Indisch meisje

Ze is sterk en levenslustig, zoals alle vrouwen in haar Indische familie. Blijvend jong, ook op haar 80ste. Yvonne Keuls ontvangt op 24 mei de Haagse Cultuurprijs. Een eerbetoon aan de schrijfster.

GRETA RIEMERSMA

Schrijfster Yvonne Keuls is onlangs 80 jaar geworden, wie aan haar vraagt of ze het niet erg vindt om ouder te worden, kan als antwoord krijgen: 'Ik vind het wel grappig.'

Grappig?

'Ik denk er nooit bij na. Ik denk aan wat ik aan het doen ben en niet of ik het kan. Ik kan het. Dan ga ik toch niet denken: ik zit hier 80 te zijn? Helemaal niet. Als ik de tuin moet omspitten, spit ik de tuin om.'

Maar het leven wordt korter als je ouder wordt, vindt u dat geen vervelende gedachte?

'Wie zegt dat? Wie zegt hoe oud jij wordt en hoe oud ik word? Misschien word ik wel 104. Ik heb tantes in Indonesië die 103 en 104 zijn. Die zijn alleen wat dover dan vroeger. En ook in Den Haag heb ik nog een tante. Toen ze 103 werd, zei ik tegen haar: 'Tante Prul, wat geweldig dat jij er nog bent.' En toen zei ze (Keuls met Indisch accent): 'Ik vind het ook erg goed dat jij er nog bent, hoor.'

En tante Prul heeft nergens last van?

'Helemaal niet! Ik zal je iets anders vertellen. Mijn moeder was 96 en ze was gekrompen en moest verzorgd worden, maar ze was glashelder. Er zaten familieleden om haar heen die jonger waren en allemaal zaten te zaniken over hun kwalen. En ineens zegt mijn moeder (weer met accent): 'En nou afgelopen. We hebben allemaal wat.'

'Ik zei tegen mijn moeder: 'En wat heb jij?' 'Ik heb niks', zei ze.'

Kortom: niet zeuren, gewoon doorleven?

'Dat zou ik zeggen, ja. En lol hebben in je leven. Je verantwoordelijkheden niet ontlopen, maar wel lol hebben.'

Ze is nog helemaal de Yvonne Keuls van dertig, veertig jaar geleden, toen ze bij het grote publiek bekend werd met boeken als Jan Rap en z'n maat, De moeder van David S. en Het verrotte leven van Floortje Bloem. Als ze de deur van haar huis aan de Haagse Beeklaan opendoet, zegt ze: 'Ik moet steeds meer mijn best doen om op mezelf te lijken' - maar dat is óf goed gelukt óf gewoon niet waar. Ze is een vrouw op leeftijd, maar het moet gezegd: beslist niet iemand die je 80 geeft.

Op haar advies moet de gast eerst even bijkomen. 'Je krijgt soep, zo doen wij dat in de familie', zegt ze, terwijl ze in haar strakke broek en fleurige bloes naar het fornuis loopt. Aan de keukentafel vertelt ze dat haar drie dochters, hun mannen en kinderen elke maandagavond bij haar en haar man Rob eten. Ook dat gaat zo in de familie.

Ze heeft vier alweer grotere kleinkinderen die ze hoogstpersoonlijk opspoort als ze zich in de nesten hebben gewerkt. 'Je kunt weglopen wat je wilt', zegt ze tegen hen, 'maar je oma komt je achterna en sleurt je mee.'

Haar huis is gevuld met bloemen, kussens, schilderijen, kindertekeningen, kroonluchters, boeken, schemerlampen, tapijten en kleedjes, maar wat vooral opvalt is de stortvloed aan familiefoto's overal.

Er zitten veel zwart-witbeelden tussen uit Nederlands-Indië, waar Yvonne Keuls op 17 december 1931 werd geboren uit een joods-Nederlandse vader en een Indische moeder. In 1938 vertrok het gezin naar Den Haag omdat haar vader tbc had en hier zou Keuls de rest van haar leven blijven wonen.

Op 24 mei krijgt ze de Haagse Cultuurprijs uitgereikt, omdat ze volgens de gemeente Den Haag van groot cultureel belang is geweest voor de stad (ze mag 25 duizend euro besteden aan iets dat met haar werk te maken heeft).

Het Letterkundig Museum in Den Haag heeft tot en met 28 mei een expositie aan haar gewijd en haar uitgeverij Anthos gaf een schrijversprentenboek over haar uit, Gedragen op de wind.

Het zijn allemaal initiatieven ter ere van haar 80ste verjaardag, maar volgens Keuls is er ook op andere momenten nog volop aandacht voor haar persoon. Ze wordt veel gevraagd voor optredens, zegt ze, al gaat ze niet meer overal op in.

En hoe zit het met de jongere lezers? Als ik jongeren vertelde dat ik u ging interviewen, was soms de reactie: 'Yvonne Keuls, wie is dat?'

'Er wordt minder gelezen dan vroeger, dat is het punt. Maar ik krijg nog steeds briefjes en telefoontjes van jonge mensen die zeggen: 'Ik heb nu eindelijk een boek gelezen dat ik leuk vind.'

Wordt uw bekendheid toch niet wat minder? Misschien dat er bij mensen nog een lampje gaat branden bij Jan Rap en zijn maat, maar gebeurt dat ook bij uw andere boeken?

'Ik ben geen onderzoeker. Ik kan alleen op de afrekening van mijn uitgeverij zien dat mijn boeken nog steeds goed worden verkocht. En van de bibliotheken krijg ik leenrechten die ook goed zijn.'

Schrijft u nog steeds?

'Ja.'

U heeft de pen niet neergelegd?

'Nee, waarom zou ik dat doen?'

Omdat u het zelf al meerdere keren heeft aangekondigd.

'Dat doe ik na elk boek. Ik denk steeds: nu houd ik echt op, dit kan zo niet. Maar er gebeurt altijd iets waarover ik iets wil zeggen.'

Bent u nu bezig met een nieuw boek?

'Ja, maar ik praat nooit over een boek dat nog niet klaar is.'

Ik heb zo'n idee waar het over gaat.

Glimlachend: 'Waar gaat het dan over?'

Toen ik u in het verleden belde, heeft u verteld dat u nogal bezig bent met Indische vrouwen en waarom die over het algemeen zo ontzettend oud worden.

'Je schrijft altijd een boek omdat je in een bepaalde fase terecht bent gekomen.'

In welke fase zit u nu?

'Over het boek ga ik niets vertellen.'

Waarom worden Indische vrouwen zo oud?

'Ze verstaan de kunst om zich te concentreren op het moment dat ze leven. Ze staan zo organisch in het leven, net als de zee die komt en weer gaat.'

En Indische mannen hebben dat niet? Die moeten oorlog voeren of zo?

'Ja, mannen moeten altijd oorlog voeren. Maar ze moeten ook werken en daarbij hoort dobbelen en drinken. Ze krijgen allemaal slechte eigenschappen.'

De man van een van uw tantes in Indonesië is tijdens de Tweede Wereldoorlog onthoofd, toch?

'Ja, ze zei tegen mijn moeder: 'Kassian (zielig), ze hebben hem onthoofd en ik zag zijn hoofd even later in de kali (rivier) voorbijkomen, vreselijk.' En mijn moeder, die de oorlog in Nederland had meegemaakt, antwoordde: 'Ja vreselijk, maar je hebt het tenminste wel warm gehad.' En toen gierden ze het uit van de lach.'

Die vrouwen konden lachen?

'Je moet niet denken dat mijn tante van boosheid opstond en wegging.' Ze wijst naar een foto van weer een andere tante, die de bladeren uit de gordijnen knipte om daarmee haar zwarte bloes op te vrolijken. De gordijnen bleven rustig met gaten erin hangen. Tante Oebi werd ze genoemd, zoete aardappel, met het oog op haar mollige postuur.

'En maar gillen van de lach', zegt Keuls, zelf grinnikend.

Haar Indische wortels is Keuls pas op latere leeftijd gaan onderzoeken. Daar ging veel aan vooraf; in totaal heeft Keuls tachtig titels op haar naam staan.

Vanaf 1960 schreef ze voor toneel, waarna ze in 1969 De boeken der kleine zielen van Louis Couperus bewerkte voor televisie. Het was de eerste grote dramaserie, nog in zwart-wit, en daarna volgden tv-bewerkingen van De koperen tuin van Vestdijk en Klaaglied om Agnes van Marnix Gijsen. De roem die dit opleverde, bracht haar op scholen voor lezingen. Daar werd ze geconfronteerd met kinderen aan de drugs, die zwierven omdat er nergens plek voor hen was.

Het zou indirect leiden tot haar doorbraak bij het grote publiek. Keuls trok zich het lot van de kinderen aan en richtte een opvanghuis op. De ervaringen die ze hier opdeed, verwerkte ze in haar eerste boek over sociale misstanden: Jan Rap en z'n maat dat in 1977 verscheen en een bestseller werd. Daarna volgden meer verkoopsuccessen over nog meer probleemkinderen. Het was het soort boek dat in die dagen nauwelijks bekend was en Keuls werd door de literaire kritiek dan ook niet serieus genomen of neergesabeld. Intussen heeft literatuurmedewerker Janet Luis van NRC Handelsblad geconstateerd, in het schrijversprentenboek over Keuls, dat zij de pionier is geweest van het betere straatverhaal.

Haar laatste 'sociale' boek, Annie Berber en het verdriet van een tedere crimineel (1985), werd een rel omdat ze er de pedofiele praktijken van de Haagse kinderrechter Rueb in beschreef, overigens zonder zijn naam te noemen. Justitie en een groot aantal lezers beschuldigden haar van smaad, de man werd eervol ontslagen, maar nooit berecht.

De echtgenoot van schrijfster Hella Haasse, jurist Jan van Lelyveld, steunde haar weliswaar met een brief aan de Hoge Raad, maar die mocht ze van Haasse pas onlangs publiceren in datzelfde schrijversprentenboek.Na die zaak was voor Keuls de lol van het beschrijven van sociale misstanden af.

Psychiater Huib Drion raadde haar aan na te gaan wat voor kind zij was geweest omdat ze zich zo enorm had beziggehouden met de problematiek van andere kinderen. Dat was het begin van een stroom meer persoonlijke boeken over haar jeugd in Indië, de Tweede Wereldoorlog in Nederland en haar leven daarna.

Als u nu terugkijkt, waarom werd u zo aangetrokken door misstanden, vooral met jongeren?

'Ik ben erachter gekomen dat ik een oorlogskind was dat nooit iets met die oorlogsgeschiedenis had gedaan.'

U trok zich het lot van die jongeren aan omdat u zich kon voorstellen hoe zij zich voelden?

'Zo ben ik in elkaar gaan zitten. Ik begreep wat er met die kinderen aan de hand was.'

U heeft de Hongerwinter meegemaakt.

'Precies, en mijn vader was jood. Hij is uit huis gehaald met de grote razzia in Den Haag op 21 november 1944. Hij was gewoon thuis. Dat kon nog, omdat hij een gemengd huwelijk had en valse papieren. De Duitsers waren niet naar hem op zoek, maar ze vonden hem en namen hem mee. Al gauw zagen ze dat hij tbc had, hij had longbloedingen. Toen is hij weer uit de auto gezet en is hij thuisgekomen.'

Weet u nog dat uw vader uit huis is gehaald?

'Dat heb ik gezien. Ik stond tussen de jassen in de gang en zag hem naar beneden komen.'

U dacht: ik zie hem nooit meer terug?

'Ja, het is gek, ik heb dat 45 jaar later opgeschreven, in Daniel Maandag. Dat zegt genoeg. Ik heb het zolang in mezelf verankerd, pas veel later kon ik het losmaken en woelde het zand op.'

Hoelang heeft het na die razzia geduurd voor uw vader een overdosis pillen slikte?

'Een week. Hij heeft een brief achtergelaten en die is mij voorgelezen. Er stond in dat hij niemand blameerde, maar dat hij ziek was en binnenkort toch zou sterven. En hij wist ook dat hij in deze Hongerwinter het eten opat van zijn kinderen en dat vond hij onverdraaglijk. Hij had er volkomen vrede mee... hij heeft Sonoril geslikt... ik heb de buisjes nog gezien. Toen is hij niet meer wakker geworden.'

Hoe kijkt u nu op die daad terug?

'Een begrijpelijke daad, passend bij zijn karakter. Hij was een onkreukbare man. Hij zag dat wij eten nodig hadden, ik had zelf tbc, die pas is genezen toen de Canadezen kwamen met medicijnen. Hij wilde niet het ongeluk zijn van een ander.'

En toen moest de Hongerwinter nog komen.

'Die heb ik moeten doormaken met een moeder die niet voor zichzelf kon zorgen en niet voor haar kinderen. Ja, zo was ze gewoon. Ze zal het wel gekund hebben, maar ik heb haar nooit zien koken.'

Ze waste toch ook nooit? Ze kocht voortdurend nieuwe lakens.

'Dat is ons geluk geweest. Want al die lakens heb ik als kind van 12 met een sleetje naar het Westland gebracht waar ik ze ruilde voor eten. Ik droeg kranten op mijn lijf om warm te blijven. En geen schoenen hè? Mijn voeten groeiden en dus knipte ik van mijn kaplaarzen de punten af, waar dan een oude binnenband overheen werd gelegd. Het is onvoorstelbaar wat een verantwoordelijkheden ik had als kind. Mijn broers waren ondergedoken, mijn oudste zus zat in het verzet en ik was de enige thuis die voor mijn moeder kon zorgen.'

U heeft in uw latere boeken veel aandacht besteed aan de moeizame verhouding met uw moeder.

'Mijn moeder vond het de gewoonste zaak van de wereld dat ze beslag kon leggen op haar kinderen en ik was een westerse vrouw geworden. Toen ze de laatste tien jaar van haar leven botontkalking kreeg, wilde ze dat haar kinderen bij haar zouden blijven. Maar wij dachten: we zetten iemand naast haar, een juffrouw. Nou, we hebben 120 juffrouwen gehad, ze heeft ze allemaal weggepest. Ze wilde alleen haar kinderen naast zich hebben. En dan zei ze nóg: 'Aan je kinderen heb je werrrkelijk niks. Hans, laat de hond uit.''

Wie was Hans?

'Mijn broer. Ja, je lacht je rot. En door haar oosterse instelling waren mannen belangrijk voor haar, haar zonen waren haar oogappels. Maakt niet uit hoor, ik was dol op mijn broers, maar dat hield wel in dat studeren er niet bij was voor meisjes en dat ze in de buitenwereld niet meededen. Je moest je bescheiden opstellen.'

Wat vond ze ervan dat u ging schrijven en uw stukken op televisie kwamen?

'Daar wilde ze niets van weten. Heel hypocriet, ze keek wel naar mijn bewerking van Louis Couperus, maar waarom? Om de hoeden en de kleding, en omdat ik een beetje naam begon te krijgen. Dan kwam er een tante op bezoek en die zei: 'Hoe is het met Vonneke?' En dan antwoordde mijn moeder: 'Goed, ze heeft nu een dienstmeid.' Keuls lacht. 'Ze heeft een dienstmeid! Niet wat ik schreef was belangrijk, maar een dienstmeid.'

Is het goed gekomen tussen jullie?

'Ja. Ik ben over haar gaan schrijven. Daardoor heb ik haar leren waarderen zoals ze was en terug kunnen brengen naar de plaats waar ze vandaan kwam. Ik besefte dat zij een weeskind was. Ze is opgegroeid bij de zusters Ursulinen op Java, in Salatiga. Ze moest zorgen dat zij niet ondergesneeuwd werd en iets in zichzelf zoeken wat ze goed kon. Ze moest uitblinken. Dat deed ze met verhalen vertellen.'

Ze was een meesterlijk vertelster?

'Ze sleepte ons als kinderen overal doorheen met haar vertelkracht. Vertellen is een kracht, hè? Dat zijn dingen die ik uit dat land heb gehaald, Indonesië, toen ik ernaartoe ben gegaan om uit te zoeken wat voor kind ik ben geweest. Het is daar donker om zes uur en dan deden de mensen vroeger een lampe tepplok aan, een walmend olielampje waar de vliegjes op af kwamen. Je kon er niet bij te lezen, dus daar zat je. Wat moest je? Vertellen.'

Was u zonder zo'n vertelster als moeder ook schrijfster geworden?

'Het verhalen vertellen heb ik van haar. Maar je kunt ook zeggen: als ik niet op mijn 14de een leraar Engels had gehad die mij met Dickens in aanraking bracht, wat bij mij insloeg als een bom, dan was ik misschien ook geen schrijfster geworden.'

Heeft u al dat eerdere werk nodig gehad om meer persoonlijke boeken te schrijven, om dichter bij dingen te komen die pijnlijk waren?

'Ja, en nu komt het allerpijnlijkste.'

Doodgaan.

'Dat moet pijnlijk zijn. Niet dat ik het erg vind, want ik zal een moment krijgen dat ik het goed vind om het leven achter me te laten.'

Aan de telefoon zei u gekscherend dat u nog véél ouder wordt, maar u bent dus toch wel met de dood bezig.

'Maar dat kun je niet als kop boven je stuk zetten. Ik ben er niet dagelijks mee bezig, ik heb nog steeds levenskracht. En vergis je niet in de kracht van de creativiteit. Ik zit iedere dag in mijn werkkamer en ik sleep mezelf daar niet naartoe. Ik ben altijd benieuwd wat er gaat komen.'

Bent u in de loop van uw leven Indischer geworden?

'Nee, niet Indischer, ik heb ontdekt dat ik het Indische in me heb. Ik heb blootgelegd wat erin zat en ik ben nog steeds aan het blootleggen.'

Waarin uit zich dat Indische?

'De geschenken die ik heb gekregen van mijn moeder. Het tijdloze van haar, dat gewoon maar een beetje zitten, naar haar nagels kijken, zingen. 'God, wat hebben die Hollanders toch een haast', zei ze soms. 'Zo vervelend. We hebben allemaal een opdracht en als je haast hebt, is je opdracht eerder klaar en ga je eerder dood.' Keuls schatert het uit.

En de andere geschenken?

'Ze had het over de weldaad van de aanraking, bij een begroeting deed ze altijd haar twee handen om een uitgestoken hand. Maar voorál was belangrijk: het geheim achter de woorden. Je moet de dingen laten zijn zoals ze zijn. Je moet weten dat wat iemand zegt, niet alles is. Er zit meer achter. Dat mag je wel ontrafelen, maar je moet niet willen dat de ander dat beaamt. Het mag zijn of haar geheim blijven. Ik vertel jou dingen, maar jij moet zelf maar uitzoeken hoe het precies zit.'

En heeft dit er allemaal aan bijgedragen dat u nu zo kwiek tegenover me zit?

'Dat weet ik niet. Dat maak jij ervan.'

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden