In vrijheid domme keuzes maken

De terugtredende overheid en de vrije markt brengen ongekende keuzevrijheid. Onder het motto Red jezelf! begint de Volkskrant een serie over kiezen voor de moderne mens....

K en ies mij, kies mij, zingen Eneco, Nuon en Essent de klant toe

vanaf paginagrote krantenadvertenties saamhorigheidsgevoel opwekkende televisiespotjes. Donderdag is het zover. Dan is ook de energiemarkt, na de taxi-en telefoniemarkt, vrijgemaakt, conform het aloude ideaal van voormalig minister van Economische Zaken Hans Wijers die vol overtuiging marktwerking propageerde.

Meer markt is meer keuze. Vrije keuze, in het libertijnse ideaal is dat iets waar je niet genoeg van kunt krijgen, zoals frisse lucht of schoonheid. Kiezen maakt blij. Waar te kiezen valt moet geknokt worden om de gunst van de klant en sjezen de prijzen omlaag.

Zo bezien wandelt Nederland anno 2004 richting Walhalla. De keuzedwang en -drang die de moderne mens overspoelt is overweldigend. Deels is die afgedwongen door terugtrekkende bewegingen van de overheid. Decennialang regelde de staat mede ons leven. Nog is er buitengewoon veel wgeregeld van bovenaf, maar ook in de sociale zekerheid moet steeds vaker worden gekozen.

Vroeg met pensioen? Daar waar de VUT voor oudere generaties deze vraag 'vanzelf' beantwoordde, moeten nieuwe cohorten straks zelf een keuze maken over hun arbeidsduur. Via een levensloopregeling waarin ouderschapsverlof eventueel ingeruild kan worden voor iets minder lang doorwerken.

Ziek? Minister Hoogervorst kleedde het ziekenfondspakket uit, zodat mensen zelf moeten becijferen of ze een aanvullende verzekering willen voor tandarts en fysiotherapeut. De aanstaande noclaim korting in de zorg (waarbij zij die weinig ziektekosten declareren geld terugkrijgen) plaatst Nederlanders bovendien voor de keuze of ze naar de dokter stappen met een kloppende vinger of geld besparen door te wachten tot het 'vanzelf' over gaat.

Niet alleen de terugtrekkende overheid dwingt tot meer kiezen. Ook de markt doet dat. Neem de CAO a carte, door vakbonden bedacht om werknemers te laten kiezen tussen arbeidsvoorwaarden. Minder ATV-dagen in ruil voor een pc van de zaak? Kan. Overwerkuren niet laten uitbetalen maar inzetten voor een cursus? Kan ook. Wel kiezen, graag.

Dan is er de liberalisering van voorheen beschermde markten. De taxi's zijn het, de energiemarkt wordt het, de telefoniemarkt is het: vrij. Dat klinkt leuk. Maar kunnen kiezen is mn kiezen.

Ten slotte is er de informatielawine dankzij de invasie van nieuwe media. Een doe-het-zelf stedentripje regelen via internet resulteert in een ontmoedigend aantal mogelijkheden. Wie klaar is met vergelijken, is inderdaad aan vakantie toe.

'De moderne mens moet op dag meer keuzes maken dan een holbewoner in zijn hele leven', klaagt een recent Brits onderzoek. Ter adstructie werd het aanbod in een supermarkt geturfd: 83 soorten shampoo, 68 douchegels, 77 wasmiddelen en 87 soorten ontbijtgranen. Met acute verlamming voor het schap als gevolg.

Nu heeft het kiezen van de verkeerde shampoo weinig blijvende nare gevolgen. Maar het nemen van de verkeerde pensioenbeslissing of het niet adequaat bijverzekeren tegen ziekte en ander ongerief mogelijk w

Want het klinkt weliswaar reuze modern: de redjezelf-samenleving waarin mondige individuen uit een menu van mogelijkheden het optimale kiezen en aldoende hun welzijn maximaliseren. Maar de praktijk is weerbarstig.

'In de neoklassieke economie is meer keuze alleen maar beter', zegt Joep Sonnemans, onderzoeker bij CREED, het centrum voor experimentele economie en politieke besliskunde van de Universiteitvan Amsterdam. In het echt zijn de struikelblokken talrijk.

Overweldigend is de bewijsvoering uit de experimentele economie dat de homo economicus die rationeel zijn opties weegt en feilloos de beste grijpt, een fictie is. Herbert Simon, wegbereider voor het inzicht dat de mens niet kiezen kan, kreeg hier in 1978 de Nobelprijs voor. Daniel Kahnemann kreeg voor aanpalend onderzoek de Nobelprijs in 2002.

Simons opvattingen over 'beperkte rationaliteit' zijn buitengewoon relevant in de meerkeuzemaatschappij. De kern van zijn boodschap: mensen beschikken over beperkte tijd en beperkte hersencapaciteit en zoeken niet naar de beste oplossing voor problemen, maar naar iets wat 'goed genoeg' is. Meer keuze leidt dan niet noodzakelijkerwijs tot meer welzijn. Soms wtot stress en tot verkeerde keuzes.

Talloze experimenten wijzen uit dat de mens complexe keuzes niet goed aankan. Met intelligentie heeft dit weinig van doen. Zelfs de intelligentsten onder ons neigen naar uitstel bij lastige keuzes, naar 'kiezen voor niet kiezen' (doe mij maar het basispakket in plaats van alternatieven waar ik iets van moet vinden) en naar het hanteren van vuistregels (zoals verzekeringen enkel op prijs vergelijken en niet ook op voorwaarden).

'Mensen zijn slecht in het stellen van prioriteiten. Penny wise, pound foolish', zegt Sonnemans. 'Een kwestie die speelt op de korte termijn oogt belangrijker dan een probleem op de lange termijn.'

Dat leidt niet tot het beste resultaat. De gevolgen voor een maatschappij waarin kiezen vaker m kunnen daardoor groot zijn.

Uiteraard zijn er uitzonderingen. De zogeheten maximizers, een kleine minderheid, zijn dagelijks op zoek naar de beste regeling, zij pluizen verzekeringsvoorwaarden uit in hun queeste naar de beste deal. Maximizers zijn, ook als ze hebben gekozen, zelden echt tevreden. Want ze weten dat het beter kan.

Het gros van de consumenten is echter satisficer: die zijn al lang blij als ze aupt hebben gekozen. Liberalisatie vloeit zo bezien voort uit een ideologie die zich amper bezig houdt met hoe de economie feitelijk werkt.

Kiezen begint bij het bepalen of een vraagstuk wel belangrijk is en derhalve een keuze waard is. Dat vreet tijd en aandacht. Misschien maakt het niets uit welke energieaanbieder iemand deze donderdag kiest. Maar om dat vast te stellen moet erover nagedacht worden.

Kiezen kgeweldig zijn. Kiezen kun je namelijk leren, vooral bij beslissingen die geregeld terugkomen en waar een vergissing geen catastrofe is. Na drie keer uitproberen weet je wel welk brood je lekker vindt. Maar een beleggingsvorm voor je pensioen kiezen, moet vaak in keer goed gebeuren.

Terwijl juist pensioenkeuzes zo lang mogelijk worden uitgesteld. Het betreft hier immers een kwestie voor de 'onbelangrijke' lange termijn. In de Verenigde Staten, waar zelf het pensioen bijeen scharrelen gemeengoed is, is eens gemeten hoeveel tijd hoogleraren besteden aan hun pensioenopbouw. Sonnemans: 'Ze bleken meer tijd te besteden aan het kiezen van een nieuwe auto.'

De oorzaak voor dat extreme uitstelgedrag ligt mede in de toegenomen keuzevrijheid zelf, stelt Siegwart Lindenberg, socioloog en hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Groningen. Mensen hanteren bij het maken van keuzes drie verschillende doelen, zegt Lindenberg. Er is het streven naar onmiddellijke bevrediging. Er is het streven naar het verbeteren van de status en levensstandaard op lange termijn. En er is het streven naar 'moreel het juiste doen', mede om waardering van anderen te verkrijgen.

Als, zegt Lindenberg, mensen meer keuzevrijheden krijgen, zonder dat er verder iets verandert, dan krijgt het streven naar instantbevrediging, naar een goed gevoel (onder sociologen en psychologen het hedonische frame genoemd) de overhand, ten koste van de morele drijfveer en zelfs ten koste van de op winst-op-langere-termijn gerichte drijfveer.

'Het hedonisme is in Nederland dan ook mee-gelodeerd met de exploderende keuzevrijheid', zegt Lindenberg. Mensen baseren hun keuzes op de vraag: voelt dit wel lekker liefst meteen?

Een weloverwogen keuze voor de beste pensioenvorm laat zich lastig verenigen met dit hedonische frame. Mede door de meerkeuzemaatschappij is het kiezen dus drastisch veranderd.

Veelvoorkomend is bijvoorbeeld 'kiezen voor niet kiezen': als er alternatieven zijn, neemt het gros blind het standaardpakket. Zo kregen in een Amerikaans experiment twee groepen mensen een autoverzekering aangeboden. Groep I kreeg als basispakket een autoverzekering ijfhonderd dollar met uitgebreide rechtsbijstandsverzekering aangeboden. De alternatieve keuzemogelijkheid was een premie van 250 dollar en beperkte rechtsbijstandsverzekering. Groep II kreeg het omgekeerde aanbod: als basispakket een autoverzekering 50 dollar met beperkte rechtsbijstandsverzekering en als alternatief vijfhonderd dollar premie en uitgebreide rechtsbijstandsverzekering. In beide gevallen koos 80 procent van de mensen voor het basispakket.

Bij de CAO a carte kwamen uit een enqu van vakbond FNV Bondgenoten eind vorig jaar eensluidende cijfers: de leden vinden zo'n zelf-kiezen-CAO geweldig. Maar het grootste deel van hen kiest toch het standaardpakket.

En dat is misschien maar beter ook. 'Mensen realiseren zich vaak niet dat de keuze gevolgen kan hebben voor bijvoorbeeld de pensioengrondslag', zegt Jacqie van Stigt, adviseur arbeidsvoorwaarden bij de vakbond. 'Of dat ze door hun keuze ongewild boven de ziekenfondsgrens uitkomen.' De bond is vkunnen kiezen, maar alleen als mensen beseffen wat de gevolgen zijn.

Praktijkvoorbeelden van hoe mensen kiezen bij het beleggen van hun pensioengeld stemmen droevig. Kunnen ze kiezen tussen aandelen of obligaties, dan stopt viervijfde de helft van het geld in aandelen en de andere helft in obligaties. Is de keuze tussen aandelen Europa, aandelen Amerika en obligaties, dan verdelen diezelfde mensen hun geld gelijk over de drie categorie Waardoor nu tweederde van het vermogen in aandelen zit, tegen 50 procent in het eerste geval. Doordacht is zo'n keuze niet te noemen.

Er rust dus een grote verantwoordelijkheid op de aanbieders van (vooral financi) producten. Zij kunnen keuzes sturen. Sommigen zien hierin een krachtig argument voor een paternalistische overheid die mensen stuurt.

Zo kent de zorg al besliskundigen om zieken bij te sturen in complexe beslissingen over bijvoorbeeld riskante behandelingen. Waar een pati misschien behandeling A had gekozen, komt hij via de besliskundige uit op behandeling B. Met zo'n systeem zou de overheid mensen kunnen beschermen tegen al te drieste keuzes over hun toekomst.

'Maar', raakt Sonnemans aan een principieel punt, 'als je er zoveel paternalisme in brengt, waarom dan aupt al die moeite doen om mensen keuzevrijheid te geven?' Het is een vraag waar de terugtrekkende overheid zich voor gesteld ziet. Moet de overheid meehelpen kiezen? Of betekent keuzevrijheid de vrijheid om domme keuzes te maken?

'Praktijk botst met beleid', vindt Siegwart Lindenberg. 'Mensen vinden autonomie meestal wel prettig en ze zien keuzevrijheid als autonomie. Maar de overheid baseert haar sociaal-economische beleid op de neoklassieke microeconomie, die veronderstelt dat mensen nog helemaal in het frame zitten waarin ze vooral verbetering van levensstandaard en status op langere termijn nastreven, en dus bereid zijn te investeren, complexe rekensommen te maken, zich in een vraagstuk te verdiepen. Dit alles om het gemiddelde vermogen dat ze over hun hele leven vergaren te maximaliseren. He-le-maal verkeerd.'

Want die neoklassieke opvatting botst, wringt en schuurt met inzichten uit de sociologie dat mensen in de moderne keuzemaatschappij een pluk-de-dagperspectief hanteren. Lindenberg: 'Dat vergt een ander soort overheid.' Eentje die erkent dat de moderne mens niet de diepte in wil gaan. 'Een overheid', zegt Lindenberg, 'die informatie makkelijk toegankelijk maakt, liefst bij loket. Die de vraagstukken niet te ingewikkeld maakt, en die ervoor zorgt dat de kosten van verkeerde beslissingen niet te hoog zijn.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden