Reportage

Ineens kunnen scholen maatwerk leveren voor zorgkinderen

In Zuid-Kennemerland, waar ze al een jaar bezig zijn met 'passend onderwijs' voor zorgleerlingen, verstomt de kritiek op het nieuwe systeem. Al zijn er kanttekeningen.

Beeld Foto Marcel van den Bergh

In een glazen hok in de gang werkt een meisje met haar dyslexiecoach. In de gymzaal zorgt een begeleider dat een jongen met nekproblemen met zijn klas mee kan gymmen. In een kantoortje werkt een gedragsspecialist met een kind aan een spreekbeurt over zijn autistische stoornis. En aan de leestafel van de bibliotheek krijgt de plusklas uitdagend extra werk.

Wie door basisschool De Ark in Haarlem loopt, kan deze taferelen op een gemiddelde dag allemaal tegenkomen. Want bij De Ark doen ze al aan passend onderwijs. De school begon daar een klein jaar geleden mee, samen met de circa negentig andere basisscholen in de regio Zuid-Kennemerland. Ze zijn pioniers, het is een pilotproject.

Op De Ark is zichtbaar wat vanaf 1 augustus op alle andere basisscholen in Nederland gaat gebeuren.

Passend onderwijs draait om onderwijs op maat. Reguliere scholen - zowel in het basisonderwijs als het middelbaar onderwijs - moeten zich meer gaan inspannen om zorgleerlingen op te vangen: die jongen met die autistische stoornis, het meisje in de rolstoel, of het kind met gedragsproblemen. Ze moeten minder vaak naar het speciaal onderwijs worden doorverwezen en in hun eigen wijk naar school. Dat is goed voor de zorgleerlingen, zo is het idee, maar ook voor de andere kinderen, die op die manier kennismaken met kinderen die anders zijn.

Maar klopt dat ook?

Passend onderwijs stuit al jaren op scepsis. Critici vrezen problemen in de klas. De leerkrachten zijn er niet goed op voorbereid, stelde de Algemene Onderwijsbond eerder dit jaar. Kunnen ze de extra zorgleerlingen er in hun overvolle klassen wel bij hebben?

Ook ouders zijn bezorgd, bleek onlangs nog uit een enquête onder 1.464 ouders van basisschoolkinderen van het NCRV-programma Altijd Wat. 70 procent zei bang te zijn dat leraren niet zijn toegerust om een kind met bijvoorbeeld adhd of autisme in een reguliere klas goed onderwijs te bieden. Bovendien vreest 61 procent van de ouders dat hun kinderen minder aandacht krijgen als er leerlingen met een beperking in de klas zitten.

Volgens de pioniers valt het in de praktijk mee, zo blijkt uit een rondgang langs directeuren, rectoren en andere bestuurders van scholen in de drie regio's die al een jaar eerder met passend onderwijs begonnen.

Natuurlijk, het is even wennen, het vergt meer van de leerkrachten en nog niet alles is optimaal georganiseerd, maar de meeste ondervraagden zijn gematigd positief over het eerste jaar. Passend onderwijs is geen aardverschuiving, zeggen ze.

Veel zorgleerlingen gingen ook al naar reguliere scholen. Voorheen kregen zij een 'rugzakje', een persoonlijk budget waarmee ze bijvoorbeeld een ambulant begeleider konden betalen, of extra hulp buiten de klas.

Dat rugzakje gaat nu verdwijnen, maar het geld dat ermee gemoeid was, komt per 1 augustus terecht bij de 77 regionale samenwerkingsverbanden. Deze samenwerkingsverbanden - nieuw opgerichte organisaties waarin tientallen scholen met duizenden leerlingen participeren - moeten zorgen dat alle leerlingen in een regio naar school kunnen. Hoe ze dat voor elkaar krijgen, mogen ze zelf weten.

Jan Vos van Marken, directeur Dreefschool in Haarlem:

'Ik ben gematigd positief. Het is fijn dat ik nu een budget heb waarmee ik kinderen extra kan ondersteunen, zonder dat ik allerlei formulieren hoef in te vullen. Daarmee kan ik iets doen voor individuele leerlingen, maar ook sociale weerbaarheidstrainingen betalen voor groepen. Wat tegenvalt? Dat het nog altijd lastig is om een kind naar het speciaal onderwijs te verwijzen. Ik heb dat twee keer moeten doen dit jaar: één keer ging dat prima, de andere keer was een drama.'

Arrangementen

Lucas Rurup begon vier jaar geleden het passend onderwijs op poten te zetten in Zuid-Kennemerland, de regio waar De Ark onder valt. 'Ik ben heel positief', zegt hij. 'We mogen zelf bedenken hoe we het allemaal gaan doen. Dat is prachtig.'

Veel samenwerkingsverbanden kiezen ervoor om zogeheten arrangementen op te stellen waar een geldbedrag aan is verbonden. Voor een adhd'er vraagt een school het ene arrangement aan, voor een kind met een angststoornis het andere. Een commissie besluit of de aanvraag wordt gehonoreerd. Dat kan leiden tot bureaucratie.

Rurup deed het anders. Hij wilde geen geschuif met dossiers, hij wilde de verantwoordelijkheid bij de scholen leggen. 'Daar weten ze wat het bes-te voor de kinderen is', zegt hij. 'Alleen zij kunnen maatwerk leveren.'

Hij kreeg de besturen mee, hij kreeg de directies mee. En daarom verdeelt dit samenwerkingsverband de miljoenen uit Den Haag direct over de scholen. Elke school krijgt een vast bedrag voor elke leerling, en wat meer voor een kind waarvan al bij de inschrijving duidelijk is dat het veel zorg nodig heeft, zoals bijvoorbeeld een kind met een meervoudige handicap of een kind met down dat best een paar jaar op een reguliere school kan meedraaien.

Wat scholen vervolgens precies met die zak geld doen, mogen ze in Zuid-Kennemerland zelf bepalen. Rurup en zijn manschappen komen dat niet controleren, de scholen hoeven zich niet te verantwoorden.

'De tijd die leerkrachten nodig hadden om een kind te testen of een dossier op te bouwen', zegt Rurup, 'kunnen ze nu aan de kinderen besteden.'

Op De Ark, een school met 650 kinderen, zijn ze tevreden over het eerste jaar passend onderwijs, al veranderde er op het eerste gezicht niet veel. 'We hadden elf leerlingen met een rugzak', zegt directeur Marjo Fokkema, 'en we hebben nu ongeveer evenveel kinderen die flink wat zorg nodig hebben.'

Voor scholen elders in Nederland zal dat straks niet anders zijn. Ze zullen niet per 1 augustus worden overspoeld met leerlingen uit het speciaal onderwijs, want de invoering van passend onderwijs gaat geleidelijk. Kinderen die nu in het speciaal onderwijs zitten, zullen daar gewoon blijven. Alleen in de kleuterklassen zal misschien een extra zorgleerling instromen, die voorheen naar het speciaal onderwijs ging.

Ze zijn bij De Ark vooral blij met de vrijheid, zegt Fokkema. Vroeger kreeg de school voor een zorgleerling bijvoorbeeld een rugzakje met geld voor vier uur extra begeleiding per week. Maar soms dachten ze: zoveel tijd is niet nodig voor dit kind. Of: het eerste halfjaar was die vier uur nuttig, maar nu heeft het voldoende aan twee uur.

Het probleem was dat een school daar weinig aan kon veranderen, omdat het budget voor een paar jaar was vastgesteld, voor dit ene kind was bedoeld en de ouders wisten op hoeveel begeleiding hun kind recht had.

Dat is nu anders. Met de invoering van passend onderwijs ligt in Zuid-Kennemerland niet meer vast hoeveel uur elk kind aan begeleiding krijgt. Dat mag een school zelf bepalen, waardoor er ook tijd vrijkomt voor begeleiding van kinderen die vroeger niet in aanmerking kwamen voor een rugzak maar wel wat extra hulp kunnen gebruiken. Een plusklas voor hoogbegaafden. Een paar gesprekken met een kind dat moeite heeft met de overgang naar de brugklas. Of een serie bijeenkomsten met kinderen van wie de ouders pas zijn gescheiden. Nu kan het.

En wat ook fijn is, zegt Fokkema: er is niet meer altijd een diagnose nodig. Soms is niet duidelijk of een kind nu adhd heeft of een autistische stoornis. Voorheen was zo'n etiket noodzakelijk om een rugzak aan te vragen, waardoor extra begeleiding door een serie toetsen en testen soms lang op zich liet wachten. Nu kan de school in deze regio ook zonder diagnose aan de slag. 'We kijken niet wat een kind heeft', zegt Fokkema, 'maar wat het nodig heeft.'

Hans Abels, afdelingsleider Stafrecht College in Geldrop:

'Het valt mee wat er allemaal verandert bij de invoering van passend onderwijs, al zal het nog een paar jaar duren voordat we er helemaal op ingespeeld zijn. Leerkrachten hebben misschien zeven klassen op een dag met elk 32 leerlingen waarvan er een paar extra ondersteuning nodig hebben. Kunnen ze dat wel? Ik zie dat veel van hen te bescheiden zijn. Als ze zich inzetten, dan lukt het ook.'

Hanneke Taat, rector Utrechts Stedelijk Gymnasium:

'We zijn op de goede weg, maar er moet nog veel gebeuren. We kunnen meer ondersteuning op maat geven, maar het is er in onze regio nog niet veel eenvoudiger op geworden. Vroeger moest je bij de aanvraag van een rugzakje veel formulieren en dossiers opsturen en dat is bij dit samenwerkingsverband niet veel minder geworden. Ik zou die tijd liever aan de kinderen besteden.'

Werkdruk

Maar hoe zit het met de werkdruk? Leerkrachten moeten een klas tegenwoordig al op drie verschillende niveaus lesgeven - gericht op de trage leerling, de gemiddelde leerling en de vlotte leerling - en dan zouden daar ook nog een of twee zorgleerlingen bijkomen? Waar komt de tijd vandaan?

De angst van veel critici komt voort uit onwetendheid, denkt Bernadette Reinders Folmer, die er als intern begeleider bij De Ark voor zorgt dat zorgleerlingen de juiste begeleiding krijgen. 'Het speciaal onderwijs blijft bestaan', zegt ze. 'Alleen kinderen die een bepaalde ontwikkeling vertonen kunnen naar een gewone school.'

Het is mogelijk dat er straks een kind met down en een kind met een autistische aandoening in één klas zitten. Dan is er geld om de leerkracht daarop voor te bereiden en de kinderen een paar keer per week uit de klas te halen. 'Anders is het een mission impossible.'

Natuurlijk, de leerkracht moet hard werken, hij moet meer met ouders overleggen en vaker collega's raadpelegen, maar het is behapbaar. 'We denken dat we dit kunnen met ons team.'

Als er dan toch iets is dat directeur Marjo Fokkema aan te merken heeft op passend onderwijs, dan is het de spagaat. Enerzijds worden scholen door de Onderwijsinspectie afgerekend op de resultaten die kinderen boeken bij taal- en rekentoetsen, anderzijds dringt de overheid erop aan om zorgleerlingen binnenboord te houden. 'Dat zijn verschillende signalen.'

Zo nam De Ark leerlingen over die op andere scholen waren vastgelopen. En dat waren 'geen vwo-kinderen', zegt Fokkema, 'dus dat zie je terug in onze gemiddelde Citoscores.' Daar wringt het. 'Wij proberen ze goed onderwijs te geven, we geven ze de zorg die ze nodig hebben, maar in de ranglijsten worden we erop afgerekend.'

Aafke Peereboom, directeur St. Franciscusschool in Haarlemmerliede:

'We hebben in onze regio een goede start gemaakt met passend onderwijs. Wel vergt het veel van de leerkrachten, bijvoorbeeld als er een kind met een autistische stoornis in de klas zit. Soms moet een hele groep zich aanpassen aan een paar leerlingen met speciale behoeften.'

Cor Kuijpers, vestigingsdirecteur Jan van Brabant College:

'De eerste indruk is positief - leerlingen komen vaker op de goede plek terecht. Maar we hebben ook zorgen. In onze regio gaan relatief veel leerlingen naar het speciaal onderwijs. Dat moet van het ministerie veranderen. Over een paar jaar krijgt elke regio evenveel geld per leerling, omdat overal evenveel zorgleerlingen zouden zijn. Maar wij zitten in de buurt van Eindhoven, een slimme regio waar bedrijven als Philips en ASML zitten. Werknemers van die bedrijven hebben vaker een kind met een stoornis in het autistische spectrum. Die hebben extra zorg nodig, maar daar krijgen we geen extra geld voor.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden