In Vught voelen deze Eritrese jongens zich thuis, dankzij Vughtenaren

'Mooier kun je niet wonen'

Olaf Tempelman bericht tot aan de Tweede Kamerverkiezingen van 15 maart vanuit Vught over de stand van het land. Aflevering 14: asielopvang op zijn Brabants.

Ab Blankesteijn en Eveline van Zon met de Eritrese jongemannen. Beeld Marcel Van Den Bergh / de Volkskrant

'Mooier kun je niet wonen', zegt Esey uit Eritrea, die een maand geleden met landgenoten Saymon en Zeresenay de lege noodlokalen betrok van een Vughtse school die is verhuisd. Esey geeft een rondleiding door zijn kamer, waarin je de contouren van een schoollokaal nog herkent, maar die dankzij een groot bed, een eettafel, fijne gordijnen, een ruime ijskast, een magnetron en een royaal geproportioneerde zithoekbank niet alleen bewoonbaar, maar zelfs knus oogt. 'Alles is gebracht door Eveline', zegt Esey zachtjes.

Ab Blankestijn, begeleider namens Vluchtelingenwerk, voor de jongens 'maatje' of 'maatie', vertelt over de situatie van een maand geleden. De jongens schrokken een beetje toen ze de lege schoollokalen zagen die hen waren toegewezen. Maar toen wisten ze nog niet hoeveel Eveline van Zon en haar Vughtse vrienden van zulke lokalen kunnen maken.

In het schoollokaal dat de kamer is geworden van Zeresenay, nemen Ab Blankestijn, Eveline van Zon en de Eritrese jongens plaats aan een fraaie eettafel uit de Kringloopwinkel. Begrijpen doen ze elkaar met een half woord. Wie ze samen ziet, kan denken dat ze elkaar al heel lang kennen. Niets is minder waar: een week of zes geleden wisten ze nog niet van elkaars bestaan.

Esey, Saymon en Zeresenay leerden elkaar kennen in Vught, maar werden alle drie in oktober 1998 geboren in verschillende stukken van Eritrea. Alle drie vluchtten zij op hun vijftiende met goedkeuring van hun ouders voor wat aanstaande was: een militaire dienstplicht van minimaal tien jaar en een gedrild bestaan in een van 's werelds meest repressieve staten. Om veiligheidsredenen gaan ze niet herkenbaar op de foto.

Standplaats Vught

In de aanloop naar de verkiezingen peilt Olaf Tempelman de stemming in het land. Dat doet hij vanuit een microversie van Nederland: Vught. Hoe hebben de decentralisatie in de zorg, de versobering van de renteaftrek en al die andere kabinets-maatregelen Vught en daarmee Nederland veranderd?

Het is een eufemisme dat de reis met als eindstation Vught lastig en gevaarlijk was. De route liep via Ethiopië, Sudan en Libië over de Middellandse Zee naar Italië, Duitsland en Ter Apel. Ze deden er tussen de anderhalf en twee jaar over, het bangst waren ze in Libië. Zeresenay werd bij zijn eerste poging de Middellandse zee over te steken opgepakt en zat drie maanden vast, de handboeien gingen nooit af. Bij zijn tweede poging bereikte hij Europa wel. Esey kan nog niet over zijn Libische periode praten. 's Nachts komen de beelden terug. Eveline van Zon zegt tegen Esey: 'Je kunt ons ook 's avonds laat bellen en je mag ook komen logeren.'

Ab Blankestijn: 'Als je wilt dat vluchtelingen van hun leven in Nederland een succes kunnen maken, dan moet je zorgen dat er geen gaten vallen in de opvang, dan moet je er ook na vijf uur 's middags voor ze zijn.' Blankestijn kan de Libische plekken waar de jongens over praten niet alleen lokaliseren, hij is daar zelf geweest. Hij was een late veertiger toen hij zijn baan in het bedrijfsleven opzegde, zijn Vughtse huis verkocht en met zijn vrouw Els in een camper de wereld introk. Met die camper verkenden ze, onder meer, langdurig alle kusten van de Middellandse Zee. De Libische kust was prachtig en toen nog veilig, Palmyra in Syrië zagen ze nog voor de verwoesting.

Terug in Vught raakte Blankestijn na een toevallige ontmoeting op straat bevriend met de Oegandese vluchteling Julius, die hij hielp in Nederland zijn draai te vinden. Recent besloot hij dat hij graag iets wilde doen voor vluchtelingen van nu. Met de drie Eritrese jongens had hij meteen een klik. Esey, Saymon en Zeresenay woonden toen nog met andere minderjarige Eritreërs in een leegstaand complex in Vughts zorgpark Voorburg. Omdat ze 18 waren geworden, moesten ze daar weg, Blankestijn begeleidde hen tijdens de verhuizing naar de lege school en zag de teleurstelling in hun ogen. Zeresenay kan daar nu om lachen: 'Dat was voordat Eveline kwam.'

Eveline van Zon uit Vught wilde al langer iets voor vluchtelingen gaan doen. Toen zij de in januari de Eritrese jongens en meisjes in het Vughtse zorgpark leerde kennen, was ze eigenlijk meteen deel van de groep. Toen ze vorige maand de nieuwe accommodatie van de drie jongens zag, begreep ze hun teleurstelling. Echter: ze zag ook meteen potentieel. Eerst mobiliseerde Van Zon haar vriendenkring om het schoolgebouw schoon te maken, te witten en in te richten. De weken erna bracht zij nog een indrukwekkende hoeveelheid meubilair naar het complex: meubels afgestaan door vrienden en familie, meubels van de Kringloopwinkel, meubels van de recent overleden ouders van een goede vriendin. Van Zon heeft niet geteld hoe vaak zij en haar man de afgelopen weken af en aan reden, maar volgens Saymon was het 'meer dan dertig keer'.

Ab Blankestijn en Eveline van Zon hoefden niet zo nodig in de krant. Zij zeggen: Nederland heeft veel meer mensen zoals wij. Vluchtelingwerk kon in 2015 de toestroom van vrijwilligers nauwelijks aan. Echter: deze grote groep Nederlanders is zelden of nooit luidruchtig aanwezig en zet zichzelf bij voorkeur niet in de schijnwerpers. Je krijgt een completer beeld als je opschrijft dat zij evengoed 'het Nederland van 2017' zijn.

De beste Indische kok van Vught komt van de Balkan

Mijn moeder groeide op in Nederlands Indië, leerde koken van de baboe en vond de rijsttafel die wij in Vught hadden afgehaald van een dermate hoge kwaliteit dat zij vermoedde dat er een 'echte Indische kok' achter het fornuis had gestaan. Dat vermoeden hadden meer Vughtenaren. Echter: de beste Indische kok van Vught komt uit een gebied dat culinair gezien ver verwijderd is van de Indische keuken: de zware en vlezige Balkan.

Senko Kacar, meester in rijsttafels, behoorde tot de grote groep vluchtelingen uit het voormalig Joegoslavië die in de jaren '90 naar Nederland kwamen. Senko verbleef nog in het toenmalige AZC in Vught toen hij Puck de Leeuw uit Den Bosch leerde kennen. Een jaar later waren ze getrouwd. Hun professionele samenwerking begon pas vijf jaar terug, toen ze een toko openden aan het Moleneindplein in Vught-Zuid. Hun succes is te danken aan Senko's kookkunst en Pucks 'on-Nederlandse' betrokkenheid bij alle klanten, maar óók: aan flink wat Vughtenaren met wortels in een specifieke eilandengroep van de Indonesische archipel.

De verhouding tussen 'gewone' en 'Indische' klanten schat Puck op 'ongeveer 50/50'. Bijna al die Indische klanten zijn nakomelingen van de Molukkers die in 1951 in de barakken van het oude kamp Vught werden ondergebracht. Zelf hebben die Molukkers zich nooit als immigranten beschouwd: zij dachten tijdelijk te zijn geëvacueerd. Vele decennia later was de Republiek der Zuid-Molukken er nog steeds niet, de Vughtse barakken waarin zij nog altijd woonden verkeerden inmiddels wel in ernstige staat van verval. In 1987 besloot de gemeente tot de aanleg van een nieuwe woonwijk in Molukse stijl, op een paar honderd meter van het Moleneindplein. Slechts een deel van de Molukkers verhuisde, de meerderheid woont nog steeds in de barakken die in de jaren '90 zijn gerenoveerd. Maar het project resulteerde wel in een kleine 'Indische buurt' in Vught-Zuid. Dat hun toko daar vlakbij ligt, is een deel van de verklaring voor het succes van Senko en Puck.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.