Indruk maken op de meisjes

Wolkers' allereerste gedicht, vol bravoure, romantiek en verbeelding, was bedoeld om indruk te maken op de meisjes.

Jan Wolkers, Uit Parijs. Handschrift 1943. Beeld Annabel Miedema

Voor Jan Wolkers één stap in Parijs had gezet, had hij al in de stad gewoond. Dat zat zo. Als 16-jarige jongen schreef hij zijn allereerste echte gedicht. Een sonnet. De kneepjes van het sonnet had Jan afgekeken van Jacques Perk, wiens Gedichten hij bij Haaxman, de plaatselijke boekhandel in de Kempenaerstraat in Oegstgeest, op de kop had getikt.

Toen ik met Wolkers in het jaar voor zijn dood over zijn vroegste poëzie sprak, dreunde hij, inclusief uitroepteken, Perks verzen nog zo uit het hoofd op:

Klinkt helder op, gebeeldhouwde sonnetten,

Gij, kindren van de rustige gedachte!

De ware vrijheid luistert naar de wetten:

Hij stelt de wet, die uwe wetten achtte:

Niet alleen in de vorm streefde de jonge dichter naar de ware vrijheid. Jans allereerste gedicht was een echt jongensgedicht. Het was bedoeld om indruk te maken op de meisjes. 'Dat willen we toch allemaal met onze eerste gedichten, hè?', knipoogde Wolkers tegen mij.

Het sonnet van de jonge Jan zit vol bravoure, romantiek en verbeelding. De grasgroene dichter doet het voorkomen alsof hij 'uit Parijs' - voilà, de titel - terugdenkt aan zijn vroegere liefje in het verre vaderland:

En ik denk in een verre stad aan haar,

Die eens, een herfstseizoen, m'n liefste was,

Onno Blom werkt aan de biografie over Jan Wolkers. Hij houdt daarover een dagboek bij - waarvan we in delen de notities presenteren.

En aan de teerheid van elkanders monden.

Bovendien is er in de eerste regels ook nog sprake van andere meisjes:

Nu rijpen in mijn land de donkerblauwe bramen,

Die meisjes in hun smalle hand vergaren.

Toen Jan het gedicht destijds aan zijn beste vriend Jan Vermeulen liet lezen, barstte die in lachen uit. Vermeulen schimpte: 'Schei toch uit met die onzin! Parijs! Je bent nog nooit verder geweest dan de Morspoort in Leiden! En wanneer heb jij dan meisjes met smalle handen bramen zien vergaren?'

In Wolkers' archief is een heel stapeltje versies van 'Uit Parijs' te vinden. Eén is opgetekend in het schoonschrift van de jongeling. De andere zijn keurig uitgetikt op een van de schrijfmachines op het distributiekantoor van Oegstgeest, waar Jan in 1943 een baantje had. 'Ik maakte', schreef Wolkers in De onverbiddelijke tijd, 'in die tijd op die hoge ouwe Remington maar liefst twaalf doorslagen tegelijk (waarvan de drie of vier laatste zo vaag waren dat ze slechts met oogpijn genoten konden worden, maar poëzie is lijden, niet waar).'

Na de schampere reactie van zijn vriend schaamde Jan zich diep. Hij wilde het gedicht onmiddellijk herroepen. Wenste dat hij het nooit gemaakt had. Maar het was al te laat. Hij had al die doorslagen aan zijn zusters gegeven, zodat die hun vriendinnen zijn gedicht konden laten lezen. Die vriendinnen moesten dan allemaal op slag verliefd op hem worden. Uitvoerig moesten de meisjes verslag doen hoe ze zijn gedicht hadden ondergaan. 'Ik geloof dat er zelden meer uitkwam dan: wel leuk.'

'Wat heb jij met je pubergedichten gedaan?', grinnikte Wolkers, nadat we zijn jeugdzonde onder het vergrootglas hadden gelegd.

Opgelucht vertelde ik hem dat ik die allemaal had verbrand. Er is geen snipper meer van over.


Ontvang elke dag de Volkskrant Avond Nieuwsbrief in uw mailbox, met het nieuws van vandaag, tv-tips voor vanavond, en alvast zes artikelen uit de krant van morgen. Schrijf u hier in.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden