Industriële innovatie in de uitgeverij

Wie niet kan lezen, kan altijd nog gaan schrijven. Die gedachte lijkt langzamerhand gemeengoed te zijn geworden bij degenen die een literaire carrière ambiëren....

De voordelen van zo'n benadering zijn evident. Je bespaart een hoop tijd als je kunt gaan schrijven zonder eerst hele bibliotheken te hebben doorgeworsteld.

Geen moment hoef je je te bekreunen om tobbers als Multatuli, Couperus, Bordewijk, Van Bruggen, Vestdijk, Haasse of Hermans die je in de literatuurgeschiedenis zijn vóórgegaan.

Van dingen als stijl en compositie - die wóórden alleen al - blijft het jeugdig gemoed verschoond.

En zelfs over de inhoud hoef je je niet druk te maken, want je schrijft 'gewoon' over wat jezelf hebt meegemaakt, thuis en in de (geslachtelijke) omgang met je vriendjes en vriendinnetjes, broertjes of zusjes - een reeks onvoorstelbare avonturen die je gescheiden ouders van verbazing van hun stoel zal doen rollen.

Je zou zeggen dat er, als het gaat om debuten in de letteren, en daar gaat het hier over, geen grenzen meer zijn, niet wat betreft een zeker vakmanschap, niet wat betreft een zeker niveau, en al helemaal niet wat betreft het uitgeven, want wie enigszins bijhoudt wat er in Nederland verschijnt, kan zich niet aan de indruk onttrekken dat èlke debutant welkom is bij energieke uitgevers, die weten dat wat nieuw en jong is steevast kan rekenen op een jolig onthaal bij de beroepsbabbelaars van de tv, die evenmin lezen.

Maar het is allemaal minder gezellig dan het lijkt. Als normaal wordt wat nog niet zo lang geleden een uitzondering was, zal er steeds meer gedaan moeten worden om de debutanten aan de man te brengen. In Bzzlletin, het Haagse literaire tijdschrift voor een jong publiek, wordt daar het een en ander over gezegd en dan blijkt dat iemand als Ronald Dietz, de directeur van de Arbeiderspers, met verve de strijd aanbindt met degenen die een bepaalde literaire kwaliteit voorstaan, terwijl het toch duidelijk is dat het alleen om de verkoop gaat. Wat in grote aantallen wordt verkocht, is goed. Punt uit.

Zijn de managers in het uitgeversbedrijf niet een beetje aan het overdrijven met deze vorm van industriële innovatie? Misschien wel, maar dan stuiten ze toch op een weliswaar klein edoch onoplosbaar probleem: een schrijver kan maar één keer debuteren. Wat te doen als zo'n (jonge) schrijver na een mislukt debuut, dat wil zeggen bij een tegenvallende verkoop van zijn luid aangeprezen eersteling, met een nieuw manuscript aanklopt? Dan geeft de uitgever niet thuis.

Er zou in Nederland een belangengroep op te richten zijn van diep gekwetste debutanten, wier creativiteit zich onder druk van de tijdgeest tot dat ene, armzalige boek heeft moeten beperken. Wie herinnert zich nog, vraagt Arjan Peters zich af in 'Bezwaren tegen de uitgeefgeest van deze tijd', Henry Sepers, Rudy Dek, Jan Luik, Rosalie Sprooten, Eline van Assumburg, Kees Quirijns, Ted de Hoog, Amanda Ooms, Paul Marijnis en al die anderen debutanten? 'Er had', voegt Peters hier aan toe, 'in dit rijtje net zo goed een naam verzonnen kunnen zijn, en dat is dan ook zo.'

Wie wil kan het zo eigentijdse fenomeen van de debutant in Bzzlletin op tal van manieren belicht krijgen, en dat is, bij alle treurnis - die door Arie Storm met veel gevoel voor relativiteit wordt beschreven - leuk om te lezen. Maar Bzzlletin heeft geen nummer in mineur willen maken. Er wordt ook gewezen op een aantal nieuwe, jonge schrijvers (en één vijftig-jarige: Frithjof Foelkel), die wel degelijk een literaire belofte inhouden: Nanne Tepper over wiens roman De eeuwige jachtvelden Yves van Kempen een uitstekend stuk schrijft; Manon Uphoff, wier Begeerte door Ingrid Hoogervorst hogelijk wordt gewaardeerd en Pierre Platteau, wiens 'verlaat debuut' School nummer 1 door Jeroen Vullings aan de vergetelheid wordt ontrukt.

Er ontbreken namen; niet alle stukken zijn even overtuigend en de soms gehanteerde mengvorm van informatie, oordeel en interview is niet bijster gelukkig, maar over het algemeen is deze aflevering van Bzzletin een bruikbare gids voor lezers die willen weten wat dat is, debuteren. Misschien houdt het sommigen er van af ook een poging te wagen. Per week schijnen er honderden floppy's met uitdraai op de burelen van uitgevers te belanden en nooit (of hoogst zelden) zit daar iets bij wat een boek wordt. Je vraagt je af hoe al die debutanten er dàn gekomen zijn. Wie dat wil weten heeft aan Bzzlletin niet genoeg. Die zal nog veel meer moeten lezen.

In De Gids verdedigt de filosoof Hans Achterhuis zich tegen de beschuldiging - hem in een interview met J. Heymans weer eens voorgelegd - dat hij met alle winden meewaait. Tegenwoordig ziet Achterhuis, als om zijn verdediging te logenstraffen, weer veel in de literatuur. Die liefde zou hij nòg overtuigender op de lezer kunnen overbrengen als hij zijn proza wat meer zou kunnen bestuiven met de geuren die je wel bij Proust of Gerard Reve, maar nooit in een vormingshonk opsnuift. Ton Lemaire treurt over het landschap in Nederland dat door snelwegen, sociale woningbouw en groeikernen is veranderd en constateert dat 'de bewandelbaarheid van de nieuwe landschappen sterk is verminderd.'

Hij zou eens met de voormalige keuterboer Roel van Duyn op pad moeten gaan. Dan zou die hem kunnen vertellen hoe de hele boel, net als in 'het Romeinse rijk', in elkaar aan het sodemieteren is ('Wij mijmerende Romeinen' heet zijn opstel). Is De Gids een toevluchtsoord voor grijsgeworden hemelbestormers aan het worden? Het ziet er wel naar uit. Ter compensatie is er poëzie (van Johan de Boos, Mark Boog, Peter Swanborn en Eddy van Vliet) en schrijft Anne Duden over draken, August Willemsen over Sao Bernardo, de tweede roman van Graciliano Ramos, die binnenkort in het Nederlands verschijnt (een proeve van die vertaling wordt bijgeleverd) en vertelt Wim van de Woestijne - debutant! - een bloedstollend verhaal over wespen.

Willem Kuipers

Bzzlletin, december/januari, 1995/1996, nr. 231/232, ¿ 15,-.

De Gids, februari 1996, ¿ 16,90.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden