reportage niger

In ‘veilig’ Niger komt de dreiging van alle kanten

Als laatste veilige land in de regio is Niger het centrum van de internationale strijd tegen terreur geworden. Toch slaat het geweld uit buurland Mali – waar Nederland zijn deelname aan de VN-missie heeft beëindigd – over. ‘Waar zijn die Amerikaanse drones als gewapende jongens op motoren ons dorp aanvallen?’

De Nigerese veiligheidsagenten krijgen aan het eind van de training te horen van hun Belgische begeleiders wat er nog beter kan. En dat blijkt veel. Beeld Sven Torfinn

Longread
U kunt deze reportage ook hier lezen

Wie de terroristen zijn weten de dorpelingen ook niet. ‘Zes mannen op brommers met getrokken geweren kwamen naar ons dorp en zeiden dat we de sharia moesten invoeren. Als we dat niet deden, zouden ze de volgende dag terugkomen om ons allemaal te doden.’ Dorpshoofd Abdrazak Ahmed sjokt, in een verfomfaaid stoffig kostuum en groene tulband, wat verloren rond in het kamp dat zijn mededorpelingen aan de rand van Tillabéri hebben opgebouwd met wat zeilen, kleden en rieten matten die ze kregen van de inwoners van de stad en hulporganisaties.

De dorpelingen van Tingara, een dorpje van boeren aan de grens met Mali, kregen een paar dagen voor de terroristen kwamen een niet mis te verstane boodschap. De zoon van het vorige dorpshoofd werd vermoord en op het dorpsplein gelegd met zijn afgehakte hoofd op de buik. Het dorpshoofd zou een informant van de regering zijn en hun schuilplaatsen verraden. De 750 dorpelingen pakten hun biezen, kinderen, vrouwen en bejaarden incluis, en kwamen eind december met lege handen in Tillabéri aan.

‘Zestien dagen hebben we gelopen’, vertellen de oude mannen die bijeenzitten in een tent die enige beschutting biedt tegen de brandende zon in Tillabéri. Dit is het laatste veilige stadje in Niger voor de 50 kilometer brede grenszone begint waar sinds vorig jaar de noodtoestand geldt. Dit jaar zijn al 70 duizend Nigerezen in de grensregio op de vlucht geslagen voor overslaande terreur uit Mali, noodhulp komt nog moeizaam op gang. ‘Water is ons grootste probleem’, zeggen de vrouwen. ‘Er is alleen zilt water uit de rivier, 4 kilometer lopen vanaf hier.’

De ontheemden hebben drie keer voedsel gekregen van het Wereldvoedselprogramma. Organisaties als Islamic Relief, Artsen zonder Grenzen, de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR en de Italiaanse hulporganisatie Coopi proberen af en toe basale medische hulp en voorzieningen te leveren in het snel verslechterende crisisgebied, maar fondsen blijven uit voor de ramp die nog niet op het netvlies staat van de internationale donorgemeenschap.

Beschuldigingen

Langs de hele grens van Mali, van Niger tot en met Burkina Faso, neemt het geweld rap toe tussen herders en boeren, nomadenvolkeren onderling en jihadisten. Net als in Mali, waar vorige maand nog 158 burgers omkwamen bij een gewelddadige aanslag, is onduidelijk wie achter de terreurdaden zitten. Fulani-herders beschuldigen Toeareg-nomaden ervan hun vee te stelen en samen te werken met het Malinese leger, dat zich ook schuldig maakt aan wandaden tegen de bevolking. Toeareg beschuldigen op hun beurt Fulani ervan zich in te laten met jihadistische troepen om zichzelf te beschermen. Boeren beschuldigen beide volkeren van intimidatie. Jihadistische terreurgroepen zoals Mujao en Gatea poken het vuurtje verder op om jongeren te rekruteren.

Over de motieven van de terroristen om hen weg te jagen van hun geboortegrond tasten de dorpelingen in het duister. ‘Met godsdienst heeft het in elk geval niets te maken’, zegt dorpsoudste Abdulzakou Hamadou onder het blauwe zeil van de tent in ­Tillabéri. ‘We hebben ze nooit zien bidden.’

Niger is het centrum van de internationale strijd tegen terreur geworden. De Amerikanen hebben er de grootste dronebasis van Afrika gebouwd, de Fransen gebruiken het land als uitvalsbasis voor hun militaire aanwezigheid in Mali, de Europeanen zien Niger als hun belangrijkste bondgenoot om ­migratie tegen te houden. Alle buitenlandse troepen staat het schrikbeeld van Mali, waar de staat zijn gezag in grote delen van het land heeft verloren, helder voor ogen.

Dat rampscenario moet te allen tijde worden voorkomen, zo vindt ook de Nigerese overheid, die de buitenlandse interventie en de miljardensteun die daarmee gepaard gaat omarmt. Minister Kaag van  Ontwikkelingssamenwerking stelde vorige maand bij haar bezoek aan Niger nog 100 miljoen euro beschikbaar voor ontwikkelingshulp.

Sinds de Amerikanen eind 2017 in een hinderlaag reden in Tongo Tongo in de regio Tillabéri aan de grens van Mali, waarbij vier Amerikaanse en vijf Nigerese militairen om het leven kwamen, zit de schrik er goed in. De wereld is als de dood dat de terreur uit Mali overslaat naar Niger, het laatste veilige land in de regio dat langs alle andere grenzen wordt bedreigd. Ten zuiden door de terreur van Boko Haram uit Nigeria, ten noorden door de bewapende smokkelaars en bandieten uit Libië en mogelijk binnenkort weer door islamisten uit Algerije nu dat regime vorige week is gevallen.

Training

Buiten de hoofdstad Niamey liggen deze ochtend tientallen Nigerese politieagenten in het zand met getrokken geweren. ‘Poef, poef, poef’, roepen ze. Ze zijn zogenaamd in een hinderlaag gelopen van de ‘vijand’. De oefening maakt deel uit van een trainingsprogramma dat is opgezet door Eucap, de Europese veiligheidseenheid in Niger. Deze speciale Mobiele Eenheid voor grenscontrole (CMCF) van tweehonderd man sterk, die betaald wordt door Nederland en Duitsland, wordt een van de vier mobiele brigades die Niger langs de grens gaat opzetten.

Gespierde trainers met baardjes en zonnebrillen van de Belgische Special Forces proberen de politieagenten in de woestijn de basis bij te brengen van militaire en tactische operaties. Het gaat nog niet naar wens. ‘Daar is de vijand, je mikt nu op je eigen mensen’, gebaren ze. De agenten laten zich gedwee de les lezen om na afloop van de training in konvooi terug de stad in te rijden voor het middaggebed en de lunchpauze.

Eucap heeft maar een doel voor ogen: Niger stabiel houden en zorgen dat het niet afglijdt richting het Mali-scenario. Maar hoe doe je dat? Ervaringen wereldwijd leren dat militaire interventies vaak averechts werken, zegt Michael Köningsmann, hoofd van de CMCF-missie. ‘Kijk naar Afghanistan. Als een school wordt platgegooid omdat de vijand zich daar heeft verscholen, keert de bevolking en de publieke opinie zich tegen je. Als leger ben je nooit populair in het strijdveld.’

‘Goed contact met de bevolking is daarom cruciaal.’ Hij wijst naar de machteloosheid van het Nigerese leger in Diffa, het zuiden van Niger waar de noodtoestand geldt vanwege de dreiging van Boko Haram. ‘De vijand is ze steeds een stap voor. Terroristen hebben contacten met de lokale bevolking die ze waarschuwt als het leger in de buurt is.’ Die situatie wil Niger elders in het land voorkomen met een meer tactische aanpak en de inzet van politieagenten als ‘zachtere’ veiligheidstroepen, waarbij burgers informatie doorspelen en zich beschermd voelen.

Tijdbom

De situatie in Tillabéri is een tijdbom, waarschuwt Moulaye Hassane, hoogleraar Arabische studies aan de Universiteit van Niamey, en voorzitter van een programma tegen radicalisering van het Centrum van strategische studies en veiligheid. ‘Alles hangt af van het optreden van de overheid, maar die is te zwak. Om jihadisme te bestrijden moet je investeren in onderwijs en economische ontwikkeling en armoede en corruptie tegengaan. De overheid heeft die middelen niet en staat daarom open voor buitenlandse interventie.’

De belangrijkste terreurgroepen

Jama’at Nusrat al Islam wal Muslimen ( JNIM) is een in 2017 opgerichte fusiegroep van islamisten waaronder: Ansar Dine, afgesplitst van de Malinese Toearegbeweging MNLA ( Nationale Beweging voor de Bevrijding van Azawad) die de coup in Mali pleegde in 2012, en Al Qaida in the Islamic Magreb

Gatia ( Imghad Tuareg Zelfverdedigingsgroep en partners) werd opgericht in 2014 uit verzet tegen de bezetting van Mali door MNLA. De groep werkt samen met het Malinese leger en de Fransen

Mujao ( Beweging voor eenheid en Jihad in West-Afrika) werd op­gericht door hoofdzakelijk Fulaniherders. Ze werken onder meer samen met Islamic State in the Greater Sahara (ISGS) en verzetten zich tegen Gatia.

Die afhankelijkheid van het buitenland kan zich juist tegen de overheid keren, waarschuwt hij. ‘Jihadisten vertellen mensen dat Niger zijn soevereiniteit heeft opgegeven, dat het buitenland bepaalt wat hier gebeurt en westerse oplossingen opdringt voor de problemen van de samenleving. Zij komen met een beter alternatief: een zuiver islamitische staat die modernisering en westerse invloed afwijst. Dat slaat aan bij jongeren die boos en gefrustreerd zijn en teleurgesteld in een overheid die nooit iets voor hen heeft gedaan.’

Langs de grens worden de gepantserde wagens met buitenlandse vlaggen door de dorpelingen dus met veel argwaan bekeken. ‘We weten dat Amerikaanse drones alles volgen wat hier gebeurt. Maar als gewapende jongens op motoren onze dorpen aanvallen zijn ze nergens te bekennen’, zegt burgemeester Alhamdou Issalak uit het dorpje Inatès, waarvan de bevolking eveneens op de vlucht is geslagen nadat tientallen dorpelingen werden vermoord. Zelf is hij ondergedoken.

Andere belangen

Er spelen duidelijk andere belangen, klinkt het in Niger, verwijzend naar de talloze bodemschatten in de woestijn; uranium, goud, olie en andere belangrijke delfstoffen. Iedereen weet dat in Frankrijk het licht uitgaat zonder uranium uit de woestijn van Niger. ‘Wat de blanken hier ook doen, ze zijn hier in elk geval niet om ons te beschermen’, zegt de ontheemde Toeareg-burgemeester verbitterd. ‘Van onze eigen overheid hoeven we sowieso niets te verwachten. De bevolking wordt zo gedwongen om zelf de wapens op te pakken om zichzelf te verdedigen.’

‘Het is wraak op wraak’, legt burgemeester Alhamdou Issalak uit. ‘We hebben hier altijd rivaliteit gehad tussen etnische groepen om vee en vruchtbare grond, maar nu is de jihad er bij gekomen en krijgen jongens wapens.’

‘Het zijn gewoon criminelen’, vervolgt de burgemeester. ‘De jihad gebruiken ze alleen om wapens en steun te krijgen uit de Arabische wereld. Zelf hebben ze een ander doel, namelijk om vrijelijk wapens, drugs en andere zaken over de grens te smokkelen. Er is zoveel geld mee gemoeid dat deze terreur niet meer is te stoppen’, vreest hij. ‘Inwoners aan de grens hebben feitelijk geen keuze meer. Terroristen komen de dorpen in en zeggen: wij beschermen jullie tegen betaling en in ruil voor jullie kinderen als rekruten. Weigeren betekent dat je moet vluchten. Vandaar dat alle dorpen leegstromen. Iedereen is hier slachtoffer, ook de jongens die gedwongen worden tot jihadisme.’

Interventie

Militaire interventie is niet de oplossing en kan extremisme aanwakkeren, zo weten ze ook bij Eucap na enkele sessies met de radicaliseringsprofessor Hassane. Je moet begrijpen wie de vijand is om hem te kunnen bestrijden. ‘Onrecht en sociale ongelijkheid is een sterk narratief, je hebt de jihad niet eens nodig om jongeren te laten radicaliseren’, zegt een Belgische commandant. De volgende vijand is het Westen, zegt ook hij off the record. ‘Iedereen zit hier voor zijn eigen belangen.’

De Nigerese burgeractivist Nouhou Arzika gaat nog een stapje verder. ‘Het Westen zit zelf achter de aanslagen. Hoe komen die jongens anders aan de modernste wapens en dollars? Ze zijn straatarm. Ze steunen de jihad om onrust te creëren en zo hun aanwezigheid te legitimeren. Doel is om Niger arm en afhankelijk te houden en zo te voorkomen dat wij zelf bepalen hoe en aan wie wij onze grondstoffen verkopen. Ze hebben er alles voor over om China en andere ‘vijanden’ zoals Iran en Turkije weg te houden bij onze mijnen.’

Het grotere geopolitieke plaatje gaat de ontheemden in het kamp in Tillabéri boven de pet. Himou Garba heeft andere hoofdbrekens, zoals de ondraaglijke hitte die zijn vrouw en zes kinderen, waarvan de jongste Yousra in het kamp is geboren, moeten doorstaan. En waar vindt hij hout om zijn hut te verstevigen voor de windvlagen die het regenseizoen straks met zich meebrengt? ‘We hadden een mooi huis en land waar we granen en andere gewassen verbouwden. Terug naar huis kunnen we nooit meer, niemand beschermt ons daar tegen de terroristen. We zijn alles kwijt.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden