Indurain laat klimmen aan specialisten over

Roberto Conti (29) won de rit naar l'Alpe d'Huez en boekte daarmee de vierde Italiaanse etappezege in de Ronde van Frankrijk....

BERT WAGENDORP

Van onze verslaggever

Bert Wagendorp

L'ALPE D'HUEZ

Miguel Indurain had al vroeg in de koers in de gaten dat de zege op de alp er niet inzat, en viel daarom terug in zijn oude vertrouwde rol. Stevig doorfietsen naar de meet en het hotel in. En de Tour? De Tour is dood, morsdood.

In zijn planning vooraf had JeanMarie Leblanc het zo mooi voor elkaar. Wereldkampioenschap voetbal afgelopen, de Tour begint. Een week met de Ventoux en l'Alpe d'Huez, met morgen de rit over de Glandon en Madeleine naar Val Thorens, donderdag die over de Col des Saisies, Croix-Fry en Colombière en vrijdag de klimtijdrit. Het zag er zo prachtig uit. En het dreigt toch weer een barre anti-climax te worden.

Behalve voor degenen die de status quo gebruiken om er nog een persoonlijk succesje uit te peuren. Zoals Eros Poli dat maandag deed en Roberto Conti een dag later. Voor de bijna dertigjarige Italiaan uit Faenza bij Ravenna was het vermoedelijk zelfs de mooiste dag uit zijn loopbaan.

Conti werd in 1986 prof en won tot gisteren nog nooit een koers. Niet omdat hij een armzalige prutser is, maar omdat een goede coureur nog geen winnaar hoeft te zijn. Conti was zowel in de grote ronden als in met name de Waalse klassiekers regelmatig voorin te vinden, maar het ware killersinstinct ontbrak.

Dinsdag trok hij er maar weer eens tussenuit, in de hoop de ban eindelijk te breken. De kans daarop leek niet groot. Veertien coureurs vertrokken al na veertien kilometer koers uit het peloton, met weliswaar geen loodzwaar traject voor de wielen, maar wel nog 210 kilometer en de afsluitende klim naar l'Alpe d'Huez als uitputtende obstakels.

Miguel Indurain, die in 1990 op Luz Ardiden zijn laatste bergetappe in de Ronde van Frankrijk won, wilde zijn vierde Tourzege zo graag wat meer cachet geven met een nieuwe overwinning in de cols. Hij keek het aan en wees naar de anderen. De Spanjaard had er geen zin in zijn equipe alleen ter verhoging van zijn grandeur als Tourwinnaar op kop te zetten. Hij liet dat werk over aan de Festina's en de Carrera's van Leblanc, Virenque en Pantani, maar die hadden er ook niet bijzonder veel trek in.

En had Conti, de beste klimmer in de kopgroep met de beste kansen op l'Alpe, niet ook nog iets tegoed van Indurain? Vorig jaar leidde hij voor de Spanjaard bijna de hele klim over de Aubisque. Destijds heette het dat Conti puur en alleen achter Chiappucci aanjoeg, maar de Italiaan kreeg even na de Tour wel een aanbieding van Banesto, de ploeg van Indurain. Die hij overigens weigerde, waardoor er wel een rekening bleef openstaan.

En zo kreeg langzaam maar zeker in het hoofd van Roberto Conti, uit de Lampre-ploeg van Pietro Algeri, het droombeeld gestalte van een overwinning, van dè overwinning. De zege in de plaats waar zijn illustere landgenoot Fausto Coppi in 1952 de eerste was die won. Waar ook Gianni Bugno in 1990 en 1991 had gezegevierd.

Op de col d'Ornon moesten Gouvenou en Furlan de vluchters laten gaan. En op de bijna veertien kilometer lange klim naar l'Alpe d'Huez zag Conti de resterende groep om zich heen steeds kleiner worden. Tot hij uiteindelijk alleen overbleef en won.

De Nederlandse journalisten aan de streep moesten vervolgens nog even wachten voor er landgenoten arriveerden. Maar dat begint al te wennen. Erik Breukink was weer de eerste, ditmaal op bijna veertien minuten, op de 47ste plaats. Ook voor Breukink krijgt een grote achterstand iets gewoons deze Tour. Hoeveel pijn hem dat ook doet. Had hij na de hoogtestage in Colorado niet aangekondigd dat een plaats onder de eerste tien en een etappezege zijn doelen waren en dat, als het allemaal meezat, er wellicht zelfs een plaats in de Top-5 in zou kunnen zitten?

'Ik heb een gevoel van leegte', zei Breukink op l'Alpe. 'Waar dat vandaan komt, daar heb ik geen idee van.' Hij is dertig en het is nog maar vier jaar geleden dat hij tussen kanonnen als Greg LeMond, Pedro Delgado en Gianni Bugno de snelste beklimming van l'Alpe d'Huez realiseerde. En ook dinsdagmorgen was er de hele vage hoop dat hij voor iets moois zou kunnen zorgen. 'Maar dat was valse hoop.'

Elke morgen kijkt Breukink in de spiegel van zijn hotelkamer. En dan ziet hij dezelfde man als altijd. Maar in de koers is hij geen schaduw meer van de renner die hij ooit was. 'Het is moeilijk om voor jezelf vast te stellen dat je absoluut niet meer mee kunt. De kop wil nog wel, maar de benen werken niet meer mee. Bij de start van een etappe denk ik steeds: nu moet ik iets proberen. Maar het lukt niet.'

Aan hoogtestages zal Breukink zich niet meer wagen. 'Want daar merk ik hier helemaal niets van.' Net als Rooks (afgestapt), Bouwmans (niet aanwezig) en Rominger (afgestapt) overigens. Natuurlijk, zijn Spaanse ploegleider Saè is teleurgesteld. Maar dat is Breukink zelf ook. 'Ik ben verschrikkelijk chagrijnig.'

Zei hij na de tijdrit in Bergerac nog dat de optie voor nog een seizoen bij ONCE gelicht zal worden, op l'Alpe d'Huez was Breukink al voorzichtiger. 'Normaal gesproken blijf ik. Maar we moeten eerst praten. Ik wil nu helemaal nog niet aan volgend jaar denken.'

Terwijl Conti de zegebloemen al duchtig had laten zwaaien en Indurain, Abdoesjaparov en Virenque hun nieuwe truien al uitgereikt hadden gekregen, stond in de ogen van Erik Breukink de twijfel te lezen. De twijfel aan zichzelf, over zijn loopbaan, de Tour en de twijfel aan de hele vermaledijde wereld van het proffietsen.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden