In zuiden van Sudan is helemaal niets

Na het vredesakkoord tussen Noord en Zuid zou er een Nieuw Sudan verrijzen. In het vernielde zuiden is er voor terugkerende vluchtelingen echter nog weinig hoop....

Van onze verslaggever Theo Koelé

‘Goedemorgen Nieuw Sudan’, schreef een caféhouder op zijn bedrijfje in Juba. Het moet anderhalf jaar geleden geweest zijn, toen strijdende partijen uit het islamitische noorden en het overwegend christelijke zuiden vrede sloten, na een burgeroorlog die twee miljoen mensen het leven kostte in het grootste Afrikaanse land. Van het Nieuwe Sudan is nog weinig te bespeuren, althans niet in de haveloze zuidelijke hoofdstad Juba.

Zeker, het tentenkamp van de VN-vluchtelingenorganisatieUnhcr is nieuw. Het is een ‘doorgangshuis’ voor Sudanezen die jaren geleden op de vlucht sloegen, en nu vanuit buurlanden komen om hun oorspronkelijke woonplaats op te zoeken. Hun staat een ongewisse toekomst te wachten. Want in het zuiden ‘is helemaal niets’, in de woorden van de Nederlandse ex-minister Jan Pronk, thans VN-gezant voor Sudan.

Het zuiden heeft het hoogste percentage ondervoede kinderen ter wereld, en het laagste percentage schoolgaande meisjes (alleen Afghanistan onder het Taliban-bewind scoorde slechter). ‘We lijden nog steeds onder de oorlog’, zegt minister Albino Akol Akol, die in de nieuwe Zuid-Sudanese regering verantwoordelijk is voor industrie en mijnbouw.

Het zuiden is rijk aan olie, uranium en andere bodemschatten, maar de infrastructuur (wegen, bruggen, energievoorziening) is dermate beschadigd en verwaarloosd dat van exploitatie geen sprake kan zijn.

En het geweld duurt voort. Gewapende groepen, waaronder het beruchte Verzetsleger van de Heer, belagen de bevolking en vormen, naast de barre leefomstandigheden, een beletsel voor Sudanezen die dolgraag terug willen.

Susan Solomon is een van hen. De 30-jarige vrouw uit Juba woont al de helft van haar leven in Mayo, een wijk van de hoofdstad Khartoem die vooral wordt bevolkt door ontheemden uit het zuiden. Wat haar te wachten staat bij terugkeer? Ze glimlacht. ‘Dat weet ik niet. Maar ik ga weg, met mijn man en zes kinderen. Absoluut.’

De economische bloei die Khartoem beleeft, gaat volstrekt voorbij aan Mayo en andere stadsdelen waar in totaal twee miljoen ontheemden leven – eenderde van de stedelijke bevolking. Terwijl supermarkten en kantoorgebouwen uit de grond gestampt worden en het verkeer in letterlijk adembenemend tempo toeneemt, blijven Susan en veel van haar lotgenoten verstoken van basisbehoeften als schoon drinkwater en medische zorg. ‘De regering doet niets voor hen’, zegt de arts Magda Ali, oprichtster van de hulporganisatie Almanar die zich vooral richt op vrouwen als Susan. Almanar krijgt jaarlijks 70 duizend euro van de Nederlandse ontwikkelingsorganisatie ICCO.

In een lemen hut kijkt Magda Ali bezorgd naar een broodmagere peuter. ‘Diarree. Cholera waarschijnlijk’, zegt ze. Moeder en kind worden verwezen naar een ziekenhuis verderop. Het is gebouwd door Italianen, in de jaren negentig van de vorige eeuw, toen de internationale gemeenschap nog veel aandacht had voor de ontheemden in Khartoem.

‘Daarna zijn de meeste hulporganisaties weggetrokken. Er was sprake van hulpmoeheid, de aandacht verslapte’, zegt VN-gezant Pronk. ‘Nu moeten de mensen zelf maar zien hoe ze overleven. De toestand hier in Khartoem is slechter dan in Darfur in het westen, waar hulporganisaties zorgen voor water en voedsel.’

De centrale regering en het lokale gezag in Khartoem zijn de ontheemden liever kwijt dan rijk. Pronk: ‘Ze worden weggedreven uit de stad, de woestijn in.’ Het risico van gedwongen overplaatsing doet de tienduizenden ontheemden in Mayo nog meer verlangen naar hun oorspronkelijke woongebied in het zuiden.

‘Het leven zal zwaar zijn, maar ik ben daar in elk geval een vrij mens. Ik heb nu het gevoel dat ik niet in mijn eigen land woon’, zegt Cizarina Juwa, die zestien jaar geleden vluchtte naar het noorden. De vrouw heeft een formulier ingevuld waarmee ze te kennen geeft te willen vertrekken.

De zuiderling Salva Kiir, vice-president in de regering van Nationaal Eenheid in Khartoem, vraagt om geduld. De oud-rebellenleider, nu tevens president van de autonome regering in zuidelijk Sudan: ‘Na het vredesakkoord van 2005 tussen Noord en Zuid hadden onze mensen misschien te hoge verwachtingen. Ze dachten dat ze binnen 24 uur konden terugkeren. Maar als je honderdduizend mijl wilt lopen, moet je met één stap beginnen.’

Een zieke vrouw in Zuid-Sudan wordt door familieleden naar een noodhospitaal van Artsen zonder Grenzen gebracht. De foto is gemaakt in december 2005. (AP) Beeld
Een zieke vrouw in Zuid-Sudan wordt door familieleden naar een noodhospitaal van Artsen zonder Grenzen gebracht. De foto is gemaakt in december 2005. (AP)
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden