Indiërs verdienen in Oeganda het geld, maar tellen toch niet mee

De Bayindi, Oegandezen van Indiase afkomst, willen graag officieel als stam worden erkend. Niet iedereen vindt dat een goed idee. 'Ze hebben een economische voorkeurspositie uit de koloniale tijd. Dat wekt weerstand.'

Terwijl een Indiase ploegbaas toekijkt, sjouwen Oegandezen in Jinja zakken suiker naar een vrachtauto. Beeld Sven Torfinn / de Volkskrant

Sanjiv Patel weet hoe het voelt om er niet bij te horen. Hij zit in zijn kantoortje aan Kampala Road, de kransslagader van de Oegandese hoofdstad. In 1972 werden hier de Indiase middenstanders op straat gezet, zo'n zestigduizend mensen werden het land uitgegooid door de dictator Idi Amin. 'Ik herinner me dat ik met mijn ouders in het vliegtuig zat, voor ons vertrek', zegt Patel, die destijds 7 jaar oud was. 'Ik zag onze bagage in de regen staan.'

De herinnering aan die verbanning vormt een drijfveer achter het onlangs ingediende verzoek van Indiërs in Oeganda, de Bayindi, om officieel als stam te worden erkend. Overigens namen de uitgezette Indiërs hun plek al in de jaren tachtig weer in, toen ze van Oeganda's nieuwe president Yoweri Museveni terug mochten komen. Sanjiv Patel heeft nu een bedrijfje in verzekeringen, vuurwerk en landbouwzaad. Maar erkenning als stam zou toch nuttig zijn, zegt Patel als woordvoerder van de Indian Association of Uganda.

'Het draagt bij aan het gevoel dat we er werkelijk bij horen', zegt Patel. 'Sociaal, economisch, politiek. In 1972 zei men: de Indiërs zijn hier wel, maar ze maken niet echt deel van ons uit. Dat we nu een stam willen worden, laat zien dat we echt willen integreren. Elke Oegandees heeft een stam.'

Hindoetempel

Erbij horen, ergens onderdeel van zijn. Het zijn universele vraagstukken, die raken aan kwesties als identiteit, immigratie en integratie. De Indian Association of Uganda laat zich in haar streven naar erkenning inspireren door buurland Kenia, waar de Kenianen met Indiase wortels in juli formeel de 44ste tribe werden.

Maar veel Oegandezen zitten volstrekt niet te wachten op erkenning voor de Indiërs. 'Never the twain shall meet', dichtte Rudyard Kipling in 1889 over Oost en West, en zo'n gevoel ontstaat steevast als het gaat om de relatie tussen de Afrikaanse Oegandezen en landgenoten met Indiase wortels.

Oegandese schilders ingehuurd door Indiërs renoveren een Hindu tempel in Jinja, Oeganda Beeld Sven Torfinn / de Volkskrant

In de drukke omgeving van Kampala Road ligt de hindoetempel Shree Sanatan Dharma Mandal, met zijn marmeren vloeren, plastic rozen en beelden van de goden Hanuman, Shiva en Krishna. Bewaker Richard is een Afrikaanse Oegandees. 'Idi Amin had gelijk', zegt hij. 'Indiërs behandelen ons Oegandezen als slaven.' Het is geen goed idee ze er opnieuw uit te trappen, zegt Richard, omdat hij zonder de Bayindi zijn schamel betaalde werk zou verliezen. Maar: 'Ze kunnen nooit een stam worden. Het zijn geen Oegandezen.' Buiten gehoorsafstand zitten twee Indiërs op een bankje.

Binnen in de meer dan zestig jaar oude tempel schenkt Gideon Nyende melk uit een zilverkleurig kannetje in een kom, ter voorbereiding op een gebedsdienst. Ook Nyende wordt ingehuurd door de Indiërs. 'Ze betalen heel weinig', zegt hij. 'Maak ze geen stam. Ze staan ons geen gemengde huwelijken toe. Een Indiër kan een Afrikaanse vrouw trouwen, maar een Afrikaan kan geen Indiase vrouw trouwen.'

Er zijn in Oeganda 25 duizend Indiërs op een bevolking van meer dan 35 miljoen, volgens cijfers van de Indian Asso-ciation. Deze 0,07 procent van de bevolking is wel goed voor zo'n 70 procent van de belastingopbrengsten. Indiase Oegandezen runnen banken, hotels, landbouwbedrijven en fabrieken.

Beheerder Jitesh Jethwa van de hindoetempel - vierde generatie in Oeganda - zegt de weerstand daarom wel te snappen. De Indiërs verwierven in de koloniale tijd een economische voorkeurspositie, zij produceerden namens de Britten de koffie en de suiker. De Oegandezen waren slechts werklui. De deels overerfde privileges doen in de verte denken aan Zuid-Afrika, waar een kleine blanke minderheid nog het overgrote deel van de economie bestiert, terwijl veel zwarte bewoners in armoede leven.

'Indiërs die een stam willen worden, voelen zich onzeker', zegt Jethwa. 'Ze zijn economisch sterk en dat zorgt voor aversie.' Zijn Oegandese bureau-assistent verlaat stilletjes het kantoor, wetend waar het gesprek over gaat. Dan zegt Jethwa dat Oegandezen 'niet hard willen werken'. Ze willen 'snel geld', zegt hij.

Gedenkzuil

Negentig kilometer ten oosten van Kampala ontspringt de Nijl. Op de uitbundig groene plek waar de Brit John Hanning Speke in 1862 het Victoriameer zag overgaan in de rivier, staat een gedenkzuil. Het strategisch belang van de rivier voor de stroomafwaarts gelegen landen Soedan en Egypte stimuleerde de Britten tot de aanleg van een spoorlijn van de Indische Oceaan naar de 'bron van de Nijl'. Voor de aanleg van de spoorlijn brachten de Britten uit hun andere koloniën Indiërs over, in wier kielzog in 1918 ook de grootvader van Sanjiv Patel meekwam. Het in onbruik geraakte spoor ligt er nog altijd, bij het stadje Jinja.

'Idi Amin kwam hier soms lunchen', zegt Mayur Madhvani in het oude kantoor van zijn suikerfabriek bij Jinja. Zijn oud-oom Vithaldas stapte in 1893 in Kenia van de boot en volgde enkele jaren later het koloniale spoor de binnenlanden in om er een klein winkeltje te beginnen. Het hedendaagse familie-imperium draait om een 4.000 hectare grote suikerrietplantage met vierduizend woningen voor Oegandese werknemers. Er zijn scholen, pompstations en pinautomaten. Wat Philips is voor Eindhoven, is Madhvani voor Jinja.

Het ironische voor Mayur Madhvani is dat Amin, die hier ooit gezellig op de lunch kwam, zijn familie het land uitzette in 1972. 'Ik werd hier geboren in 1949, Oeganda is voor mij thuis', zegt hij. 'Soms zou je willen dat je zwart was.' In zijn achterhoofd spelen soms vragen over het Oeganda van na de huidige president, de 73-jarige Museveni, aan wie de Bayindi hun terugkeer te danken hebben. 'We rekenen nergens op', zegt Madhvani, denkend aan 1972. Zijn neef Roni, die eveneens in het familiebedrijf werkt, drukt het zo uit: 'Leven in Oeganda is als vliegen in dichte bewolking zonder radar.' Je weet niet zeker of je veilig landt.

Onder toeziend oog van een Indische manager houdt een Oegandees het productieproces in de gaten in een suikerfabriek, onderdeel van het zakenimperium van de Madhvani familie. Beeld Sven Torfinn / de Volkskrant

Schijnzekerheid

Mayur Madhvani ziet in elk geval weinig in het idee van een aparte stam voor de Bayindi. Het creëert volgens hem schijnzekerheid. 'Sterker, je segregeert mensen ermee', zegt hij. Voor Oegandezen heeft Madhvani respect, voegt hij nog toe. 'Ons familiebedrijf betaalt belasting, financiert scholen en verstrekt studiebeurzen. En we scheppen werk.'

In een fabriekshal op het enorme Madhvani-terrein komen jonge Oegandese mannen in groene overalls in actie wanneer er een vrachtwagen komt voorrijden. Zakken suiker van 25 kilo torsen ze op hun nek de wagen in. Een Indiase opziener kijkt toe. De Oegandezen verdienen per zak 100 shilling, 2 eurocent.

In het stadje Jinja verft Allan Mukose met andere Oegandezen de hindoetempel Satya Narayan. Oude Indiërs, nieuwe Indiërs; wel een stam, niet een stam - voor Mukose is het één pot nat. 'De Indiërs betalen weinig en geven ons geen eten', klaagt hij, nadat hij zich heeft afgezonderd van de Indiërs bij de tempel. Mukose komt naast een bronzen beeld van Mahatma Gandhi staan. Een plakkaat legt uit dat in 1948 een deel van Gandhi's as werd verstrooid in de Nijl, op een steenworp afstand. Mukose: 'Ik hou van Amin.'

Oegandezen sjouwen zakken suiker onder toeziend oog van een Indische ploegbaas in een suikerfabriek, onderdeel van het zakenimperium van de Madhvani familie. Beeld Sven Torfinn / de Volkskrant
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.