In verborgen Rotterdam heersen andere codes

Op de kop van de West-Kruiskade stapt een nette dame van haar fiets. Ze heeft de verslaggever een kaart zien raadplegen en vraagt: 'Kan ik u misschien helpen?...

In grote delen van New York en Londen is dit een heel gebruikelijke vraag. In Rotterdam niet. En op de kop van de West-Kruiskade al helemaal niet. Doorgaans is dit een pleisterplaats voor verslaafden en randgroepjongeren. De straatroof in de omgeving is de afgelopen weken weer eens toegenomen. Het is er viezig en het waait er altijd. Een normaal mens versnelt de pas, stelt geen vragen.

De geraadpleegde kaart hoort bij het boek De Verborgen Stad; de zeven gezichten van Rotterdam (Amsterdam University Press, 2001). Hij geeft een route door het andere Rotterdam, langs plekken die toeristen, beleidsmakers, maar ook veel autochtone Rotterdammers niet of nauwelijks kennen.

Of hij beschrijft bekende plekken met een verborgen inhoud, zoals het Centraal Station met zijn drugsdealers en -runners, homo;prostitutie en de Marokkaanse vaders die de ontspoorde jongens weer op het juiste pad moeten brengen.

Vandaag zijn ze er niet, de Marokkaanse vaders noch de tiener-runnertjes. Wel lopen er wat brede, iets oudere Noord-Afrikanen rond in strakke T-shirts die hun spieren accentueren. Ze geven signalen af waaruit een goed observator kan opmaken dat zij hier de dienst uitmaken - in elk geval vandaag.

In De Verborgen Stad gaat het om de subtekst van de stad, om wat er zich achter de façades afspeelt. Het gaat erom dat iemand die de route loopt zich vragen gaat stellen. Waarom zijn de openbare daktuinen in het Oude Westen met hekken afgezet? Zijn er elders wel toegankelijke stadstuinen? (Antwoord: ja, in de wijk de Cool is zelfs een verborgen mini-dierentuin)

Wat is het effect van al die kunst in de openbare ruimte, de beelden die je dagelijks passeert maar nooit kunt reproduceren? Hoe zit het met die rij monumentale panden aan de 's Gravendijkwal, die al jaren leegstaan en totaal vervallen zijn; waarom wordt die 'rotte kies' maar niet getrokken?

'De Schaduwstad', noemen Godfried Engbersen (socioloog) en Jan Veraart (antropoloog) het Rotterdam dat voor de meesten verborgen blijft en zich alleen laat ontdekken door codes te ontcijferen. Graffiti-tags geven aan welke groep jongeren in welke buurt de dienst uitmaakt. Hoopjes glas bij een parkeerplaats gaan veelal samen met de aanwezigheid van criminele verslaafden.

Een vaal stuk laken voor een zolderraam duidt op irreguliere bewoning. Een bruine stalen deur betekent een gesloten dealpand. Het woud schotelantennes in de oude wijken impliceert dat het met de integratie van de allochtone bevolking niet echt wil vlotten. De ontelbare belwinkels, exotische slagers en supermarkten zijn een teken van een parallelle wereld die de nieuwkomers langzaam maar zeker voor zichzelf scheppen.

Zo zijn er talloze ontwikkelingen die aangeven dat er buiten mainstream Rotterdam iets anders ontstaat. Als sprekend, maar geheel onzichtbaar, voorbeeld noemen Engbersen en Veraart de ongekende populariteit van geheime telefoonnummers onder langdurig werklozen en allochtonen. Uit onderzoek in het Nieuwe Westen bleek dat maar liefst 45 procent van de langdurig werklozen met een telefoonaansluiting een geheim nummer had. Het landelijke gemiddelde is 7 procent.

Als verklaring voor dit fenomeen geven zij de onthechting die zich in de oude wijken voltrekt. De sociale cohesie is verdwenen, wederzijds wantrouwen en onbegrip groeien. Mensen trekken zich terug, willen liever niet herkenbaar of aanspreekbaar zijn. Een geheim nummer is een probaat middel om die anonimiteit te waarborgen.

Maar ook is het een manier om een eigen autonome ruimte te creëren waartoe buitenstaanders niet gemakkelijk toegang hebben. Die 'buitenstaanders', dat is in de eerste plaats de overheid. Die moet zo ver mogelijk weg blijven.

Dit idee van een geheim nummer dat een zekere mate van autonomie verschaft, keert terug in diverse gedaanten en op verschillende niveaus. Het is de speldenprik als (vaak onbewust) verzet. Engbersen en Veraart noemen verder zwartwerken, uitkeringsfraude, het veinzen van bureaucratische onwetendheid, politieke desinteresse, politiek incorrect stemmen, manipulatie van voorzieningen, kleine criminaliteit en het ontstaan van subculturen.

Het zijn stuk voor stuk manieren om je af te sluiten van de reguliere samenleving en het op je eigen, zo onafhankelijk mogelijke manier te rooien. Zo ontstaat de Schaduwstad met een eigen economie en eigen sociale hiërarchie. In Rotterdam is die parallelle stad tamelijk groot, dankzij een bevolking met veel allochtonen en sociaal zwakkeren. De kloof groeit, is moeilijk te dichten en het effect is op lange termijn destabiliserender dan dat van de incidentele rassenrel.

De wandeling uit De Verborgen Stad levert overigens slechts een glimp op van wat zich hier werkelijk afspeelt. Naar het leed en de eenzaamheid van de oude allochtoon kan men slechts gissen. Hoe de illegaal zich in de circuits van werk en huisvesting beweegt, blijft een raadsel. De link tussen een coffeeshop, een Marokkaanse familie in het Oude Noorden en het dorp in de Rif, blijft hypothetisch.

Wel duidelijk is dat in de Schaduwstad andere normen, waarden en codes heersen. Bepaalde cafés of winkels ga je niet binnen. Een nette dame die afstapt van haar fiets om ongevraagd de weg te wijzen, dat is een anomalie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden