In verband met de lente en het mooie weer hebben wij een dag vrij genomen

Iemand zei iets over een theemuts. Sterker nog, iemand schreef me dat ze zelf een theemuts was. Eigenlijk weet ik niet precies wat ik me daarbij voor moet stellen....

Vroeger, in mijn jonge jaren, werkte ik bij een bureau dat was gevestigd in een deftig herenhuis op het platteland. De secretaresses waren vindingrijk en oorspronkelijk, en werden later dan ook ontslagen door nieuwe directeuren met ambities, maar in de tijd dat ik daar werkte was alles nog idyllisch. Op een dag was opeens de thee op, natuurlijk net op het moment dat er belangrijke bezoekers in de vergaderruimte zaten die thee hadden besteld.

De secretaresses stonden voor een dilemma. Ze wilden de vergadering laten weten dat de thee op was, maar ze wilden ook niet onnodig storen. Dus pakten ze een blaadje papier, schreven daarop met grote letters ‘de thee is op!’ en prikten het papier op een theemuts. Daarna zette een van de secretaresses de theemuts op haar hoofd, liep ermee naar buiten en ging voorzichtig voor het raam van de vergaderruimte staan, in de hoop de aandacht te trekken van onze hoogste baas. En dat lukte, de boodschap kwam heel duidelijk op hem over.

Vandaag lig ik uitgestrekt op de bank, want ik heb koorts, en in mijn koortsige brein draven menselijke theemutsen rond en al die andere sprookjesfiguren die zichzelf de laatste tijd in mijn aandacht hebben aanbevolen, zelfbenoemde zwamneuzen, zeurkousen, muggenzifters en mierenneukers, een lange sliert van lawaaierige mensen die door mijn linkeroog naar binnen zwieren en door mijn rechteroog weer naar buiten, luidruchtig mijn mond in, kritisch mijn oor uit, al zingend van ‘we gaan nog niet naar huis, nog lange niet’, de rillingen lopen me over de rug, het zweet breekt me uit, ik heb verdorie griep.

Vandaag ben ik bang om iets te schrijven. In mijn verhitte gemoed is de angst opgelaaid dat mijn woorden een eigen leven gaan leiden. Want alle communicatie is miscommunicatie. Zodra je iets zegt, begrijpen anderen je verkeerd en als je probeert de schade te herstellen, maak je de verwarring alleen maar groter. Vandaag ligt de verwarring waarschijnlijk aan de koorts, maar meestal ligt het aan de taal, en in die grote kans op misverstanden schuilt het nadeel van spreken en schrijven in het openbaar.

Nu ik hier lig te ijlen en in mijn angst voor de kritische Volkskrantlezers die wandelende theemuts niet meer uit mijn hoofd kan zetten, schiet me een oude huwelijksadvertentie uit Sheffield te binnen. Een op genot ingestelde man met een serieus beroep (professional man, hedonistic) zocht een vrouw. Hij gaf zijn advertentietekst door aan de telefoniste van de krant, maar die begreep hem niet goed en maakte er haar eigen versie van. Professional man, 45, head on a stick, seeks similar woman.

Ik ben bang. In mijn koortsdromen ben ik bang voor theemutsen op pootjes, bang voor hoofden op stokken, bang voor de verwarring die ontspruit aan de taal. Omzichtig probeer je een probleem te ontmantelen, maar o, wee als je een verkeerd woord gebruikt, dan ontploft de oplossing recht in je gezicht; de tekst spat uiteen, de taal onttrekt zich aan je gezag, met een kleine verspreking in de krant kun je het hele land in het ongeluk storten. Ik moet vandaag iets schrijven, maar ik durf het niet.

De Amerikaanse schrijfster Sylvia Wright heeft een woord bedacht voor de vreemde wezens die uit de taal ontstaan door misverstanden en versprekingen. Ze had een moeder die haar graag oude Engelse gedichten voorlas, en een van de lievelingsgedichten van de kleine Sylvia was de 17de eeuwse ballade The Bonnie Earl O’Murray, waar de Earl O’Murray wordt afgeslacht in de laatste strofe en buiten op het gras wordt neergelegd. Ye Highlands and ye Lowlands, Oh, where hae ye been? They hae slain the Earl O’Murray, And laid him on the green.

De jonge Sylvia Wright verstond de laatste zin een stuk dramatischer dan die was bedoeld en maakte ervan: And Lady Mondegreen. Daarmee was Lady Mondegreen in één korte zin tot leven gewekt en meteen ook weer bruut vermoord. Toch leefde de Lady voort, want in 1954 schreef de volwassen Sylvia Wright een essay over zulke misverstanden, en ze noemde ze mondegreens, omdat er nog geen ander woord voor bestond.

Met griep in mijn lijf hijs ik me overeind en ga op zoek naar mondegreens. Ik kan wel op de bank blijven liggen, bang me te verspreken en bang verkeerd verstaan te worden, maar het is tijd dat ik weer aan het werk ga als serieuze columnist en dat ik zeg waar het op staat. Dus moet ik eerst die mondegreens recht in de ogen zien, anders durf ik uit angst voor misverstanden nooit meer iets te schrijven.

Op de website van het genootschap Onze Taal lees ik dat de oude versregel ‘Ik zie des meis virtuut’ (‘de deugd van de maand mei’) ooit werd verstaan als: ‘Ik zie de smijsfertuut.’ Het schoollied ‘naar veld en wei, daar voelen w’ons pas vrij’ werd ‘naar veld en wei, de vroelebond is vrij’. En ‘zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder, niet zonder ons’ van Ramses Shaffy werd ‘zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder, niet slobberbons’.

Ach, het zijn vreemde, maar vriendelijke wezens, de smijsfertuut, de slobberbons, de vroelebond. En langzaam, heel langzaam ebt de koorts weg. Buiten kwinkeleren de vogels, het wordt lente. Vroeger, bij dat deftige bureau, stuurden de secretaresses op mooie dagen iedereen naar huis en lieten voor de klanten een berichtje achter op het antwoordapparaat. ‘In verband met de lente en het mooie weer hebben wij een dag vrij genomen. Wij raden u aan hetzelfde te doen.’

Ze mogen dan hun congé hebben gekregen, deze onnavolgbare secretaresses, maar hun geest leeft voort, en zo heb ik besloten het vandaag, op deze lentedag, eens helemaal nergens over te hebben. Ik raad u aan hetzelfde te doen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.