Reportage

In Wezep voelt 'Klein-Eritrea' als een dwangbuis

De gemeente Oldebroek dacht de oplossing voor het opvangprobleem te hebben: laat 35 Eritrese vrouwen in één pand samenwonen. Maar de vrouwen vinden het niks. De stress is enorm en van integreren komt weinig. 'Al wat we horen, is Tigrinya, Tigrinya, Tigrinya.'

Drie Eritrese bewoners samen met hun kleine kinderen in de kinderkamer van het gebouw. Beeld Cigdem Yuksel / de Volkskrant

Door de gezamenlijke huiskamer schalt de stem van PVV-leider Geert Wilders. 'We raken ons land kwijt.' Het grote platte televisiescherm staat afgestemd op de Zendtijd voor Politieke Partijen. Loeihard schalt Wilders' stem door de halfverduisterde ruimte. 'Nederland is ons land. Van ons en niet van jullie.' Zijn teksten flitsen op het scherm in witte letters voorbij.

De twee jonge Eritrese vrouwen op de roodleren bank voor de tv ontgaat zijn boodschap. Ze spreken geen woord Nederlands en de verschijning van Geert Wilders doet zo te zien geen bel rinkelen. Ze kijken wat verweesd voor zich uit. Dan jengelt een kind. Een derde huisgenootje roept vanuit de keuken iets in het Tigrinya, de meest gesproken taal in Eritrea. Een van de twee staat op om zich ermee te gaan bemoeien.

Aan de Klompenmakersweg in Wezep bevindt zich, ondanks die Hollandse straatnaam, tussen de rijtjeshuizen op nummer 67 een 'klein-Eritrea', in een pand waar ooit een jeugdinstelling zat. Hier in de Biblebelt heeft het college van de gemeente Oldebroek - met SGP, de ChristenUnie en een lokale partij aan het roer - ervoor gekozen om 35 Eritrese vrouwen met een verblijfsvergunning in één pand te huisvesten. Sociale huurwoningen zijn schaars in Oldebroek, maar zo had de gemeente toch in een klap plek voor ruim de helft van de 60 statushouders die zij volgens de zogenoemde taakstelling in 2016 onderdak moet bieden. Omdat er eerder in Wezep verzet was tegen een asielzoekerscentrum met alleenstaande mannen - die een bedreiging zouden vormen voor vrouwelijke dorpsbewoners - leek het de gemeente 'handiger' om hier uitsluitend vrouwen bij elkaar te huisvesten.

Deze bijzondere oplossing laat de spagaat zien waar veel gemeenten in verkeren. De meeste steden lopen flink achter met het creëren van woonruimte voor statushouders. Maar áls een gemeente dan met een onorthodox plan veel personen huisvest, blijken daar ook keerzijden aan te zitten. Want integreren in Wezep, een dorp op de Veluwe met ruim 13 duizend inwoners, is niet zo makkelijk als je voortdurend wordt omringd door 34 landgenoten.

Als de tolk heeft uitgelegd dat de Volkskrant een interview zou willen doen, verdwijnt de enig achtergebleven vrouw ook uit de huiskamer. Even later komt ze terug met in haar kielzog een hele rits huisgenotes die plaatsnemen op de bank. Twaalf vrouwen van begin 20 in nauwsluitende spijkerbroeken, het zwarte haar opgebonden, de meesten met een zilveren of houten kruisje om hun nek.

'We staan eigenlijk buiten de maatschappij', zegt 'Jamila', een vrouw in een zwartkanten vestje. Ze ontpopt zich tot de woordvoerster van het stel, maar wil liever niet met haar echte naam in de krant - 'het gaat niet om mij, wij hebben allemaal dezelfde frustraties'.

In drie groepen hebben de Eritrese vrouwen twee keer per week Nederlandse les. Daarvoor hoeven ze de deur niet uit - er is inpandig een klaslokaaltje ingericht. Maar het leren van een nieuwe taal valt niet mee, ook al niet omdat een deel van de vrouwen analfabeet is. 'We proberen Nederlands te leren, maar al wat we horen, is Tigrinya, Tigrinya, Tigrinya', zegt Jamila. 'Een keer per week kunnen we een uurtje naar de bibliotheek om te oefenen. Dan zijn er mensen die met ons willen praten. Verder krijgen we de kans niet, want we zijn steeds alleen maar omringd door elkaar.'

Maagd Maria

Aan de Klompenmakersweg delen de vrouwen douches, wc's, vier keukens en twee huiskamers. Ieder heeft een eigen kamertje met een wastafel. Veel vrouwen hebben de ramen verduisterd en lichten hun handelingen bij met kerstlampjes. De muren van de slaapkamers zijn behangen met kleurige religieuze afbeeldingen van Jezus aan het kruis, devote engelen en de maagd Maria . 'Die heb ik meegenomen uit Addis Abeba in Ethiopië', zegt Freweini, moeder van een zoontje van 1, over de posters aan haar wand.

Er klinkt gegil op de gang. Een paar meisjes raken in een discussie verwikkeld. Zo gaat het voortdurend, zegt Werkawit, een tengere vrouw met donkere randen onder haar grote ogen. 'Je kunt een tijdje in een groep leven in een asielzoekerscentrum. En een tijdje daarna lukt dat ook nog wel. Maar ze hebben ons gezegd dat dit huis voor drie jáár is. Dat houden we niet vol. Er komt een eind aan de tolerantie voor elkaar.'

Op de bank in de gezamenlijke huiskamer, Freweini (derde van rechts) kijkt televisie. Beeld Cigdem Yuksel / de Volkskrant

Ze hebben een dak boven hun hoofd, eten, een uitkering, vrijwilligers die met hen komen hardlopen of boodschappen doen, een fiets voor de deur (vrijdag om 10 uur fietsles, staat er in het weekschema in de keuken). Toch is dit niet het leven wat de Eritrese vrouwen voor ogen hadden toen ze naar Europa vertrokken. 'In een land met maximale vrijheid, voelen wij ons opgesloten', zegt Werkawit.

Twee maanden geleden ging de groep daarom 's avonds de straat op. 'We hebben opzettelijk de boel verstoord, omdat we boos zijn', zegt Jamila. Een buurtbewoonster in dagblad De Stentor: 'De vrouwen sloegen op ijzeren prullenbakken en maakten veel lawaai. Het was rond 21.00 uur, we dachten eerst dat er iemand afgemaakt werd.'

De vrouwen weten dat ze de buurt hebben laten schrikken. Dat was ook de bedoeling. Een letterlijke schreeuw om aandacht, omdat ze zich op geen andere manier verstaanbaar kunnen maken. 'We hebben expres herrie gemaakt', zegt Jamila, 'Omdat we wisten dat dan mensen van de politie en de gemeente zouden komen. En die kwamen ook.'

'Gebrek aan respect'

In een brief aan de gemeenteraad legt burgemeester Hoogendoorn (ChristenUnie) uit dat er na het oproer een gesprek heeft plaatsgevonden via een tolk. 'In het gesprek is benadrukt dat dit gedrag door de gemeente niet wordt geaccepteerd en dat het niet getuigt van respect naar de Nederlandse samenleving, de gemeente en in het bijzonder naar de buurt die hen zo hartelijk heeft ontvangen.'

Hoogendoorn schrijft dat de vrouwen 'met klem' zijn aangesproken op hun eigen verantwoordelijkheid om wat van hun nieuwe leven te maken. 'Elkaar aanspreken op gedrag, eropuit trekken om de Nederlandse samenleving en de taal beter te leren kennen en hen aangemoedigd om veel tijd te investeren in het leren van de Nederlandse taal. Wij begrijpen dat het moeilijk is gezien de dictatuur waar zij uitkomen en waar eigen initiatief meestal niet op prijs wordt gesteld of erger nog, wordt bestraft, maar dat is wel wat van hun in Nederland wordt verwacht.'

In de woonkamer is er onder de vrouwen nog steeds onbegrip. Ook Selam is komen binnenlopen, op haar arm haar zoontje Rae van 1. Verontwaardigd: 'Er werd gezegd: 'Jullie zijn naar óns toegekomen, niet andersom.' Ik kon het niet geloven.' Selam begrijpt niet dat zij met een kind in dit groepshuis is ondergebracht. Ze maakt felle armgebaren terwijl ze spreekt. Rae kruipt intussen rond met de afstandsbediening van de tv. 'Er kwamen andere asielzoekers in Wezep na ons, die kregen wel meteen een normaal huis. Terwijl die mensen niet eens kinderen hebben. En wij wonen hier, waar mijn zoontje niet goed kan slapen door de herrie. Ze zouden voorrang moeten geven aan mensen met kinderen.'

De gemeente heeft hun verteld dat ze altijd vrij zijn om zelf een andere woning te zoeken elders, als het hun hier niet bevalt. 'Maar hoe kan je dat doen als je geen Nederlanders kent en de taal niet spreekt?', vraagt een vrouw in een roze sweater zich af. Ze wil niet met haar naam in de krant. 'We zijn totaal afhankelijk van de gemeente.'

Gezinshereniging

Er is ook toegezegd dat ze een eigen woning kunnen krijgen zodra hun gezin is herenigd. Dat is een andere grote frustratie: veel Eritreeërs beschikken niet over de juiste documenten om te bewijzen dat ze zijn getrouwd en dus lukt het niet om partners naar Nederland te halen. 'Ik ben wel getrouwd maar alleen bij de kerk, we hebben geen officiële papieren', zegt de vrouw in het roze. Haar man zit in Soedan en haar dochter van 3 jaar woont bij haar broer in Oeganda.

Zo heeft iedere vrouw in huis haar eigen trauma. De drie hummeltjes die in huis rondkruipen zijn allemaal geboren toen hun moeders net in Nederland waren, wat betekent dat ze vermoedelijk zijn verwekt onderweg, tijdens de reis naar Europa. Verkrachtingen van migrantenvrouwen komen veel voor in onder andere Libië en Soedan. 'Sleutelpersonen schatten in dat een groot deel van de vrouwen die via deze landen naar Nederland zijn gereisd ervaring hebben met seksueel geweld', staat in een recent rapport van Pharos over Eritreeërs in Nederland. Het is geen onderwerp waar in de Eritrese gemeenschap over kan worden gesproken, schrijven de onderzoekers. Selam, gevraagd naar de vader van haar kind: 'Die zit in Ethiopië.'


Zestig mannen? Dat niet

Waarom plaatste de gemeente Oldebroek 35 vrouwen uit hetzelfde land in één gebouw? 'We moesten plek vinden voor 60 statushouders', zegt wethouder Liesbeth Vos (ChristenUnie). 'Dat was een dilemma, omdat we weten dat de doorstroom in sociale huurwoningen in onze gemeente laag is. Wie eenmaal een huis heeft, vertrekt niet gauw. Dan is het moeilijk om voor 60 mensen plek te vinden zonder onze eigen inwoners die op een huis wachten uit het oog te verliezen. Een particulier wilde met ons spreken over de mogelijkheden van groepshuisvesting in dit destijds leegstaande pand. Zo ontstond het plan.'

Eerder was er in Wezep behoorlijke opstand tegen plannen voor een (uiteindelijk nooit gerealiseerd) asielzoekerscentrum. 'Er was verzet tegen de komst van allemaal alleenstaande Syrische mannen', zegt Vos. 'Het gevoel was: dan zijn onze vrouwen niet veilig. Toen dit pand in beeld kwam, hebben we gedacht: als we de mensen een kans willen geven in de buurt, is het handiger om geen alleenstaande mannen te huisvesten. Dus werden het vrouwen.'

Op aanraden van 'de kenners van het COA' is ervoor gekozen geen nationaliteiten te mixen. 'Zodat de mensen elkaar kunnen verstaan en steunen', zegt Vos. 'Maar ook omdat bijvoorbeeld bekend is dat gezinshereniging bij Syriërs veel sneller gaat dan bij Eritreeërs. Als jouw aanvraag wordt afgewezen terwijl de buurvrouw wel haar gezin in een halfjaar in Nederland heeft, zou dat tot afgunst kunnen leiden.'

Vos erkent dat het leren van de taal wordt belemmerd doordat de vrouwen worden omringd door Eritrese landgenoten. 'Maar er zijn veel vrijwilligers, zowel uit de buurt als daarbuiten, die bereid zijn iets met deze vrouwen te ondernemen zodat zij ook hun Nederlands kunnen oefenen.' Komende weken voert de gemeente met iedere vrouw individueel een gesprek over mogelijk (vrijwilligers)werk. Daarbij zijn niet alleen taalproblemen een belemmering, zegt Vos, maar ook culturele verschillen. 'We hebben de dames duidelijk moeten maken dat als je om negen uur bij de Nederlandse les wordt verwacht, je dan niet in bed kunt blijven liggen. Ik kan het een werkgever niet aandoen dat hij een half uur moet wachten op een vrijwilliger. In Eritrea heeft men daar vast een heel andere kijk op, maar dat is wel hoe het in Nederland werkt. Zo voeren we steeds gesprekken met deze vrouwen en komen we samen stap voor stap vooruit.'

15.571 personen wachten nog

Zodra asielzoekers een verblijfsvergunning hebben, worden ze toegewezen aan een gemeente. Elke gemeente krijgt halfjaarlijks van het Rijk een zogenoemde taakstelling van het aantal vergunninghouders dat zij moet huisvesten, gebaseerd op het inwoneraantal. Het is de bedoeling dat nieuwkomers zo evenredig over het land worden verdeeld.

Er is nog altijd een achterstand in het huisvesten van vergunninghouders - op 1 november wachtten 15.571 personen met een verblijfsstatus nog op huisvesting. Omdat er in veel plaatsen een tekort is aan sociale huurwoningen en er in 2015 relatief veel migranten in Nederland aankwamen, is er een 'gemeentelijk versnellingsarrangement' ingevoerd. Dat betekent dat gemeenten vergunninghouders ook tijdelijk groepsgewijs mogen huisvesten in bijvoorbeeld vakantiewoningen, leegstaande kloosters of kantoren, of leegstaand zorgvastgoed. Dat laatste is het geval in Wezep - het pand waarin de Eritrese vrouwen wonen was voorheen in gebruik door een jeugdzorginstelling en stond twee jaar leeg.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.