Indonesische strijdkrachten hebben de verkiezingsonrust stevig onder controle 'Het leger is de enige echte macht in dit land'

De verkiezingscampagnes zijn nog niet voorbij, maar de toeterende karavanen zijn al van de straat verdwenen. Als de regeringspartij Golkar aan de beurt is om Jakarta een dag lang geel te kleuren, sjokken er alleen wat kleine groepjes sip kijkende mannen naar de meetings....

Van onze verslaggeefster

Marianne Boissevain

JAKARTA

Ze hebben hun partijvlaggen niet eens bij zich, want de lol is er een beetje af: sinds de verkiezingsrelletjes dinsdag in Jakarta en Yogya enigszins uit de hand zijn gelopen, heeft de Indonesische regering de provocerende motorstoeten definitief verboden.

De bewakingsman van de buren die gisteren nog een rood hesje van de Democratische Partij Indonesië (PDI) droeg en eergisteren een groen T-shirt van de islamitische PPP, heeft zich nu als een kameleon in een geel overhemd gestoken.

Maar zoveel voorzichtigheid is niet nodig: er zijn wel wat relletjes - sommige partijgangers zijn echt heel boos dat de motorcross door de stad hun neus voorbijgaat - maar die spelen zich af in een andere wijk. Golkars eigen ordedienst (alleen al in Jakarta meer dan 20 duizend man) en het leger hebben de zaak stevig onder controle.

Hoge militairen verschijnen op de televisie om te verzekeren dat de verkiezingen onder hun bescherming rustig kunnen doorgaan op 29 mei. Op tal van plaatsen in Indonesië heeft het leger ingegrepen bij verkiezingsrellen.

In het begin waren het meestal ordeverstoringen bij de PDI, veroorzaakt door aanhangers van de afgezette partijleidster Megawati Soekarnoputri. Nu spelen zich steeds heftiger vechtpartijen af tussen de Golkar en de PPP die - versterkt met overlopers uit de verdeelde PDI - zijns ondanks Golkars grootste rivaal is geworden.

Officieel stelt het leger zich onpartijdig op. Maar van oudsher bestaan er nauwe banden met de Golkar, die in 1964 door militairen is opgericht om de groeiende invloed van de communisten tegen te gaan. Om die onpartijdigheid te waarborgen, hebben Indonesische militairen geen stemrecht.

Maar ze hebben wel degelijk een fractie in het parlement: 75 van de 500 parlementsleden zijn militairen in actieve dienst. Ze worden niet gekozen, maar door president Soeharto benoemd op voordracht van de hoogste legerbevelhebber.

'Je ziet de militairen in het parlement vaak een bemiddelende rol spelen', zegt Salim Said, docent aan de legeropleiding in Bandung. 'Politieke bedrevenheid wordt in de strijdkrachten als een pre beschouwd.' Een regionaal commandant gaat niet alleen over militaire zaken, hij moet in zijn gebied ook allerlei problemen helpen oplossen.

Want het Indonesische leger heeft officieel een dubbele taak, de zogenaamde dwifungsi: het moet niet alleen zorgen voor de buiten- en binnenlandse veiligheid, het heeft ook een belangrijke sociaal-politieke taak. Zo vind je militairen niet alleen in het parlement en het binnenlands bestuur, maar bijvoorbeeld ook op bestuursfuncties in de officiële vakbeweging.

Een generaal met een lange politieke staat van dienst vindt de formele politieke rol van de militairen een voordeel. 'Daardoor zijn ze mede verantwoordelijk voor alle belangrijke beslissingen, zodat ze geen staatsgreep hoeven te plegen.' Volgens hem zijn de militairen in Indonesië altijd beschouwd als volwaardig lid van de gemeenschap en niet als een instrument van de regering, zoals in westerse landen.

'Om dat te begrijpen moet je wel even terug in de geschiedenis', zegt Salim Said. 'In de eerste jaren na de onafhankelijkheid waren strijdkrachten ook hier nog ondergeschikt aan de regering, maar dat veranderde in de jaren vijftig, toen het leger de ene opstand na de andere moest neerslaan: Zuid-Molukken, Atjeh, Zuid-Sulawesi, de fundamentalisten in West-Java en de tegenregering in Padang.

'Na de mislukte putsch van 1965 zette Soeharto, die de staatsgreep had neergeslagen, Soekarno met hulp van het leger aan de kant. En tot op de dag van vandaag vormen de militairen de ruggegraat van zijn macht. De strijdkrachten zijn de enige echte macht in dit land.'

Al in 1966 was besloten dat het leger eenvijfde van de parlementszetels zou krijgen - genoeg om te voorkomen dat er wetten werden aangenomen die indruisten tegen de staatskatechismus (de Pancasila) en de eenheid van de natie.

In het nieuwe parlement krijgen de militairen voor het eerst, in plaats van 100, 75 zetels van Soeharto. Is hun macht dan toch tanende? 'Misschien is het een eerste stap in de richting van normalisering van de rol van het leger', zegt Salim Said.

'Maar ik denk dat het nog heel lang kan duren. Dat heeft te maken met onze economische ontwikkeling - hoe kun je ooit onafhankelijke politici krijgen als je geen onafhankelijke middenklasse hebt? Nee, het leger heeft de macht - Soeharto oefent die slechts uit.

Maar het leger is hem absoluut trouw. Eerst heeft hij het gezuiverd van communisten, vervolgens van Soekarno-aanhangers en tot slot van alle mensen die hem nastonden maar toch zo hun eigen opvattingen hadden. En wie er ook na Soeharto komt, die zal opnieuw zo'n zuivering moeten houden.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden