In Zeeland kan een ambtenaar zomaar een ringrijdende ridder worden

Nederland leidt in de zomer een heel ander leven; werk en school maken plaats voor serieuze ontspanning. De Volkskrant onderzoekt in elke provincie hoe dat verloopt. We marsjeren, naar een gedicht van de Vlaming Paul van Ostaijen, de komende weken door het land en houden in elke provincie even halt. Vandaag aflevering 3: In Zeeland weerspiegelt de stemmig zwarte kleding het historische karakter van de Zeeuwse sport ringrijden.

Beeld Marcel van den Bergh

Arno Francke werpt een spiedende blik in de verte. Achttien meter verderop hangt een ringetje met een diameter van 38 millimeter, nog kleiner dan een sjoelschijf. In zijn linkerhand een lans, tussen zijn benen de gespierde rug van een Zeeuws trekpaard.

Wanneer het spieden gedaan is, volgt een moment van diepe concentratie. Het paard slaakt een diepe zucht en dan gaat het in galop richting ring. 'Jaoh', roept Arno Francke in triomf. Lans heeft ring doorboord. Op het schoolbord wordt een streepje aan zijn totaal toegevoegd.

De 55-jarige Francke uit Biggekerke gaat gekleed in het zwart, inclusief bolhoed. Aan zijn broekriem bungelt een Zeeuws schild. Rond zijn hals prijken twee Zeeuwse knopen van goud. Hij heeft het hoofd van een broeierige liedjeszanger.

'Zo ken ik je helemaal niet', roept een collega die hem bij toeval treft op het Abdijplein in Middelburg. Nee, dat kan kloppen. In het dagelijks leven mag Arno Francke ambtenaar bij de provincie Zeeland zijn. Vandaag is hij ringrijder.

Op de klinkers van het Abdijplein is zand gestort, één meter breed en 36 meter lang. Aan weerszijden staan 27 Zeeuwse ruiters. Halverwege hangt dus de ring die gestoken moeten worden. De ene keer komt een trio Zeeuwse ridders van links, de andere keer van rechts en de winnaar is degene die in dertig ronden de meeste ringen steekt. Eigenlijk is ringrijden een soort darts. De lans is het pijltje en de ring is het vakje dat de meeste punten oplevert.

Het stemmige zwart van de deelnemers, zowel man als vrouw, weerspiegelt het historische karakter van deze Zeeuwse sport. Zo gingen de boeren van Walcheren, het eiland waarop het ringrijden zich concentreert, vroeger op hun netst gekleed. De oranje sjerp verwijst naar de koninklijke verbondenheid met het ringrijden door de eeuwen heen.

Het oudste document dat verwijst naar ringrijden dateert van 1687. Daarin maakt de Middelburgse kerkenraad zich ongerust over 'wulpsch- en ongerijmdheden van drinkerijen en danserijen'. Het betrof verveelde boerenknechten die op het erf de tijd doodden met paard, lans en ring.

Sinds 1950 is ringrijden verankerd in een overkoepelende bond. Maar drinkerijen hebben deze sportieve folklore nog lang parten gespeeld. Arno Francke vertelt van vroeger toen wedstrijden in de loop van de middag gestaakt werden vanwege onbekwame deelnemers. 'Dat is er nu echt niet meer bij.'

Zelf ringrijdt Francke sinds zijn veertiende en is dus al veertig jaar van de partij bij wedstrijden in de provincie en demonstraties elders in het land. Maar de jaren gaan tellen. Een darter hoeft alleen maar rechtop te staan om te kunnen mikken. Francke moet dat in volle galop doen. Rug en liezen protesteren steeds harder.

Vandaag in Middelburg weet hij zich bij voorbaat kansloos. Arno Francke probeert een nieuw paard uit en prikt in dertig ronden 25 keer raak. 'Helemaal niet slecht. Toch?' Zwager Johnny Wisse draagt een groot gedeelte van de dag twee sjerpen. Naast het koninklijk oranje onderscheidt een groene sjerp hem als klassementsleider. Uiteindelijk eindigt Wisse met een score van 29 als derde.

Komende vrijdag herkansing in het Bellamypark in Vlissingen. En op 17 augustus staat, opnieuw in Middelburg, het Zeeuws kampioenschap op het spel. 'In principe het wereldkampioenschap dus.'

Katinka Polderman (36)

KATINKA POLDERMAN (36)

Hoe heet dat eiland boven Zuid-Beveland ook al weer? Noord-Beveland? 'Ik ben zo slecht in die eilanden', verzucht Katinka Polderman. Zijzelf is van Zuid-Beveland, zoveel is zeker.

Om niet-Zeeuwen duidelijk te maken dat Zeeland echt niet overal hetzelfde Zeeland is, wilde Polderman verwijzen naar het eiland boven haar geboortegrond. Daar is alles weids en winderig. Dat is dus compleet andere koek dan op Zuid-Beveland, waar ze het gezellig zou willen noemen, zo tussen de boomgaarden en de dijkjes.

Cabaretière Katinka Polderman is geboren en getogen in 's-Heer Abtskerke, een dorp waarvan ze de omvang tamelijk precies bepaalt op 220 huisjes. De basisschool telde in totaal 18 kinderen. Haar klas begon in groep 1 met twee leerlingen en eindigde met vijf dankzij nieuwbouw rond de dorpskern.

Op de Koningstheateracademie in Den Bosch leerde Polderman het cabaretvak en in die stad bleef ze hangen. Niettemin wordt Katinka Polderman altijd gekoppeld aan Zeeland, zoals Herman Finkers voor eeuwig aan Almelo vastgeklonken zit. Vervelend? Helemaal niet.

'Misschien komt het doordat ik aanvankelijk veel in de provincie zelf heb gewerkt. Voor Omroep Zeeland heb ik veel programma's gepresenteerd.' Ook vertaalde Polderman oud repertoire uit de blues in het Zeeuws en voerde dat uit met een gelegenheidsband. 'Dat zijn liedjes waarin echt een verhaal wordt verteld. Er klinkt een soort droogkloterigheid door, die goed bij de Zeeuwen past.'

Droogkloot werd zelfs de geuzennaam waarmee Katinka Polderman haar ontnuchterend nuchtere cabaret karakteriseert. Is dat typisch Zeeuws? 'Dat weet ik niet Ik denk dat een Fries zichzelf ook zo zou typeren. Zelfs Amsterdammers zeggen dat van zichzelf. Dus ja, vanuit mijn perspectief zou je het typisch Zeeuws kunnen noemen.'

Aan ringrijden heeft ze overigens nooit gedaan. 'Ik heb één keer op een pony gezeten. Maar na een paar meter hing ik er al half onder.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden