Infuus voor conservatieve sport

Wat dit weekeinde nog de World Cup-finale heet, draagt over twaalf maanden het stempel van een officieel wereldkampioenschap afstanden. 'Het schaatsen ontgroeit de kinderschoenen', zegt daarom Henk Kraaijenhof....

MET DE finales om de World Cup beleeft het schaatsseizoen vandaag en morgen in het Vikingskipet van Hamar de traditionele afsluiting van de winter. Tien jaar geleden plaatste de International Skating Union het gelijknamige circuit op de kalender in de hoop de schaatsers meer competitie te garanderen.

De World Cup bleef echter een ondergeschoven kindje vanwege de grotere status van de bestaande Europese en wereldkampioenschappen allround. In de beginjaren maakten daarom slechts de B-rijders hun opwachting in het wereldbekercircuit. De World Cup kreeg pas meer cachet na verhoging van het prijzengeld.

Het oorspronkelijke doel, meer aandacht voor de specialisten - liever gezegd de niet-allrounders - werd desondanks nooit bereikt. Wie slechts één afstand behoorlijk onder de knie heeft, telt in de wereld van koning Ritsma (nog) niet mee.

Volgens Henk Kraaijenhof is dat het kenmerk van een conservatieve sport. 'Stel je voor dat we in de atletiek zeggen: we doen alleen nog maar aan een meerkamp en schrappen de afzonderlijke titels voor de 100 meter, de 1500 meter, de vijf en de tien kilometer. Dan kan 95 procent van de atleten wel stoppen, omdat ze voor de meeste onderdelen onvoldoende aanleg hebben.'

Er schiet de atletiek-coach nog een aardige vergelijking te binnen. 'Zou het zwemmen een grote sport zijn als je er alleen maar wereldkampioen allround mee zou kunnen worden?'

Om te voorkomen dat het langebaanschaatsen na het jaar 2000 verwordt tot het fierljeppen van de internationale sportwereld, besloot de ISU het zwem- en atletiekvoorbeeld te volgen. Volgend jaar maart is het Vikingschip het decor voor de eerste wereldkampioenschappen afstanden in het schaatsen.

'Tien jaar te laat', erkent ISU-vice-president Gerd Zimmermann, zelf in de jaren zestig en begin jaren zeventig een verdienstelijk allrounder. 'De vierkamp is mijn grote liefde, maar je kunt je afvragen of het nog wel van deze tijd is.'

Die vraag beantwoorden twee hot-shots van de Internationale Schaatsbond off the record met een resoluut nee. Een van hen vindt dat het EK-allround van het programma afgevoerd had moeten worden ten faveure van de wereldkampioenschappen afstanden. 'Daarmee hadden we aan kunnen geven dat we een andere kant op willen. Nu proberen we iets nieuws, maar zijn tegelijkertijd bang om het oude los te laten.

'Het WK-afstanden halverwege maart, crazy, dan zijn schaatsers al moe van alle voorgaande wedstrijden. Het had in februari gemoeten, het WK-allround in januari en het EK gecanceled.'

Maar zoveel revolutie staat Zimmermann niet toe binnen zijn bond. 'Het EK heeft een lange traditie. Als je iets nieuws begint, wil dat nog niet zeggen dat het oude slecht is. Traditie moet je koesteren.'

Met de aanstaande première van de WK-afstanden is het tij volgens Ab Krook niet meer te keren. 'Uiteindelijk zullen die afstandskampioenschappen belangrijker worden dan de allroundtoernooien. Dat is een internationaal beeld, daar kan geen traditie tegenop.'

Gelet op de huidige stand van zaken kunnen de mondiale afstandskampioenschappen in de ogen van Krook zelfs als een levensreddend infuus voor het langebaanschaatsen worden aangemerkt. 'Hoeveel echte allrounders zijn er nu eigenlijk? Drie à vier Nederlanders en dat is het wel zo'n beetje. Als we nog een paar jaar zo doorgaan wordt het wel een heel klein wereldje.

'De Canadezen, Amerikanen, Koreanen en Polen die nu meedoen, zijn eenlingen. Op een of twee afstanden kunnen ze aardig mee, maar als allrounder horen ze bij de middenmoot. Voor hen wordt de sport interessanter als ze zich op die ene favoriete afstand kunnen toeleggen, in de wetenschap dat er elk jaar een wereldtitel op dat favoriete nummer is te vergeven.

'In elk land wordt een wereldtitel door het Nationaal Olympisch Comité beloond met een premie. Stel dat Marshall (Canadees) of Radke (Polen) wereldkampioen zou worden op één afstand, wat niet ondenkbaar is, dan zal dat zeker andere schaatsers in die landen stimuleren. Schaatsen zal nooit een hele grote sport worden, maar die WK-afstanden kunnen uiteindelijk wel tot een verbreding van de sport leiden.'

Wie naar de presentielijsten kijkt van de wereldkampioenschappen allround in de laatste vijf jaar, telt ruim dertig namen. Kanslozen in de vierkamp tegen Ritsma en Zandstra, maar vaak op één enkele afstand wel getalenteerd. Zie Neal Marshall, Canadees en dit weekeinde met Ritsma strijdend om het predidaat 'beste 1500 meterrijder ter wereld'.

In vergelijkbare situaties bevinden zich Kjell Strelid en Adne Sndral (Noorwegen), Andrei Anufrijenko (Rusland), Hiroyuki Noake, Takahiro Nozaki en Toshihiko Itokawa (Japan), Rene Taubenrauch (Duitsland), Roberto Sighel (Italië) en Jaromir Radke (Polen).

'Een goeie allrounder zal ik waarschijnlijk nooit worden. Dus kan ik beter al mijn energie in de vijf en tien kilometer steken, dat is mijn kans om ooit wereldkampioen te worden', zegt Strelid. Ook Nederlanders putten inspiratie uit de nieuwe mondiale titelstrijd. Bart Veldkamp: 'Als die WK-afstanden er niet gekomen waren, was ik waarschijnlijk gestopt.'

De naderende WK-afstanden indachtig alsmede de wetenschap dat de Olympische Spelen zelden het succes brachten dat van Nederland-schaatsland verwacht mocht worden, reppen rijders en trainers al geruime tijd van de noodzaak van specialisatie. 'Het lijkt me dat we daar niet meer omheen kunnen', zegt Jan Augustinus, als lid van de Commissie Kernploegen wakend over het wel en wee van de nationale schaatstoppers.

Komende woensdag stelt de Commissie in de jaarlijkse seizoenevaluatie een concept op, dat ook in de komende tien jaar Nederlands schaatssucces moet garanderen.

Voorgesteld zal worden de mannenploeg op te splitsen in twee teams, een voor sprinters en middenafstand-rijders en een groep van allrounders en stayers. In meerdere opzichten een must, volgens Augustinus. 'Nu zaten er negen mensen in een ploeg. Dat is geen werken voor een coach. Zes man is het maximum.'

0

IJ de vrouwen blijft alles bij het oude. Carla Zijlstra geldt als enige specialiste in de selectie en zij heeft reeds te kennen gegeven zich in de huidige opzet happy te voelen.

Met uitzondering van Bart Veldkamp kunnen alle mannen uit de kernploeg aangemerkt worden als 1500 meter-experts. Maar omdat de meesten van hen vooralsnog prioriteit geven aan het traditionele allrounden heeft bij slechts twee kernploegleden - Schreuder en Veldkamp - de specialisatie-drift toegeslagen. Eerstgenoemde verkiest de middenlange afstand, de ander wil zijn talenten als stayer ontplooien.

Veldkamp vraagt zich af of zijn collega's in de toekomst zijn voorbeeld niet moeten volgen. 'We moeten onderkennen dat in de rest van de wereld meer waarde wordt gehecht aan een wereldtitel per afstand. Daar vindt op termijn de internationale competitie plaats. Ik ben Nederlander dus ik vind een allroundtitel ook schitterend, maar we moeten wel beseffen dat wij de enigen zijn die zo denken.'

Geen frustrerende sprintjes meer voor de Hagenaar daarom in de komende jaren. Veldkamp gaat rondjes draaien, veel en vaak.

Gericht trainen, toch?

Veldkamp: 'Nou, er verandert niet zoveel hoor. Ik zal de 1500 meter bijvoorbeeld nog wel blijven rijden, om mijn basissnelheid hoog te houden. Ik ga geen starts meer maken, minder accelereren en wat langere duurblokken maken, maar dat is het wel.'

En dat heet specialiseren?

Wereldkampioen allround Rintje Ritsma: 'Specialiseren is een mooi woord, maar ik vraag me af of het wel zoveel zin heeft. Kijk naar Sndral. Die legde zich vorig seizoen helemaal toe op de 1500 meter. Nou, hij heeft nog nooit zo'n slecht jaar gehad.'

Adne Sndral: 'Je kunt je wel op een afstand richten, dat denk ik nog steeds, maar ik legde mezelf te veel druk op. Een jaar voor de Spelen besloot ik te specialiseren en vanaf dat moment wist ik: die ene dag is het alles of niets. Misschien moet je een aantal jaren van te voren besluiten te specialiseren. Dan kun je fysiek en mentaal op die ene race voorbereiden.'

Ab Krook: 'Het kan natuurlijk wel. André Hoffmann was drie jaar voor de Olympische Spelen van 1988 al met de 1500 meter bezig. Toch een nummer waarop toen ook al veel concurrentie bestond: Flaim, Hadschieff, Goeljajev, Boucher, niet de minsten. Maar Hoffmann won en die tijd (1.52,06) heeft zes jaar gestaan als wereldrecord. Dat zegt toch iets over het nut van specialisatie.'

Kjell Strelid: 'Ik weet niet hoe ik het precies moet aanpakken, maar bij Olympiatoppen (Noors trainingsinstituut in Oslo, red.) zijn ze momenteel al bezig uit te zoeken wat het beste is.'

Svein Havard Sletten, de Noorse bondscoach: 'Natuurlijk kan je iemand heel specifiek voor een afstand trainen. Daar hebben we ook wel ideeën over, maar concreet weten we nog maar weinig. Ik denk dat we te rade zullen moeten gaan bij andere takken van sport. De atletiek, maar ook het wielrennen. Die Italianen zijn toch zo goed?! Naar wat ik begrepen heb trainen ze niet eens zo buitengewoon veel kilometers, maar wel heel intensief. En toch kunnen ze dik tweehonderd kilometer in een hoog tempo rijden. Dat is interessant.'

Krook: 'Kennis van buitenaf is altijd welkom, maar we moeten onszelf niet onderschatten. De Nederlandse schaatstrainer staat qua wetenschappelijke kennis op een heel hoog niveau.'

Henk Kraaijenhof: 'Schaatstrainers hebben in hun trainingsaanpak altijd de middenweg moeten kiezen. Wat goed is voor de middenafstand, kan een negatief effect hebben voor de lange afstanden en omgekeerd. Hebben schaatstrainers sowieso wel nagedacht over hoe je een sporter heel specifiek voor één bepaald nummer moet trainen? Er ligt nog een enorm terrein braak.'

Vijftien jaar geleden stuurde Eric Heiden de schaatssport een nieuw tijdperk in. Zijn trainingsijver en talent, gecombineerd met de onorthodoxe aanpak van trainster Dianne Holum maakten de Amerikaan op alle fronten onklopbaar: Heiden was gelijkertijd 's werelds beste sprinter en 's wereld beste allrounder. 'Zo'n fenomeen is nu ondenkbaar', stelt Ab Krook.

Sinds Heidens regeerperiode zijn sprint en allround dusdanig ontwikkeld, dat wederzijdse inmenging niet meer mogelijk is.

In de atletiek is de evolutie reeds een paar stappen verder. Kraaijenhof: 'Een type als Koss, die zowel de 1500 meter, de vijf kilometer als de tien kilometer wint, is in vrijwel elke andere sport onmogelijk. Genieën blijven natuurlijk altijd bestaan. Maar winnen zoals hij, met zo'n overmacht, dat geeft aan dat het schaatsen nog lang niet aan het eind van z'n mogelijkheden zit.'

Daar kan Krook een eind in meegaan. 'Eigenlijk had ik het in Hamar al voor onmogelijk gehouden dat iemand drie afstanden zou winnen.' Over vijf à tien jaar is dat zeker het geval, denkt hij. 'De 1500 meter en de vijf kilometer winnen, dat zou nog kunnen. Maar de 1500 en de tien kilometer, dat zal niet gaan, daarvoor wordt het te specifiek.'

Wat volgens hem niet betekent dat schaatsen ooit zo gespecialiseerd zal worden als atletiek. 'Daarvoor is het een te kleine sport. In de atletiek is de top veel breder. Zonder talent kom je daar niet bij de besten. In het schaatsen kun je met minder talent en veel inzet toch bij de top komen.'

Leo Visser is in de ogen van Krook een treffend voorbeeld. 'Op de vijf kilometer een uitzonderlijk talent, maar op de 1500 meter een doorsnee-schaatser. In verband met z'n werk en door tijdgebrek kwam die afstand hem met het oog op de Olympische Spelen van 1992 echter beter uit. Door twee jaar lang heel consciëntieus te trainen werd hij op de 1500 meter zelfs een van de besten. Derde op de Olympische Spelen en het had goud kunnen zijn. Dat zou in een andere tak van sport niet mogelijk zijn.

Krook is nieuwsgierig naar de grenzen op de sprintnummers, krijgt meer en meer liefde voor de stayersafstanden, maar zou zich in geval van specialisatie het liefst bezig houden met de metrische mijl. 'Het verleden wijst uit dat ik altijd goeie 1500-meterrijders aflever.' Waarom? 'Ik heb wel een vermoeden wat de verklaring is, maar die houd ik voor me. Dat is mijn geheim.'

0

OGELIJK dat Zandstra en Ritsma die kennis op korte termijn hard nodig hebben. 'Als rijders zoals Marshall en Noake zich alleen nog maar gaan bezighouden met de 1500 meter en Falko en Rintje zich blijven toeleggen op het allroundrijden, dan zullen ze zeker achterop raken', meent Krook.

Omdat Veldkamp, Strelid, Shirahata en Nozaki zich zullen bekwamen op de duurnummers, loert voor beide Friezen ook op dat front gevaar. Krook: 'Ze zullen toch een keer moeten kiezen, want anders lopen ze het risico over drie jaar op alle afstanden net onder de top te zitten.' Maar Ritsma is nergens bang voor. 'Op de 1500 meter en vijf kilometer zit ik over drie jaar echt nog wel bij de top.'

Kraaijenhof waagt zulks te betwijfelen. 'Als trainers eenmaal de geheimen van specialisatie hebben ontdekt, zullen de wereldrecords in hoog tempo verbeterd worden.'

De absolute grenzen, zegt Ab Krook, zijn inderdaad nog niet bereikt. De mijl kan minstens een seconde sneller, de rek op de vijf kilometer bedraagt nog zeker een seconde of vijf en de tien kilometer moet nog minstens tien tellen harder kunnen. 'Maar laten we niet de fout maken te denken dat als we volgend jaar gaan specialiseren, we over twee jaar 13.20 rijden.

'De huidige generatie schaatsers heeft altijd volgens allround-ideeën getraind, die geschiedenis wis je niet uit. De toppers kunnen zich nog wel verbeteren, maar dat gaat om marginale verschillen. Pas een volgende generatie zal gespecialiseerd gaan trainen en daarmee voor een nieuw tijdperk zorgen. Dan zullen de wereldrecords ook wezenlijk verbeterd worden. Die generatie komt pas na de volgende Olympische Spelen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.