Inbrekers keren graag terug naar 'hun' huizen

Berichten verspreiden zich vaak razendsnel, of ze nu kloppen of niet. Wij proberen de zin van de onzin te scheiden. Deze week: Inbrekers slaan vaak meerdere malen in dezelfde woning toe.

Beeld anp

Het klinkt als een stommiteit van een boef in een stripverhaal: gesnapt worden bij een inbraak en daarna doodleuk terugkeren naar dezelfde plek om een nieuwe kraak te zetten. Toch is dit precies wat inbrekers doen. 'Inbreker komt 't liefst gewoon terug', kopte Metro vorige week op de voorpagina. Na een inbraak slaan de criminelen graag opnieuw bij soortgelijke huizen toe. 'Maar het liefst keren ze binnen korte tijd terug naar de woning waar ze eerder al een deel van de inboedel stalen', aldus de krant.

Uitkijken dus, als je woning pas is leeggeroofd: die dief heeft een oogje op jouw huis en kan ieder moment opnieuw toeslaan. Niet alleen de woningbezitters zelf moeten oppassen. Ook buurtbewoners van een eerder gekraakt huis zijn sneller slachtoffer van de inbreker.

Metro baseert zich op onderzoek van het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NCSR) en de University College Londen. Uit dat onderzoek blijkt volgens de krant dat inbrekers een voorkeur hebben voor 'hun' huizen omdat ze weten hoe deze woningen zijn ingedeeld. Daarnaast kennen ze de vluchtroutes en weten of de buurtbewoners waakzame types zijn of niet.

Die redenering klinkt niet eens zo heel onlogisch. Maar is het ook waar? Een belletje naar het NCSR leert dat Metro haar informatie heeft van een blogpost op Secondant.nl, een blog voor veiligheidsexperts. Die post is op zijn beurt gebaseerd op twee wetenschappelijke studies die ongeveer een jaar geleden zijn gepubliceerd, naar de invloed van eerdere delicten op de locatie van een nieuw delict. Studie 1 is van het NCSR, onder delicten in Den Haag en gepubliceerd in vakblad Criminology. Studie 2, onder misdrijven in de Britse West Midlands, verscheen in Applied Geography en komt van het University College Londen.

Topstudies

Met die studies is weinig mis. De hoeveelheid misdrijven in de steekproeven zijn groot (12,639 en 3,337 respectievelijk), de gevonden effecten zijn significant en de onderzoekers houden in hun analyse keurig rekening met andere mogelijk verklarende factoren. Voor de zekerheid vragen we socioloog René Veenstra van de Rijksuniversiteit Groningen om mee te kijken naar de studies. Maar ook die is lovend. 'De methodes zijn adequaat. Een van de artikelen is gepubliceerd in Criminology, het toptijdschrift op hun terrein. Dat tijdschrift stelt hoge eisen aan de methode.'

Topstudies dus. Betekent dat dat de informatie in Metro klopt? Nou, nee. De schoen wringt bij de conclusies die Metro trekt. De onderzoekers hebben namelijk helemaal niet gekeken of inbrekers terugkeerden naar hetzelfde adres, maar naar dezelfde buurt als waar ze een eerder delict pleegden. Studie 1 gebruikt de vier cijfers van de postcode om buurten te onderscheiden. Daarmee bekijken ze gebieden van een doorsnee 3 vierkante kilometer groot, waar gemiddeld liefst 7,000 mensen wonen. Wat Metro aanmerkt als 'hun' huis kan dus net zo goed een woning twee kilometer verderop zijn. In studie 2 zijn de onderzochte gebieden kleiner, maar met gemiddeld 1,500 bewoners nog steeds vrij fors. Wat het toegenomen risico voor buurtgenoten betreft heeft Metro gelijk. Maar dat het huis zelf een groter inbraakrisico heeft is op basis van deze onderzoeken onzin.

En zo gaat er wel meer nuance verloren in het Metro-bericht. Zo bekijkt studie 1 niet alleen inbraken, maar delicten in het algemeen: ook mensen die in dezelfde buurt meermaals met alcohol achter het stuur zitten worden onder de terugkeercriminelen geschaard. Studie 2 kijk wel enkel naar inbraken, maar gebruikt alleen Britse cijfers. Het is de vraag in hoeverre dezelfde situatie voor Nederland geldt.

'Kort door de bocht'

In de blogpost op Secondant.nl, wat Metro als directe bron heeft gebruikt, staan bovengenoemde nuances wél netjes vermeld. Marre Lammers, hoofdauteur van de Nederlandse studie, laat in een reactie weten dat ze blij is om de voorpagina van Metro te halen. 'Maar het bericht is wel heel kort door de bocht.'

Hoewel Lammers bevestigt dat de studies niet naar terugkeer op specifieke adressen hebben gekeken, is er wel reden om aan te nemen dat het vaak om dezelfde huizen gaat. Uit eerder onderzoek blijkt namelijk dat leeggeroofde huizen gemiddeld vaker opnieuw slachtoffer zijn van een inbraak dan onaangeroerde huizen.

Of het daarbij om dezelfde inbreker gaat is niet bekend, maar wel aannemelijk. Lammers: 'Inbrekers kennen het huis, kennen de vluchtroutes, en weten bovendien dat gestolen goed met nieuwe spullen worden vervangen. Dat zijn enkele theorieën die we stellen waarom inbrekers terugkeren. Maar Metro heeft die theorieën overgenomen als onderzochte feiten. Dat is onjuist.'

Waarom hebben de onderzoekers niet naar specifieke adressen gekeken? Volgens Lammers zou hiermee de bak met gegevens veel te groot worden om nog een fatsoenlijke analyse mee uit te kunnen voeren. 'Bovendien was dit niet ons doel. Mocht de politie ons onderzoek gebruiken, dan is het vooral interessant om te weten welke buurten een verhoogd inbraakrisico hebben en beter in de gaten moeten worden gehouden.'

Conclusie: dat inbrekers terugkeren naar 'hun' huizen is aannemelijk, maar met deze studies verre van bewezen.

Oordeel

Beeld .
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden