Indische Nederlanders spreken met ministeries over toekenning Verzetsherdenkingskruis Ex-Glodok-gevangenen strijden voor erkenning

Erkend als verzetsstrijders, terwijl hun het Verzetsherdenkingskruis werd geweigerd. In die bizarre situatie verkeren ruim honderd Indische Nederlanders die tijdens de Japanse bezetting van het toenmalig Nederlands-Indië waren geïnterneerd in de Glodok-gevangenis in Batavia....

Van onze verslaggeefster

Jet Bruinsma

AMSTERDAM

De Vereniging Ex-Glodok-gedetineerden 1944-1945 wil dat deze ongerijmdheid wordt rechtgezet, maar jarenlange onderhandelingen met de overheid hebben tot dusver niets opgeleverd. Dezer dagen bespreken ambtenaren van de departementen van Defensie, Binnenlandse Zaken en VWS de kwestie voor de zoveelste keer. Maar in Den Haag overheerst de twijfel over de kans op succes.

Want áls de Glodok-groep alsnog het Verzetsherdenkingskruis krijgt toegekend, welke andere oorlogsvervolgden zouden er dan nog meer kunnen komen met claims? Juist die vrees voor mogelijke nieuwe aanspraken van andere dan de ex-Glodok-gevangenen maakt de overheid huiverig. De jarenlange strijd van de Vereniging Ex-Glodok-gedetineerden 1944-1945 is dan ook tot dusver zonder resultaat gebleven.

Vast staat dat vanaf het najaar van 1944 in toenmalig Nederlands-Indië enkele honderden Indische Nederlanders tussen 16 en 23 werden opgepakt door de Japanse bezetter omdat zij weigerden hun loyaliteit ten opzichte van Japan uit te spreken. Ze werden opgesloten in de oude en vervuilde Glodok-gevangenis in Batavia.

Rijksgeschiedschrijver dr. Lou de Jong meldt in deel 11b van zijn standaardwerk dat in Glodok 80 van de 350 geïnterneerden stierven. In de Tjipinang-gevangenis, waar de zieken werden geïnterneerd, was het sterftepercentage aanzienlijk hoger: 300 van 700 overleefden het verblijf in de cel niet. 'Wat ze hebben doorstaan, is niet tot in bijzonderheden bekend. Er is geen enkel verslag. Vermoedelijk zijn ze verhongerd.'

Het protest tegen de Japanners en het verblijf in de Glodok-gevangenis werd in de jaren tachtig niet gezien als verzet. De commissie die moest beoordelen wie er recht had op het Verzetsherdenkingskruis, dat bij Koninklijk Besluit van 1980 werd ingesteld, wees verzoeken van voormalige Glodok-gedetineerden af. Beroep tegen dat besluit was niet mogelijk. Na 1 april 1984 was aanmelding voor het Verzetsherdenkingskruis niet meer mogelijk. Het comité dat de aanvragen moest beoordelen werd per 1 januari 1998 ontbonden. Er zijn in totaal 15.500 Verzetsherdenkingskruisen uitgereikt, waarvan 500 vanwege in Nederlands-Indië gepleegd verzet.

Maar in 1986 kwam er een herkansing. Op 16 mei van dat jaar werd de Wet Buitengewoon pensioen Indisch Verzet (de WIV) van kracht. Dat was de laatste van alle wetten die een pensioen of uitkering mogelijk maakten voor de verschillende categorieën verzetsstrijders en oorlogsslachtoffers. Een kleine 140 Glodok-gedetineerden vroeg een verzetspensioen aan. Dit keer hadden ze meer succes: de meesten van hen werden in de jaren negentig alsnog erkend als verzetsstrijder. Dat gebeurde pas nadat ze tegen een afwijzing in beroep waren gegaan bij de Centrale Raad van Beroep.

Maar het Verzetsherdenkingskruis kregen ze niet. Het argument was dat het Comité VHK niet langer bestond. Voor de Kolonel der Cavalerie buiten dienst J. Meyer, voorzitter van de Vereniging Ex-Glodok geïnterneerden, was de maat vol. Maar zijn protesten bij het ministerie van VWS (verantwoordelijk voor verzetsstrijders en oorlogsslachtoffers) en bij minister Dijkstal van Binnenlandse Zaken bleven zonder resultaat.

VWS liet weten dat er een ruimhartig beleid is gevoerd, niet alleen voor het VHK, maar óók bij de Verzetsster Oost-Azië. Er is inmiddels toch een Wet Indische Verzetspensioenen? En sinds 1988 bestaat er een Indisch Monument. Daarnaast is het steeds moeilijker om aanspraken op waarheid te toetsen.

De toenmalige minister Dijkstal schreef eind vorig jaar aan het Indisch Platform, dat gewaakt moet worden voor een overlapping van het Verzetsherdenkingskruis met het 'in 1992 heropende Mobilisatie Oorlogskruis'. 'Van dubbel decoreren kan natuurlijk geen sprake zijn.' Kolonel Meyer heeft geprobeerd de bewindslieden uit te leggen dat de regels dubbel decoreren juist verbieden. Wie het ene kruis heeft, komt automatisch niet in aanmerking voor het andere. Tot dusver tevergeefs.

Misschien moet het geharrewar over de verzetsonderscheiding ook gezien worden tegen de achtergrond van de geringe omvang en het gebrek aan kennis over het Indisch verzet. Door de massale internering in de Jappen-kampen en in onder andere de Glodok-gevangenis, waren er weinig mogelijkheden voor verzet.

Desondanks schat De Jong - mede aan de hand van Japans bronnenmateriaal - het aantal Nederlandse en Indisch-Nederlandse verzetsstrijders op enige duizenden. Maar zijn 'meelezers' en collega's bleken dat niet allemaal met hem eens. In deel 14 van zijn geschiedwerk (de reacties) wordt de historicus Barnouw van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie geciteerd die zich afvraagt of je uit het feit dat er zo bijzonder weinig bekend is over het Indisch verzet, niet moet afleiden dat er ook bijzonder weinig gebeurd is.

Meyer geeft de moed echter niet op en de ambtenaren in Den Haag ook niet. Een van hen zegt: 'Zij blijven het proberen en wij blijven het uitzoeken.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden