Indianen van Chiapas zijn gelovig, ja. Maar rooms?

Het begrip godsdienstoorlog tussen volgelingen van een en dezelfde God moet in Chiapas heel letterlijk worden genomen. Onder de vlag van hun eigen sektarische overtuiging doen de indianen in het zuiden van Mexico niets liever dan elkaar de hersens inslaan....

Van onze correspondent Cees Zoon

'Christus is de Koning van Chiapas.' Het metershoge bord langs de weg door de bergen wijst de reiziger er nadrukkelijk op dat hij devoot terrein betreedt. Hier is hij niet langer alleen, maar wordt hij gesteund door God en Diens Zoon, net als alle inwoners van de zuidelijkste staat van Mexico.

Ook zonder het verlichtende bord kan het niemand ontgaan dat het geloof in deze streken een rol van eminent belang speelt. In de dorpen aan de weg staat de ene kerk naast de andere, grote koloniale bouwwerken, sobere nieuwbouw en armetierige houten bouwsels. Normaal, zou je zeggen, want Mexico is als goede Latijns Amerikaanse natie natuurlijk trouw aan de kerk van Rome.

Het telt, meldde de Mexicaanse bisschoppenconferentie onlangs trots, 89 miljoen 664 duizend gedoopte katholieken. Geen slechte score voor een land met iets meer dan honderd miljoen inwoners.

Maar in Chiapas blijkt dat die cijfers met scepsis moeten worden bekeken. Gelovig ja, maar rooms? De Heer heeft hier kostgangers van de meest uiteenlopende gezindten, en de kerkgebouwen weerspiegelen de veelheid aan stromingen: er zijn rooms-katholieken en traditionalistische katholieken, en Jehova's getuigen, Adventisten, baptisten, leden van de Heiligen der Laatste Dagen, de Presbyteriaans kerk, de Hernieuwing in Christus en nog een handvol andere. Het heeft iets weg van Nederland in zijn meest confessionele dagen, met een eigen kerk voor elke dissidente ouderling.

Maar de verscheidenheid is de enige overeenkomst, want de aanhangers van zowel de katholieke varianten als de andere die in Chiapas voor het gemak allemaal protestants of evangelisch worden genoemd, zijn zonder uitzondering indianen. En onder de vlag van hun eigen sektarische overtuiging doen zij niets liever dan elkaar de hersens inslaan. Het begrip godsdienstoorlog tussen de volgelingen van een en dezelfde God moet in Chiapas heel letterlijk genomen worden.

Mexico heeft een lange geschiedenis van problemen met religie. De almachtige katholieke kerk werd tijdens de Revolutie van 1910 tot 1917 fel vervolgd, met als reactie de opstand van de Cristeros, een ultrakatholieke terroristische groepering die jarenlang huishield op het platteland.

Krachtens de Mexicaanse grondwet had de kerk geen rechtspersoonlijkheid, priesters hadden geen stemrecht en mochten niet in habijt de straat op, en kloosterorden waren officieel verboden.

Pas in 1989 onder het bewind van president Salinas werd de oorlog tussen kerk en staat formeel bedigd, met de historische woorden van de minister van Binnenlandse Zaken: 'De kerk bestaat.' De huidige president Fox gaat keurig elke zondag naar de mis. Maar dat hij knielde voor de paus en diens ring kuste was aanleiding voor een enorme opwinding: hiermee werd honderd jaar strijd tegen de erfgenamen van de Inquisitie te grabbel gegooid.

Op een frisse augustusmorgen trekken duizenden tzotzil-indianen het stadje San Juan Chamula binnen. Zij zijn op jacht naar burgemeester Jos G, en wanneer ze hem hebben gevangen bekogelen ze hem met flessen, bespuwen en slaan hem, en tot slot sluiten hem op in de cel van het politiebureau.

Nadat de opstandige indianen de toegangswegen tot San Juan Chamula hebben geblokkeerd, trekken zij naar het huis van Juan Pz Heredia, de sindico, de rechterhand van de burgemeester. Zij willen hem lynchen, maar omdat hij tijdig de wijk heeft genomen, beperken zij zich tot het in brand steken van zijn huis, inclusief de voor deze contreien ongekend luxe inboedel.

'Weet je wat ze vonden in het huis van Pz Heredia?', zegt Jose Aguilar, een tzotzil die de opstand gadesloeg. 'Een hele kamer vol wapens. Later zei hij dat hij die had om de gemeenschap te verdedigen. Maar te verdedigen tegen wie? Waarschijnlijk handelt hij in wapens die uit Guatemala zijn gesmokkeld. Misschien voor de georganiseerde misdaad, maar waarschijnlijker voor de caciques, de machthebbers van het dorp.'

De directe aanleiding voor de opstand was dat de burgemeester en zijn medebestuurders de beloofde openbare werken, waaronder de aanleg van een weg, nooit hadden uitgevoerd, terwijl het daarvoor bestemde geld spoorloos was verdwenen. De achterliggende reden: de burgemeester, een tzotzil, is een traditionalistische katholiek en de muiters, eveneens tzotziles, zijn evangelisch.

Pz Heredia heeft een reputatie als wapenleverancier voor de clan die de macht heeft in San Juan Chamula. Een paar jaar geleden werd hij in de nabijgeleden stad San Crist de las Casas gearresteerd toen in de kofferbak van zijn auto twee granaatwerpers plus een lading granaten en geweren werden gevonden. De katholieke caciques besloten hun vuurkracht op peil te brengen na een veldslag met evangelische groepen in 1995 waarbij veertig doden vielen. De tegenstander, de 'evangelische militie' Hoeder van uw broeder, heeft zich sindsdien tot de tanden gewapend.

San Juan Chamula ziet er uit als een dorp, maar de gemeente telt zo'n 80 duizend zielen verspreid over meer dan honderd kleine gemeenschappen. De dorpskern is niet alleen het bestuurlijke en ceremoniele centrum van de tot de Mayas behorende tzotzil-indianen, maar ook een toeristische attractie.

Hier kunnen de bezoekers zich niet alleen vergapen aan de bonte klederdracht van de indianen, maar ook aan hun merkwaardige vorm van katholicisme, een mengvorm van door de Spaanse kolonisator opgelegde leer van Rome en aanbidding van hun eigen prehispaanse goden, al hebben die de gedaante gekregen van katholieke heiligen. Dat is wat kortweg traditionalistisch katholicisme wordt genoemd.

De kerk op het centrale plein heeft geen eigen priester, op gezette tijden komt er een langs voor het dopen en andere rituelen. De gelovigen gaan volledig hun eigen gang in de chaotische kerk. Honderden brandende kaarsen staan op de vloer die bedekt is met stro, waartussen groepjes zitten te bidden, luidruchtige gesprekken voeren, blikjes Coca Cola en Fanta offeren aan de goden, de colafles aan hun mond zetten of de fles posh, het zelfgemaakte gedestilleerd van mais en suikerriet dat nooit ontbreekt. Al vroeg in de ochtend wemelt het rond de kerk van de dronken types, een verschijnsel dat behoorlijk uit de hand loopt tijdens de traditionele fiestas wanneer de indianen zuipen als ketters.

San Juan Chamula is, net als veel andere plaatsten in Chiapas, van oudsher een autoritaire samenleving waarin de wereldlijke en religieuze macht in handen is van een klein groepje, de caciques. Zij hadden nauwe banden met de Revolutionaire Institutionele Partij (PRI), die Mexico tot 2000 ruim zeventig jaar als een dictatoriale partij bestuurde. Onvrede over die almacht heeft veel indianen rechtstreeks in de armen gedreven van de protestantse zendelingen uit de Verenigde Staten die bijzonder actief zijn geweest onder de indiaanse bevolking.

'Omdat de mogelijkheid langs institutionele weg conflicten op te lossen was geblokkeerd, kozen veel indianen ervoor zich te bekeren tot een ander geloof als een vorm van confrontatie met de groep aan de macht', zegt Edmundo Hiquez, een anthropoloog die werkt voor het Federale Verkiezingsinstituut. 'Bij verkiezingen wezen de caciques een kandidaat aan die altijd met honderd procent van de stemmen won.'

Ondanks de gewelddadige confrontaties tussen de oude garde en de nieuwe bekeerlingen is San Juan Chamula een stuk democratischer geworden, vindt Hiquez. 'Dat komt niet alleen door de massale bekeringen, maar ook door de emigratie naar de VS. Duizenden inwoners van Chamula zijn daar gaan werken. Die sturen geld, waardoor de mensen minder afhankelijk zijn van de caciques die leningen tegen woekerrentes geven. Ze komen terug met wat spaarcenten en een andere mentaliteit. Nu durven ze bij verkiezingen hun eigen kandidaten aan te wijzen.'

Dat gaat natuurlijk niet zonder slag of stoot. 'De bekeringen tot andere kerken heeft tot meer geweld geleid. Nog steeds worden mensen letterlijk uit de comunidades verdreven als ze niet willen meewerken aan de traditionele fiestas. Ze worden ervan beticht te breken met de eeuwenoude traditie.

'De fiestas zijn altijd een enorme vorm van verkwisting, alle geld wordt er met eten en vooral drank doorgejaagd. De protestanten geven minder uit, zijn zeg maar kapitalistischer, en ze drinken ook niet. Daardoor verstoren ze ook de drankhandel die het monopolie van de caciques is.'

Liefst 30 duizend mensen zijn de afgelopen jaren met geweld uit San Juan Chamula verdreven, hun huis uitgezet, hun grond geconfisqueerd. De meesten van hen wonen nu in geimproviseerde buitenwijken van San Crist de las Casas. San Juan Chamula is het meest extreme geval, maar de verdrijving van aanhangers van de 'nieuwe' kerken is overal in Chiapas een gebruikelijke praktijk.

Ook de roomskatholieken worden gerekend tot de traditieverstoorders. Dit voorjaar kwam de sindico Pz Heredia de bewoners van het gehucht Kotoltertellen dat zij hun net geopende nieuwe kapel moesten afbreken. Zouden zij dit niet doen, dan zou de gemeente de kapel met de grond gelijk maken, en tevens alle huizen van de katholieken. Volgens het mensenrechtencentrum Bartolome las Casas zijn de laatste jaren meer dan dertig kerken in Chiapas platgebrand.

'Problemen?', vraagt Ana, de vrouw van Salvador Pz Pz, een van de evangelische leiders van San Juan Chamula. 'Nou, een voorbeeld: onze kinderen worden hier op school niet toegelaten.' Zij laat de kerk zien, een groen geschilderde houten hut op het erf tussen een aantal boerenhuizen. Er zijn een stuk van vijf van dit soort kerken in de omgeving.

'Onze buren daar', wijst ze, 'die zijn katholiek. Geen probleem, leven we rustig mee samen. Maar de autoriteiten stoken de mensen op. Wij krijgen niets van de gemeente. Zelfs geen weg. De burgemeester beweert dat de weg is aangelegd, je kunt zelf zien dat het een zandpad is. Daarom hebben ze hem in zijn eigen gevangenis opgesloten.'

Ana vertelt dat alleen al in deze kleine gemeenschap vlak buiten het centrum van San Juan Chamula twintig gezinnen met geweld zijn verbannen. 'En vorig jaar is de evangelische pastor vermoord.'

Of de chaos van chistelijke kerken die elkaar te vuur en te zwaard bestrijden nog niet genoeg is, heeft nu ook Allah zich gemeld in Chiapas. De moslimgemeenschap is in San Crist de las Casas opgezet door nota bene een groepje Spanjaarden, die de koran, het hoofddoekje en de baard voor indianen hebben geroduceerd. Een indiaan met een baard, dat is een godswonder. De eerste inheemse leider, Juan G G, heeft alle geloofsfasen doorlopen, van traditionalistisch katholiek tot adventist tot moslim. Het vervolg liet niet lang op zich wachten: hij heeft zijn Spaanse leermeesters de rug toegekeerd en een koranschool opgericht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden