In Zeeland bast Jezus: ‘Kruisigt hem!’

Bij de Bachvereniging en het Concertgebouw Orkest is het aandeel van de Jezus-zanger flink uitgebreid...

AARDENBURG/AMSTERDAM De wederopstanding des Heren, die volgens de apostel Paulus plaats had op de derde dag na Zijn begrafenis, voltrok zich gisteren op Palmzondag 2008 in een nog wonderlijker tempo in het Concertgebouw. Daar had de bas Kristinn Sigmundsson, Christus in Bachs Matthäus Passion bij het Koninklijk Concertgebouworkest, amper de laatste woorden van de Gekruisigde gebezigd, of hij begon alweer aan een recitatief plus aria (Mache dich, mein Herze, rein) waarin hij het stellige voornemen uitsprak zichzelf te begraven.

‘Ich will Jesum selbst begraben.’ De verantwoordelijke was de dirigent Iván Fischer. De Hongaar deed wat geen andere KCO-Bachdirigent vóór hem deed – zelfs Harnoncourt niet. Hij liet de nummers die Bach toewijst aan ‘bas 1’ en ‘tenor 1’ zingen door de Christusbas en zijn trouwe metgezel, de verteller of evangelist.

Voor het KCO, dat gewend is zijn Matthäussen royaal te bezetten, betekende het een niet onaardige besparing op de solistenkosten. Voor de tenor Mark Padmore betekende het: heel mooi nr 19 O Schmerz! zingen, terwijl hij het als verslaggever in de Hof van Gethsemane toch al razend druk had. Voor Sigmundsson/Christus betekende het: minder lang stilzitten in het tweede deel. Ongegrond was Fischers ingreep niet. Bachs Matthäus is ‘dubbelkorig’, gecomponeerd voor twee vocaal-instrumentale collectieven. Jezus en de evangelist deelde hij in bij ‘koor 1’.

De theologische implicaties moeten intussen niet worden onderschat. Bij de Nederlandse Bachvereniging gaat Jezus onder leiding van Jos van Veldhoven nog een stap verder en roept hij: ‘Barrabam!’ en ‘Kruisigt hem’.

Toehoorders in de St. Baafskerk van het Zeeuwse Aardenburg, waar het nog altijd not done is om voor of na de passie te applaudisseren, hoorden zaterdag dat Christus bij Van Veldhoven niet alleen de aria’s van ‘bas 1’ voor zijn rekening neemt. Hij doet, net als zeven andere solisten, ook mee aan de koorzang – ook waar die uit de hand loopt in gierende bloeddorst.

En ook hier regeert muziekwetenschap over de godgeleerdheid: handgeschreven muziekbladen uit Bachs tijd laten zien dat aria’s en koorstemmen in Bachs passionen gewoon over één en dezelfde notenbalk doorlopen. Bij Van Veldhoven, die de Matthäus twee jaar geleden al tot onderdeel maakte van een Bachpraktijk met zeer kleine bezettingen, bestaan de ‘koren’ uit solisten plus enkele aanvullende stemmen. Maar ja, evengoed mocht zijn evangelist, Gerd Türk, bij zijn leest blijven. Hij bepaalde zich tot het evangelie, en keek rustig toe hoe een collega, de getalenteerde Brit Julian Podger, zijn beste krachten wijdde aan O Schmerz.

Van de radicale ‘2 op 1’-bezetting die de Bachvereniging eerder introduceerde (per koorpartij 1 solist plus 1 hulpzanger), is Van Veldhoven weer teruggekomen. Aan de jongste Matthäus-tournee doen per koor niet vier maar acht extra zangers mee, zodat zijn koren niet meer het vlo-achtige voorkomen van acht stemmen hebben (de solisten incluis), maar het meer bromvlieg-achtige van twaalf. Ook mooi. Op het gebied van transparantie, vlotheid en ‘klein drama’ – Van Veldhovens handelsmerken – werd nauwelijks ingeleverd, al was de podiumgeografie ingewikkeld: solisten voorop, extra stemmen achteraan. En dan nog jongenszangertjes halverwege de kerk, wat leidde tot oncomfortabele nekverdraaiingen bij dirigent en publiek tijdens het openingskoor, en enig gedonder in de coördinatie van het slotkoor van het eerste deel.

Bij het Concertgebouworkest ging dat soepeler. En gonzender, met koren van 21 man/vrouw plus extra inzet van een 27-koppig Nationaal Kinderkoor en -Jongenskoor in alle koralen. Maar het ging niet minder vlot. Ook Iván Fischer houdt van opschieten – zelfs al gaat dat ten koste van mystieke avondkoeltes en grafrust.

En Christus zelf? Die van de Bachvereniging, Andrew Foster-Williams, viel ielig uit. In de ‘bas 1’-aria’s klonk hij beter. Bij het KCO had Sigmundsson moeite het rollenspel tabee te zeggen. Hij bleef theatraal – met snikjes en een ‘speelbas’- randje aan de stem die zijn Christus tot een goede kandidaat maakten voor de komische rol van Richard Strauss’ Baron Ochs. Zijn damesescorte – Dominique Labelle en Bernarda Fink – klonk mooi. Ook tegenover hem vielen goede stemmen op: Johannette Zomer, Wilke te Brummelstroete, Marcel Beekman, Geert Smits.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden