India groeit, maar de honger blijft

De economische bloei die India doormaakt, leidt niet tot minder ondervoeding bij kinderen. Ondanks de gemiddelde jaarlijkse economische groei van zo'n 6 procent van de afgelopen decennia is nog steeds bijna de helft van de kinderen onder de vijf jaar in India ondervoed.


Dit is het opmerkelijke resultaat van een onderzoek van de Schools of Public Health van de Harvard Universiteit en de Universiteit van Michigan, dat afgelopen week werd gepubliceerd. 'We hebben geen bewijs kunnen vinden dat economische groei leidt tot een afname van ondervoeding in India', constateert hoofdonderzoeker Malavika Subramanyam. In deelstaten waar de ondervoeding wel is afgenomen, is dat volgens de onderzoekers waarschijnlijk het gevolg van gerichte gezondheidsprogramma's.


De onderzoekers bekeken de data van tienduizenden kinderen in de perioden 1992-1993, 1998-1999 en 2005-2006. Daaruit bleek dat het aantal kinderen met ondergewicht iets is afgenomen, evenals het aantal kinderen dat te klein is voor de leeftijd (structurele ondervoeding). Het aantal kinderen dat te weinig weegt voor de leeftijd (acute honger) is echter nauwelijks afgenomen. Ruim eenvijfde van de kinderen in India lijdt dagelijks honger.


De gangbare theorie in ontwikkelingskringen is dat economische groei leidt tot hogere welvaart van gezinnen en hogere investeringen in publieke voorzieningen, zoals gezondheidszorg en schoon water. Maar die relatie hebben de onderzoekers niet kunnen vinden. Dat suggereert volgens Subramanyam dat alleen een kleine groep mensen profiteert van de welvaartsverbetering. Zo bleek de kans op ondervoeding nog steeds groot in de staten Haryana en Meghalaya, terwijl de economie daar het sterkst groeide.


De kloof tussen rijk en arm in India wordt alleen maar groter, bevestigt Gerard Oonk van de Landelijke India Werkgroep. 'De Indiase overheid zorgt gewoon heel slecht voor haar armen. De kwaliteit van de gezondheidszorg en het onderwijs is erbarmelijk. Er is sprake van corruptie, systematische achterstelling van meisjes en discriminatie van kastelozen en tribale Indiërs', somt Oonk op.


Wie het zich kan permitteren stuurt zijn kinderen naar privéscholen en privéziekenhuizen, vertelt Oonk. 'Die schieten wel als paddenstoelen uit de grond door de economische groei. Er is dus wel een groeiende middenklasse die ervan profiteert. Maar aan de situatie van armen verandert niks.'


Volgens Unicef, dat zich al decennia bezighoudt met de hongerbestrijding in India, wijst jarenlange ervaring uit dat economische groei via bijvoorbeeld hogere landbouwproductie en inkomen niet genoeg is voor een effectieve aanpak van ondervoeding. 'Miljoenen kinderen lijden geen acute honger, maar missen wel essentiële voedingsstoffen voor hun ontwikkeling. Ze krijgen elke dag hetzelfde bord rijst. Ouders missen simpelweg de kennis over de noodzaak van een betere samenstelling van het voedselpakket', legt een woordvoerder uit.


Het ministerie van Buitenlandse Zaken erkent dat gerichte gezondheidsprogramma's noodzakelijk blijven, hoewel het zelf voornamelijk inzet op economische groei en zelfredzaamheid. 'We weten wel dat economische groei niet automatisch leidt tot armoedevermindering, minder honger en betere gezondheid', zegt Christiaan Rebergen, millenniumdoelenambassadeur bij het ministerie.


Het ministerie richt zich naast economische programma's daarom ook op oorzaken van voedselonzekerheid en ongelijke verdeling van welvaart. 'Denk aan projecten die bewerkstelligen dat kleinere producenten en vrouwen meer profiteren van economische groei. Of het versterken van boerenorganisaties', aldus Rebergen.


Jaarlijks sterven ruim een miljoen kinderen in India van de honger, de helft van de totale kindersterfte in dat land. De eerste millenniumdoelen, om de honger en de kindersterfte in 2015 uit de wereld te bannen, zijn daarmee ver uit zicht. Uit cijfers van Unicef blijkt dat ondervoeding het meest voorkomt op het platteland in de lage sociale klassen. In staten als Madhya Pradesh (55 procent), Bihar (54 procent), Orissa (54 procent) en Rajasthan (51 procent) is de kans op ondervoeding heel groot, terwijl die in staten als Tamil Nadu (27 procent) en Kerala (37 procent) lager is.


Opmerkelijk genoeg zijn die verschillen per staat niet te verklaren uit de verschillende economische groeisnelheden in die deelstaten, zo blijkt uit het Harvard-onderzoek. 'Het individuele risico op ondervoeding valt niet te verklaren uit het bruto nationaal product in een bepaalde deelstaat', stelt Subramanyam vast.


De conclusies uit het Amerikaanse onderzoek zijn volgens Unicef geen verrassing. 'Het probleem van chronische ondervoeding - verborgen honger - is wereldwijd nog steeds onacceptabel groot. Naar schatting 200 miljoen kinderen onder de vijf jaar zijn te klein voor hun leeftijd en blijven zowel qua lichamelijke gezondheid als qua geestelijke ontwikkeling ver achter bij hun goed gevoede leeftijdsgenoten', aldus een woordvoerder.


'De gevolgen van ondervoeding dragen deze kinderen hun hele leven mee in de vorm van slechtere gezondheid, een lager IQ en minder vermogen om te leren en een inkomen te verdienen.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden