden