Individuele humeuren en de toekomst van de planeet

Nu de klimaatconferentie aan de gang is in Kopenhagen, lijkt het me een goed moment om de komiek Fred Allen eens te citeren, beroemd van zijn radioshow in de jaren dertig en veertig van de twintigste eeuw....

Een conferentie, zei Allen, is een bijeenkomst van belangrijke mensen die elk afzonderlijk niets kunnen doen, maar gezamenlijk kunnen besluiten dat er allemaal niets aan gedaan kan worden. ‘A conference is a gathering of important people who singly can do nothing, but together can decide that nothing can be done.’

Zwartgallig? Ja, inderdaad. En het treft wel heel ongelukkig dat ik juist zo zwartgallig ben in de week van de conferentie in Kopenhagen, want als je de commentaren mag geloven, hangt de toekomst van de planeet volledig af van onze individuele humeuren. Dat wil zeggen, van de humores, de levenssappen zoals bloed, slijm en gal, die onze gemoedsstemming bepalen en ons dwingen dingen te doen of te laten. Als dat zo is, lijkt zwartgalligheid niet het beste humeur om de planeet mee te redden.

Om mezelf op te peppen grijp ik terug op Aristoteles, die al vroeg in de geschiedenis suggereerde dat juist de overvloed aan zwarte gal, de melancholie, samenhangt met bepaalde vormen van genialiteit. In de Problemata verbaast hij zich erover dat al die mensen ‘die uitzonderlijk zijn geweest in de wijsbegeerte, de politiek, de literatuur of de kunst’ bij nadere beschouwing steeds melancholici bleken te zijn.

Kijk, en zo troost je je dan. Door te denken dat het aan je geniale persoonlijkheid ligt dat je zo lamlendig bent. En het ligt vast ook aan de genialiteit van al die andere zwartgallige wereldbewoners dat ze er geen gat meer in zien. Dat ze de apocalyps onafwendbaar op zich af zien komen. De ijskap smelt, bergen verkruimelen, rivieren drogen op, de biodiversiteit neemt in hoog tempo af, en zo’n conferentie in Kopenhagen is een verzameling van geniale mensen die ook maar wat aanrommelen. Niets aan te doen.

De afgelopen week was dit nog wel het meest opmerkelijke van alle reacties op de klimaattop in Kopenhagen: vrijwel iedere commentator maakte van de bijeenkomst een temperamentkwestie. Omdat het voor een buitenstaander niet meer valt te overzien hoe de wetenschappelijke bewijzen van verval en verwording in elkaar steken, hangt het van je mentale instelling af hoe je over de toekomst denkt. Het glas is half leeg of half vol: of je denkt dat er niets kan worden gedaan of je besluit minder uitgebreid te gaan douchen.

Hoe zulke verschillen in temperamenten uitpakken bij een internationale conferentie zie je mooi uitgebeeld in de BBC-film The Girl in the Café uit 2005. Hier gaat het niet om een klimaattop, maar om een G8-top in Reykjavik, waar de wereldleiders bij elkaar komen om een eind te maken aan de armoede in de wereld.

De flegmatieke ambtenaar Lawrence ontmoet kort voordat hij naar Reykjavik vliegt de sanguinische Gina, en besluit haar mee te nemen, voor de gezelligheid. Hij met zijn trage flegma en zij met haar bruisende bloed: de levenssappen mengen niet meteen.

En dus ontvouwt zich dezelfde rolverdeling als altijd, of het nu gaat om de huidige klimaattop in Kopenhagen, de recente ministeriële conferentie van de Wereldhandelsorganisatie WTO in Genève, of een armoedeconferentie in Reykjavik. Bij de officiële delen van de conferentie overheersen flegma en zwarte gal, verpakt in de gebruikelijke retoriek: je snapt dat de conferentie niets gaat opleveren, maar iedereen doet zijn best slagvaardig te lijken. Buiten op straat en in de wandelgangen nemen de sanguinische temperamenten het woord: die willen dat er iets gebeurt, en wel nu!

In de film is het Gina die de gezapige stemming verstoort met haar warmbloedigheid. Ze verwijt haar vriend Lawrence, de politici en de ambtelijke top dat armoede niet zal verdwijnen zolang de schuldenlast van de arme landen niet wordt kwijtgescholden door het rijke Westen. Omdat het een film is, heeft haar verwijt uiteindelijk wel effect, maar in de recensies zijn de filmcritici erg verdeeld over Gina. Volgens de een is ze een warme persoonlijkheid met het hart op de juiste plaats, volgens de ander is ze een oversimplificerende en naïeve hysterica.

Nu de internationale topconferenties door filmmakers en journalisten worden geanalyseerd aan de hand van de vier temperamenten – het flegmatische, het sanguinische, het cholerische en het melancholische type – kan het geen kwaad eens dieper na te denken over de melancholie. Hoe komt het dat zoveel mensen de kwestie van het klimaat zo zwartgallig tegemoet treden? Waarschijnlijk vanwege het gevoel van machteloosheid dat van oudsher samenhangt met de melancholie.

In de tijd van Aristoteles waren het niet voor niets de uitzonderlijke politici en wijsgeren die als melancholisch te boek stonden: zij wisten het meest over de wereld en stuitten bij het ingrijpen in de wereld op hun eigen beperkingen. Dat gevoel van tekortschieten leidde tot disengagement, het afwenden van de wereld en het verlies aan levenslust.

Tegenwoordig, nu iedere burger veel meer weet dan de politici toen, is ook het gevoel van machteloosheid democratisch verdeeld. Wat de burger daarom nodig heeft om in beweging te komen, is geen verwijt, geen schuldgevoel, geen moralisme, maar beslissingsmacht.

Gelukkig schreef columnist Ellen Goodman zojuist dat de mensheid nog één doeltreffende manier rest om de planeet te redden: geen kinderen krijgen. En dat is een warmbloedige oplossing die zelfs mij, in al mijn melancholie, volop beslissingsmacht geeft. Ik ga er meteen aan beginnen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden