Column

Ineens weet ik zeker dat het een nachtmerrie is: opnieuw beginnen

Hanawon, Zuid-Korea: Vrouwen die zijn gevlucht uit Noord-Korea op weg naar hun inburgeringscursus. Beeld reuters

Onze nieuwste nieuwe president is Moon Jae-in van Zuid-Korea. Progressief, voorstander van de zonneschijnpolitiek, dus toenadering tot het Noorden. Zijn eigen ouders zijn in 1950 tijdens de Koreaanse oorlog het Noorden ontvlucht. Een groot deel van zijn familie bleef achter. De laatste wens van zijn moeder is haar jongste zus terug te zien. Zo nu en dan vluchten er Noord-Koreanen naar het Zuiden waar ze worden opgevangen in Hanawon, Huis van eenheid, een inburgeringskamp, zo'n 80 kilometer ten zuiden van de hoofdstad Seoul. In drie maanden moeten ze transformeren van onderdaan in een totalitaire staat naar mondige burger in een vrije individualistische samenleving.

Je kunt je van alles voorstellen bij inburgering. Geschiedenisles, oriëntatie op de arbeidsmarkt. Praktische zaken: Hoe werkt een pinautomaat? Hoe vraag je een paspoort aan? Maar wat mij het meest trof van wat ik tot nu toe las over de inburgering was de religie. In Noord-Korea is er volgens de wet religieuze vrijheid, in de praktijk bestaat die niet, dus ook dat is onderdeel van de inburgeringscursus.

Een tijd terug schreef Jeroen Visser in de Volkskrant over de ervaringen van een jonge vluchteling, die hij in het artikel Kumju Lee noemt, niet haar echte naam, het zou haar familie in het Noorden in gevaar brengen. In 2009 kwam zij in het zuiden aan en zij vertelt de journalist hoe zij zich op een van haar eerste dagen in Hanawon net als het grootste deel van de vluchtelingen daar aansluit bij een religie. Vertegenwoordigers van de drie grote religies lokken de mensen met cadeautjes.

'De protestantse kerk heeft gedroogde vis meegenomen, de boeddhisten zoetigheden en de katholieken sokken en handdoeken.' 'Ga maar in de rij staan voor je nieuwe geloof', zegt Lee's begeleider.'

Dat beeld blijft me nu al weken bij. Een religie uit te kunnen kiezen op een soort markt. Een grappig of een droevig beeld van vrijheid? Onze diepste overtuigingen kennen we graag gewicht toe. Natuurlijk bestaat onze identiteit uit een willekeurig ratjetoe aan aangeboren en aangeleerde gewoonten, maar we hechten ons eraan. Ik houd van De Heilige Maagd Maria omdat mijn vader van haar houdt, zo simpel en doeltreffend, of: Ik haat Maria omdat mijn vader van haar houdt. Beide varianten werken uitmuntend in hetzelfde verhaal van de persoonlijke geschiedenis. Hoe vaak ik ook aan mijn eigen leven heb willen ontsnappen, ineens weet ik zeker dat het een nachtmerrie is: opnieuw beginnen.

Ik stel me onze eigen inburgeringscursus voor met op de eerste cursusdag het thema Goede Vrienden. 'Men heeft in Nederland doorgaans vier echt goede vrienden en die kunt u hier uitkiezen. Maximaal één van eigen nationaliteit, verplicht drie van de Nederlandse. Haast u, want we moeten snel door naar het thema Vage Kennissen.' Of desnoods eigenschappen: 'Hier kunt u in de rij gaan staan voor slechte eigenschappen, maximaal drie uitkiezen. Komt u uit een West-Europees land, dan mag u er maximaal vijf, want van mensen die op ons lijken verdragen we meer.'

Volgens de Britse journalist David Goodhart kun je de mensen verdelen in overalmensen en ergensmensen. Kort door de bocht: De ergensmens is geworteld in de lokale gemeenschap, terwijl de overalmens zijn eigen identiteit vormgeeft. Het klinkt als vrijheid. Het klinkt als een markthal met eigenschappen voor het uitzoeken. Ik ben sceptisch. Of zoals ze bij ons thuis zouden zeggen: 'En gij geleuft dat?' Maar misschien spreekt hier een verstokt ergensmens.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.