In vrede sterven

Na een geheugen-verlies van een kwarteeuw durft Spanje eindelijk zijn verleden onder ogen te zien. Boeken, documentaires, kranten en exposities tonen in volle omvang de verschrikkingen onder Franco....

'Mijn broers stierven omdat ze trouw waren aan de wettige regering. Ik vraag alleen eer en respect voor ze, niets meer. Ik ben een eenvoudige vrouw, ik heb geen enkel vertrouwen in de politiek, ik vraag alleen vrede en brood. Maar dit moet gebeuren. Christus zei het al in de Bergrede: begraaft uw doden. Op mijn 87ste leef ik alleen nog daarvoor: mijn broers begraven te zien op de begraafplaats van mijn dorp. Naast mijn vader, die een jaar na het verlies van zijn zonen stierf van verdriet, en mijn moeder, die haar verstand kwijtraakte, hoewel we de waarheid voor haar verborgen probeerden te houden. Als dat gebeurd is, kan ik in vrede sterven.'

De enige twee broers van Asunción Álvarez hadden zich bij het gemeentehuis overgegeven nadat de troepen van generaal Franco hun dorp Piedrafita de Babia hadden veroverd. Als tienduizenden anderen in die dagen werden zij onmiddellijk geëxecuteerd en begraven in een greppel vlak buiten het dorp. Dat was op 5 november 1937, en het is de eerste keer in bijna 66 jaar tijd dat Asunción openlijk over het lot van haar broers durft te praten.

De zwangere Emilia Girón werd door de militaire dictatuur opgesloten in de gevangenis van Salamanca, waar zij beviel van een zoon. Zodra het kind was geboren 'namen ze hem mee om hem te laten dopen, maar ze hebben hem nooit teruggebracht. Hoeveel andere baby's hebben ze meegenomen? Daar waren geen vergunningen voor nodig: er komt een echtpaar zonder kinderen langs, ze pakken jouw baby af en geven hem mee.'

Emilia is de zus van een van de bekendste leiders van de guerrilla die in de jaren veertig vergeefs de Franco-dictatuur bevocht, en belandde dus automatisch in de gevangenis. Daar baarde zij haar zoon in 1942, maar pas onlangs durfde zij daarover te praten in een televisiedocumentaire, zestig jaar na dato.

Voor de kinderen van de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939) is hun oorlog bijna een tachtigjarige oorlog geworden. Eerst het gewapende conflict met al zijn excessen, daarna een dictatuur die bijna veertig jaar intact bleef en hen dwong hun leed voor zichzelf te houden. De cultuur van het zwijgen gebaseerd op angst was zo diep geworteld dat zelfs na het herstel van de democratie in 1976 de meeste slachtoffers de lippen stijf op elkaar hielden.

Maar het grote ontwaken is begonnen. De boekhandels worden overstroomd met getuigenissen, niet zo zeer van de burgeroorlog zelf (die is grondig ontleed), maar van wat heet de posguerra, de naoorlogse jaren waarin Spanje ondergedompeld was in staatsterreur en armoe. Boeken, documentaires, kranten en exposities tonen in volle omvang de verschrikkingen. Het is alsof het land na een geheugenverlies van een kwarteeuw eindelijk zijn verleden onder ogen durft te zien.

'De herinnering is altijd beschouwd als gevaarlijk, omdat die geladen kan zijn met rancunes', zegt schrijver Juan Eduardo Zúniga, die net een nieuwe bundel verhalen over de burgeroorlog heeft gepubliceerd. 'Maar dat is niet zo. De tijd vijlt wraakgevoelens af. De herinnering moet gecultiveerd worden, want die houdt ons in leven. In Spanje is geprobeerd een hele periode uit te wissen, maar dat is nu voorbij.'

Tijdens de zogenoemde transitie, de overgang van dictatuur naar democratie, hebben alle politieke partijen eendrachtig geprobeerd het verleden onder het tapijt te vegen. De angst voor een terugkeer van de militairen zonder Franco was groot, niet ten onrechte zoals bleek bij de mislukte staatsgreep in 1981. Geen omkijken, geen wraak, maar ook geen recht. Niemand is in Spanje vervolgd wegens het schenden van mensenrechten tijdens de veertig jaar lange dictatuur.

'De transitie was een politiek pact om de verantwoordelijkheden uit te wissen, zelfs de morele en de symbolische', aldus de Catalaanse hoogleraar en schrijver Vicenc Navarro. 'Behalve een totale amnestie werd een amnesie (verlies van geheugen) afgekondigd.'

Clandestiene massagraven, ontvoerde en verdwenen kinderen, dwangarbeiders, ballingschap. Het hele spectrum van de ergste verschrikkingen wordt nu beetje bij beetje blootgelegd. De verontwaardiging groeit: hoe komt het dat wij beter weten wat er tijdens de dictatuur in Argentinië is gebeurd dan wat zich hier gedurende veertig jaar dictatuur afspeelde, te meer daar die al 25 jaar voorbij is?

Zwemmen in een Spaans stuwmeer? De dam is gebouwd door de 'slaven van Franco'. Met de trein van Madrid naar Burgos? De spoorweg is aangelegd door politieke gevangenen. Vakantie in een urbanización uit de jaren zestig aan een van de costas? Grote kans dat die is gebouwd door dwangarbeiders.

De Valle de los Caídos geldt als het symbool van de dwangarbeid onder Franco. In de bergen buiten Madrid liet hij een ondergrondse basiliek uithakken als symbool van zijn macht en als mausoleum. Een recent boek onthult dat er 'honderden valles de los caídos in het hele land' waren. Franco gebruikte in de loop der jaren 400 duizend dwangarbeiders, politieke gevangenen die dikwijls nooit waren veroordeeld, maar ervan werden verdacht 'rooien' (communisten) te zijn.

Het was bovendien een lucratieve handel voor de staat en bouwbedrijven, waaraan ze voor een prik ter beschikking werden gesteld. Bedrijven als Dragados (dat vorig jaar de Hollandse Beton Groep overnam) of Banus zijn er groot door geworden. Nog in 1970 bouwden dwangarbeiders voor Banus de luxe villawijk Mirasierra in Madrid.

Het woord desaparecido is een internationaal begrip geworden door de dictaturen in Argentinië en Chili. Wegens het illegaal ter adoptie geven van baby's van ontvoerde vrouwen hebben op dit moment enkele Argentijnse generaals huisarrest. In Spanje zijn in de jaren veertig en vijftig ten minste 30 duizend kinderen op deze manier 'verdwenen'. Hun misdaad: zij waren kinderen van rojos (rooien).

Veel kinderen belandden in eerste instantie met hun moeders in de overvolle gevangenissen. Maar wie politiek verdacht was, kon geen goede ouder zijn, dus werden de kinderen weggehaald. De meisjes werden vrijwel zonder uitzondering in kloosters gestopt, van een andere naam voorzien, en zo vaak overgeplaatst dat hun spoor niet meer te traceren was. Hetzelfde lot ondergingen kinderen van gefusilleerden en zelfs die van veel ballingen in het buitenland. De Falange, de Spaanse variant van de fascistische partij, ontvoerde begin jaren veertig op grote schaal kinderen van ballingen in Frankrijk.

María, die werd gescheiden van haar zusje Florencia, vroeg in het weeshuis voortdurend naar haar zusje. 'Ja, ja, je zusje', antwoordde een non. 'Een hoop kinderen zijn in de trein gestorven aan koorts. Vast en zeker dat ze je zusje uit het raampje van de trein hebben gegooid!' De Spaanse katholieke kerk ging voorop in de kruistocht van Franco tegen het rode gevaar en is in belangrijke mate verantwoordelijk voor het verdwijnen van veel kinderen.

Spanje bestond uit overwinnaars en overwonnenen, en die laatste categorie moest drastisch worden gezuiverd. In tegenstelling tot de gang van zaken in Argentinië gebeurde dit in Spanje open en bloot. Hier zijn nooit clandestiene detentiecentra geweest, de Nieuwe Staat organiseerde het wettelijke, administratieve en bureaucratische systeem dat de verdwijningen mogelijk maakte.

Hun lot achtervolgde de meeste kinderen een leven lang. Wie in een tehuis van de sociale dienst of in een klooster had gezeten, was een kind van een rooie, een stigma dat hij voor altijd moest meedragen. Pas nu beginnen met name vrouwen zich schoorvoetend te organiseren als de moeders of grootmoeders van de Plaza de Mayo, in de hoop nog voor hun dood hun broertje of zusje terug te vinden.

Begin vorig jaar werden even buiten het dorp Priaranza del Bierzo, in de provincie León, zeven skeletten opgegraven. Het waren de resten van zeven mannen die in 1936 standrechtelijk waren geëxecuteerd, waarna ze clandestien werden begraven in een greppel. De opgraving was de eerste actie van de Vereniging voor het Herwinnen van het Historische Geheugen (ARMH), een initiatief van de journalist Emilio Silva, die begon met het zoeken naar de resten van zijn vermoorde grootvader, en inmiddels in het hele land aan het werk is.

Spanje is bezaaid met illegale graven. In dorpen kennen ouderen de locaties, maar zij hebben er nooit openlijk over gesproken. In Priaranza del Bierzo zeggen ze het nu hardop: 'Er liggen hier meer doden buiten dan op de begraafplaats.' De huidige regering weigerde de ARMH te steunen in de strijd voor identificatie van de resten in anonieme massagraven. De vereniging, die het aantal gefusilleerde en clandestien begraven slachtoffers op 30 duizend schat, schakelde de Verenigde Naties in: 'Het is vreemd dat rechter Garzón achter Pinochet aangaat, terwijl de familieleden van de desaparecidos onder Franco zich tot de VN moeten wenden.'

Er is haast geboden. De nog levende getuigen die bij het opsporen van de graven kunnen helpen, zijn veelal in de 80, en de tijd die rest om verdwenen familieleden alsnog fatsoenlijk te begraven loopt ten einde. 'Wij willen geen revanche, maar gerechtigheid', aldus Emilio Silva. 'Je kunt geen democratie bouwen op spoken van het verleden.'

De regering van de Partido Popular, die is opgericht door Franco-getrouwen, meent nog altijd dat het geen zin heeft achterom te kijken: 'De tijd van de twee Spanjes is voorbij.' De schrijfster Dulce Chacón bestreed dit bij de presentatie van haar laatste roman, gebaseerd op getuigenissen van de 'verliezers', die inmiddels een bestseller is: 'Het conflict tussen de twee Spanjes is pas voorbij als erover kan worden gepraat. Wij veertigers en vijftigers zijn de kinderen van het grote zwijgen van onze ouders. Dat zwijgen moeten wij nu doorbreken ten bate van onze eigen kinderen. Rechts wil dit niet, en geeft nog steeds als argument dat de rooien ook een hoop misdaden hebben begaan. Maar die misdaden zijn omstandig uit de doeken gedaan, daar heeft het Franco-bewind zich veertig jaar mee beziggehouden. Nu is het moment gekomen het lijden van de overwonnenen te vertellen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden