In zo kort mogelijke tijd een maximaal aantal noten sproeien

Muziek Improvisatie is volgens de Frans-Oostenrijkse luitiste Christina Pluhar het levensbloed van de muziek, en dat is natuurlijk helemaal waar....

De succesvolle Pluhar en haar ensemble l’Arpeggiata droegen deze nobele gedachte woensdag uit in het Concertgebouw, met een programma waarvan op internet menig voorproefje te vinden is: leuke korte filmpjes met swingende liedjes uit de 16de en 17de eeuw, gewoonlijk gebaseerd op de voortdurende kringloop van twee, vier ja soms wel zes akkoorden.

Zulke hapklare brokjes doen het goed op YouTube, maar als je er daarvan in het Concertgebouw een stuk of twintig krijgt opgedist is het snel gedaan met de eetlust. Het improviseren van l’Arpeggiata heeft ook niet de spontaniteit die je bij jazzmusici aantreft: ver voor een muzikant aan een solo begint, gaat hij voetje voor voetje op weg naar de voorkant van het podium. En met name bij violist Alessandro Tampieri bestaat de vrije inventie uit de kunst in zo kort mogelijke tijd een maximale hoeveelheid noten in het rond te sproeien. Knap is het wel, maar het is eigenlijk van dezelfde orde als de slagwerker die al spelend met twee tamboerijnen jongleert. De barrevoetse dansjes van Ana Dego hebben een vergelijkbaar ADHD-gehalte.

Het gastensemble The King’s Singers biedt gelukkig nog een beetje stilistische variatie. Want dat is misschien nog wel het bedenkelijkste van de ultieme cross-over die Pluhar nastreeft: Italiaanse volksliedjes, kunstmuziek, Latijnse ritmes, eigen verzinsels – Pluhar, een muzikante met het aura van een kruidenvrouwtje, roert het allemaal door elkaar tot er niets overblijft dan één pot nat.

Frits van der Waa

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.