ReportageNedmag

In Veendam drogen ze zout straks met waterstof

Warmtepompen, zonnepanelen, elektrische auto’s. Het is klein bier als je bedenkt dat de grootste CO2 -uitstoot komt van de industrie: eenderde van het totaal. Zoutproducent Nedmag gaat de omslag nu maken en stapt over op waterstof. Maar kan de industrie eigenlijk wel over op groene stroom?

Zoutproducent Nedmag gaat zijn gasbranders vervangen door waterstofbranders.Beeld Harry Cock / De Volkskrant

Achter de lage fabrieksgebouwen van zoutproducent Nedmag, vlak bij de golfbaan van Veendam, loopt directeur Bert Jan Bruning naar een blauw stalen bouwsel opgetrokken uit zeecontainers, en opent de deur. Er staat een doodgewone ketel achter, anderhalve man hoog, die wordt gebruikt voor een van de drogingsprocessen van magnesiumzout.

Bruning wijst naar het apparaat dat aan het uiteinde van de ketel zit: de vorm van een bladblazer, de kleur van een brandweerauto en het formaat van de achterbank van een kleine auto. ‘Dat is de brander. Deze werkt alleen op aardgas, en die gaan we in januari vervangen. De nieuwe kan zowel op waterstof als op aardgas.’

Het lijkt een kleine ingreep, maar voor Nedmag is het het begin van een grote ontwikkeling. Het bedrijf haalt sinds 1981 magnesiumzout onder de bodem van Veendam vandaan. De grondstof wordt gebruikt in voedingssupplementen voor zowel mens als dier, maar er worden ook hittebestendige stenen van gebakken. Voor het drogen van het zout en vooral voor het bakken van de stenen heeft Nedmag jaarlijks 50 miljoen kuub aardgas nodig, en wil overschakelen op groene waterstof. In 2035 moet dat proces voltooid zijn, vindt Bruning.

Alles wat over de toekomst van de waterstofeconomie wordt gezegd, is gigantisch. Onlangs maakte producent Yara, aan de andere kant van het land, in het Zeeuwse Sluiskil, bekend dat bij een klein deel van de productie van kunstmest overgeschakeld zal worden op groene waterstof. Die zal gemaakt worden met windstroom. Als de hele fabriek dat pad zou kiezen, zou Yara in zijn eentje in 2030 al eenderde van alle windstroom nodig hebben die dan op de Noordzee wordt gemaakt om in zijn behoefte aan waterstof te voorzien. Vergelijkbare kolossale plannen zijn er van Shell en van Tata Steel.

Klein project

Bij bespiegelingen over het verminderen van de uitstoot van broeikasgas gaat het al gauw over windmolens, zonnepanelen, warmtepompen en elektrische auto’s. Klein bier als je bedenkt dat de grootste uitstoot van broeikasgas komt van de industrie: eenderde van het totaal. En waar transport en elektriciteitsproductie al aardig bezig zijn met ontkolen, schiet het in de industrie niet op. In twee jaren (2018 en 2019) daalde de uitstoot in de elektriciteitssector met 13 procent. In de industrie met 1,5 procent.

Dus met zijn waterstofbrander mag Nedmag wel een pionier genoemd worden. Voorlopig gaat het nog maar om een klein project. De waterstof komt per vrachtauto van de nabije electrolyser van Gasuniedochter EnergyStock bij Zuidwending. Maar zou Nedmag zijn huidige productie helemaal omschakelen op groene waterstof, dan zou alleen al daarvoor bijna een kwart van een windpark op de Noordzee nodig zijn.

Bruning weet nog niet hoe dat allemaal moet vorm krijgen, maar veel alternatieven ziet hij niet. De vuurvaste stenen van Nedmag worden gebakken op 2.200 graden. Dat gaat niet met warmtepompen of aardwarmte, en zelfs niet met elektrische ovens. Dat gaat alleen met écht vuur. Als Bruning dat productieproces zonder fossiele brandstoffen wil doen, dan heeft hij maar twee mogelijkheden: biogas en groene waterstof. ‘In deze regio is wel wat biogas te krijgen, maar lang niet genoeg voor de hele productie. Dus hebben we gekozen voor waterstof.’

Dat gaat het bedrijf veel geld kosten. Voor het verstoken van aardgas heeft Nedmag emissierechten nodig. Dankzij het gulle beleid van Europa heeft het bedrijf nog tot 2027 genoeg gratis verkregen emissierechten op de plank liggen, maar daarna zal Nedmag ze moeten kopen.

Maar zelfs dan, denkt Bruning, zal de rekening voor waterstof nog altijd twee tot drie keer zo hoog zijn als die voor aardgas.

Maar waarom doet hij het dan?

‘We hebben in het Klimaatakkoord de opdracht gekregen op de uitstoot in 2030 met 50 procent te verminderen. Door gebruik te maken van biogas, zouden we misschien tot 30 procent reductie kunnen komen, meer niet. Dus we zullen wel moeten. We willen in 2035 helemaal over op waterstof. Dat is sneller dan de overheid van ons vraagt. Maar als je een te lange termijn kiest, gebeurt er gewoon niets.’

Klimaatvriendelijk

Hij heeft nog een reden. Met die energietransitie voor de deur ziet hij de bui al hangen. ‘We gaan op zoek naar producten die minder energie vergen en die een hogere toegevoegde waarde opleveren. We leveren nu al magne­siumzouten voor de mengvoederindustrie en voor de voedingsmiddelenindustrie, en dat willen we fors uitbreiden.’ In die markt, denkt Bruning, wordt het steeds belangrijker dat je kunt aantonen dat je product klimaatvriendelijk is. De productie van de hittebestendige stenen zal afnemen, verwacht hij.

De vervanging van de brander, in januari, is een eerste stapje. Het gaat maar om een paar procent van de energie die Nedmag gebruikt. ‘We moeten ervaring gaan opdoen. Als we niet gaan lopen, komt er geen pad. Waterstof staat aan het begin van zijn levenscyclus, en het duurt misschien wel dertig jaar voor het helemaal draait.’

Nedmag opereert niet in zijn eentje. Het heeft met zeven andere bedrijven in de regio, waaronder Avebe en Smurfitt Kappa, een consortium gevormd om de waterstofeconomie op gang te krijgen. ‘Als er genoeg vraag is naar ­waterstof, zijn energiebedrijven eerder genegen er ook in te investeren.’

Met al het nieuws over de steeds grotere plannen voor toepassing van groene waterstof zou je denken dat de vergroening van de industrie nu echt snel zal gaan, maar daar lijkt het vooralsnog niet op. De dadendrang van Nedmag is nog altijd uitzonderlijk.

Voor industrie is groene stroom veel te duur

In de elektriciteitsopwekking kwam de vergroening van de grond toen er een goed systeem kwam om subsidie uit te delen: de SDE-regeling, en zijn opvolger de SDE+. In enkele jaren tijd groeide de hoeveelheid wind- en zonnestroom, en in hetzelfde tempo daalden de kosten ervan.

Dinsdag kan voor het eerst ook de industrie subsidie aanvragen voor vergroening. De subsidie­regeling heeft er inmiddels weer een plusje bij gekregen: SDE++. Maar de hoogst noodzakelijke elektrificering van de industrie komt er voorlopig geen stap verder mee, zegt Alex Kaat. En de productie van groene waterstof (met duurzame elektriciteit) ook nauwelijks. Kaat is energiedeskundige en treedt vaak op voor de duurzame elektriciteitssector. Het probleem voor de industrie, zegt hij, is dat gas zo veel goedkoper is dan elektriciteit. ‘Voor dezelfde hoeveelheid energie ben je drie keer zo duur uit als je kiest voor elektriciteit dan voor aardgas.’

Veel productieprocessen kunnen technisch wel worden geëlektrificeerd, ook met groene stroom, maar dat betekent dat die processen veel duurder worden. Zo lang het uitstoten van broeikasgassen niet veel duurder wordt, is daarom subsidie onontbeerlijk. De introductie van de SDE++-regeling zou de industrie aan de broodnodige stroom subsidie moeten helpen, maar daar ziet het nu niet naar uit.

Fossiel

Het probleem waar het kabinet tegenop loopt, legt Kaat uit, is dat de elektriciteit die nu uit het (industriële) stopcontact komt voor het grootste deel (76 procent) is opgewekt met fossiele brandstof. De Europese Commissie gaat er dan ook van uit dat overstappen op stroom nauwelijks een vermindering van de uitstoot van CO2 tot gevolg heeft. Bovendien, zo redeneert de Europese Commissie: als er extra vraag naar stroom komt, kunnen windmolens niet plotseling harder draaien, en zonnepanelen niet meer uren maken. Nee, dan gaan de gascentrales harder draaien. En dus, nog steeds volgens Europa, levert elektrificatie van de industrie niet meteen minder broeikasgas op, en mag dus niet zomaar met subsidies worden gestimuleerd.

En dus zitten er in de SDE++ -regeling grote beperkingen ingebakken waardoor een bedrijf dat wil elektrificeren maar voor een klein deel van het stroomverbruik subsidie kan krijgen. Voor de komende jaren zelfs nagenoeg niets. Dat geldt ook voor projecten die draaien op groene waterstof, want ook om waterstof te maken komt de stroom bijna altijd gewoon uit het stroomnet.

Volgens Kaat is er wel een oplossing voor dit probleem te bedenken. Je zou, zegt hij, het stroomgebruik van een bedrijf zo nauw mogelijk moeten laten aansluiten bij de productie van duurzame stroom. Een bedrijf kan stroom inkopen bij een zonne- of windpark. Lang niet altijd leveren die stroom. Maar voor de stroom die het bedrijf gebruikt op momenten dat de stroomproducent ook daadwerkelijk levert, zou de gebruiker dan subsidie moeten kunnen aanvragen. ‘Op die manier kun je aantonen dat er daadwerkelijk gas wordt vervangen door groene stroom’, zegt Kaat. ‘Het is technisch wel uitvoerbaar, maar het ministerie van Economische Zaken en Klimaat vindt het nog te ingewikkeld, te afwijkend.’

En dus zal de vergroening van de industrie voorlopig in een lage versnelling blijven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden