Indonesië als voorbeeld?

Wie zegt dat hij Egypte een toekomst als Indonesië toewenst, zou daar toch nog eens over na moeten denken.

Barack Obama vindt dat Indonesië een voorbeeld en inspiratiebron voor de wereld is. Met name de manier waarop het land werkt aan diversiteit en democratisering is volgens de Amerikaanse president voorbeeldig. Tijdens zijn bezoek aan Indonesië november vorig jaar, prees Obama de tolerantie die verankerd ligt in de Indonesische grondwet, waardoor miljoenen mensen met verschillende overtuigingen in vrijheid samen kunnen leven onder één vlag, zo ongeveer als in de VS.

Enthousiast
In Indonesië staan moskeeën, kerken en tempels naast elkaar, beklemtoonde Obama enthousiast. Hij lardeerde zijn verhaal met suikerzoete persoonlijke mijmeringen over het, als men hem mag geloven, welhaast paradijselijke land waar hij als jongen vier jaar heeft gewoond.

Obama is zeker niet de enige met een rooskleurig beeld van onze voormalige kolonie. Waar zorgen worden uitgesproken over Egypte, wordt door de vele optimisten, die in de media te vinden zijn, naar Indonesië verwezen. Het grootste moslimland ter wereld wordt gezien als het bewijs dat democratie, vrijheden en islam uitstekend met elkaar samen kunnen gaan. Onze eigen premier is daar ook van overtuigd. Naar aanleiding van de gebeurtenissen op het Tahrirplein, zei hij dat het bij Egypte ging om een groot land met een hele grote islamitische bevolking. Rutte stelde dat er twee goede voorbeelden in de wereld zijn te vinden van dergelijke landen met een democratische signatuur: Turkije en Indonesië.

Eerst dacht ik dat deze opmerking samenhing met het blije vertrouwen in de algehele goedheid van mens en mensheid en de rooskleurigheid van de toekomst van het hele mensdom, waar ik onze premier regelmatig op meen te kunnen betrappen. Ik erger mij daar soms licht aan, waarna ik mijn zegeningen weer tel. Liever deze iets te blije liberaal dan een andere premier en een ander kabinet, maar dit terzijde.

Blij liberaal

Dat blije liberale is overigens niet de enige reden dat Rutte Indonesië als een goed voorbeeld noemt. Ook volgens de veel geprezen Amerikaanse publicist Robert Kaplan is het Indonesië van na Suharto een stabiele, goed functionerende democratie. Waar zouden Obama, Kaplan en Rutte dat nu precies aan afmeten? Zij lijken niet mee te wegen dat de positie van minderheden nooit goed was en de laatste jaren nog verder is verslechterd. De traditie van tolerantie en gematigdheid waar Obama zo hoog over opgeeft, is in Indonesië snel aan het verdwijnen, stelt de Jakarta Globe.

In het rapport over 2009 van de United States Commission on International Religious Freedom (USCIRF) staat ongeveer hetzelfde. De islam in Indonesië staat van oudsher bekend om zijn tolerantie ten opzichte van een verscheidenheid aan inheemse culturele tradities, meldt het rapport. Het afgelopen decennium zou er volgens de USCIRF sprake zijn van een heropleving van islamitische bewustwording en vroomheid. Op lokaal niveau wordt steeds vaker op de sharia gebaseerd recht toegepast. Sinds 2002 staat Indonesië op de Watch List van de Commissie vanwege het toenemend geweld jegens religieuze minderheden. Kortom, er wordt een verband gelegd tussen islamitische bewustwording en geweld tegen christenen en leden van de Ahmadiya, die een islamitische minderheid vormen en door de meeste moslims (Indonesische in dit geval maar het probleem doet zich ook al jaren voor in bijvoorbeeld Pakistan) als kafirs (ongelovigen)worden beschouwd.

USCIRF constateert een aantal verbeteringen op het gebied van de bescherming van minderheden en meent dat de publieke steun voor terrorisme, sinds de aanslagen op Bali in 2005, is gedaald. Tegelijkertijd stelt de commissie dat het aantal en de invloed van orthodox islamitische groepen toeneemt. Hoewel ze klein zijn maken ze zich schuldig aan intimidatie en plegen ze geweld. Ook constateren twee Indonesische mensenrechtenorganisaties Wahid en het instituut voor Democratie en Vrede (SETARA), dat de arrestatie en detentie van moslims die er ‘afwijkende theologische opvattingen’ op na houden toeneemt en dat dit door de overheid en wetgeving wordt ondersteund.

Tegen de Ahmadi wordt volgens de mensenrechtenorganisaties geweld gebruikt door islamitische organisaties zoals de Indonesische Raad van Martelaren (MMI), de Alliantie tegen Geloofsafvalligheid (AGAP) en het Forum ter verdediging van de islamitische geloofsgemeenschap (FPI). Dergelijke organisaties intimideren rechters en lokale ambtenaren, maken zich schuldig aan vandalisme, steken kerken, hindoetempels, sjiitische moskeeën en andere gebouwen van religieuze minderheden in brand.

Zij dwingen niet-islamitische winkels en andere bedrijven tot sluiting tijdens de Ramadan en persen de eigenaren van bedrijven af. De plegers van het geweld worden niet altijd opgepakt en vervolgd. Dit wordt ook soms onmogelijk gemaakt door provinciale wetten, die van de nationale wetgeving afwijken en minder of geen bescherming bieden aan religieuze minderheden. De overheid spoort niet direct tot geweld tegen minderheden aan, maar doet ook niet zo veel om het te ontmoedigen. Zij financiert organisaties als de MUI en het Coördinerend Orgaan voor het Monitoren van Mystieke Overtuigingen in de Samenleving (Bakor Pacem), die allebei hebben opgeroepen tot actie tegen deviante religieuze groeperingen en een verbod op interreligieuze activiteiten, zoals interreligieuze gebeden en huwelijken.

De organisaties zijn tegen religieus pluralisme en willen ook on-islamitische activiteiten als yoga verbieden.
De USCIRF rapporteert over 2008 en 2009 maar het geweld tegen en de intimidatie van religieuze minderheden is alleen maar toegenomen, ook op Java. Droevig dieptepunt waren de aanvallen op de Ahmadiya en drie christelijke kerken op dit eiland in de afgelopen weken. Een woedende menigte bestormde een rechtbank in Temanggung omdat er een ‘te milde’ straf was gegeven aan de 58-jarige christen Antonius Banwengan, die voor blasfemie terecht stond. Banwengan werd vorig jaar gearresteerd omdat hij een christelijk boek en christelijke folders verspreidde. Hij werd veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf maar meer dan 1000 betogers eisten zijn dood.

Twee dagen eerder werden eveneens op Java door zo’n 1000 mensen, 20 leden van de Ahmadiya-gemeenschap aangevallen met machetes en stenen. De beelden hiervan verschenen op YouTube, en deze films laten behalve vandalisme en brandstichting, zware mishandeling, steniging en het opjagen, knuppelen en doodslaan van weerloze Ahmadi zien. De beelden tonen ook de aanwezigheid van geüniformeerde personen. Drie mensen werden gedood en zes anderen raakten ernstig gewond.

Delen van de video waren zo gruwelijk dat mensenrechtenorganisaties besloten deze niet in z’n geheel te verspreiden. In 2006 werden er drie gewelddadige incidenten tegen leden van de Ahmadiyah-gemeenschap geregistreerd, in 2010 waren het 50 incidenten en 2011 is nu dus al begonnen met deze lynchpartij.

De regering heeft het geweld tegen de Ahmadi veroordeeld en dat wordt haar niet in dank afgenomen. Vandaag nog, 18 februari, kreeg ik bericht uit Indonesië over een demonstratie die werd gehouden op de grote rotonde nabij het bekende Hotel Indonesia in Jakarta. Zo’n 500 mensen protesteerden daar tegen de Ahmadiya. Men eiste dat hun geloof en bestaan zou worden verboden. Ahmadi werden ervan beschuldigd zelf de oorzaak te zijn van de rellen tegen hen. Om te voorkomen dat er geweld gepleegd zou worden, konden ze dus beter worden opgeheven. Een andere reden voor het verbieden van de Ahmadiya, die werd gegeven, was dat de gemeenschap een westerse invloed vertegenwoordigde en het Westen de vijand is. De demonstranten noemden president

Susilo Bambang Yudhoyono, ‘banci’, wat travestiet betekent en ze scholden hem uit voor lafaard, omdat hij de Ahmadiyah niet al lang geleden verboden had. Een voorman van de FPI, een organisatie die zoals gezegd door de Indonesische overheid financieel ondersteund wordt, stelde dat men de president tot aftreden zou dwingen als hij geen verbod uitvaardigde. Inmiddels bevestigt de Jakarta Globe de demonstratie.

Voorzichtig
Wie dus zegt dat hij Egypte een toekomst als Indonesië toewenst, zou daar toch nog eens over na moeten denken. Wees voorzichtig met wat je wenst. En wie zegt dat Indonesië nou typisch een goed voorbeeld is van het samengaan van democratie en islam, zoals Rutte doet, moet zich schamen. En wie, zoals Obama, een idyllisch beeld schetst van de Indonesische tolerantie, vertelt sprookjes voor de vaak. Wie meent dat de radicale islam in de meeste islamitische landen geen probleem is, omdat de islamisten daar politiek in de minderheid zijn, laat een belangrijk deel van het verhaal weg, namelijk het deel van de dagelijkse realiteit voor hele gewone mensen.

Een man van 58 die men dood wil hebben omdat hij een christen is, een islamitische minderheid die wordt afgeslacht en kerken en tempels die in brand worden gestoken. Indonesië is inderdaad een voorbeeld. Het leert ons dat wie blij en optimistisch is over de tolerantie van een land waar mensen vanwege hun geloof worden geïntimideerd, afgeperst en vermoord, zich lucht heeft laten verkopen dan wel zelf een verkoper van lucht is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden