In Van Warmerdams werkelijkheid is niets echt

FILM Kleine Teun van Alex van Warmerdam. Met Alex van Warmerdam, Annet Malherbe, Ariane Schluter. In 16 theaters, waaronder Alfa 1 en Kriterion 1 Amsterdam, Metropole 2 en Babylon 2 Den Haag, Pathé 2 Rotterdam....

Film is fictie, maar elke fictie stoelt op de werkelijkheid. Buitenlanders krijgen van Nederland een indruk door Nederlandse films te zien, zoals wij veel informatie over buitenlanden krijgen door het zien van buitenlandse films.

Werkelijkheid? De films van Alex van Warmerdam zijn zo Hollands als haring, denken buitenlanders en zij herkennen dat ook meteen: die kaalheid, die calvinistische sfeer, die absurde mensen - zo typisch Holland, zeggen ze dan. En binnen die kaalheid zoveel malle grappen, ongetwijfeld een vorm van zelfspot. Vooral Fransen en Italianen zijn er gek op, waarbij voor Fransen nog telt dat de stijl van Van Warmerdam zo doet denken aan Jacques Tati.

Ooit filmde Tati (voor Traffic) in Nederland, bij Eemnes, precies de plek waar Van Warmerdams nieuwste film, Kleine Teun, is gesitueerd. Een typisch Hollandse plek, met een weiland, een boerderij, een sloot, een bok.

Maar rond de boerderij staan geen bomen, zoals in de werkelijkheid. Eén boom vond Van Warmerdam genoeg, een tweede hakt hij aan het begin van de film om. De kaalheid van het landschap, zo typisch Hollands, is in een film van Alex van Warmerdam anders kaal dan in de werkelijkheid.

Het is de gestyleerde kaalheid van een filmer, die een quasi-werkelijkheid schept. De werkelijkheid van een schilder, die Alex van Warmerdam nog eerder is dan filmer.

Niets in Van Warmerdams werkelijkheid is echt. De dialogen zijn absurd, de personages, die er uitzien als mensen op straat, zijn ongewoon, alleen het verhaal lijkt normaal, zij het vreemd, vooral door de dialogen.

Het gegeven van Kleine Teun is simpel. Op de boerderij wonen Brand (Alex van Warmerdam zelf) en Keet (Annet Malherbe). Keet werkt overdag in de stad, 's avonds zit zij aan tafel naast Brand en leest de onderschriften van de televisie voor, want Brand kan niet lezen. Dat moet maar eens afgelopen zijn, vindt Keet. Brand moet leren lezen. Daar bestaan cursussen voor, maar Brand verdomt het om naar de stad te gaan. Neem dan een leraar aan huis, oppert Keet. Dat vindt Brand ook niks, bang dat Keet het gaat aanleggen met die leraar. Dus kom er een lerares, Lena (Arian Schluter).

Tussen Brand en Lena groeit wat, tot woede van Keet, die besluit de situatie naar haar hand te zetten door de relatie juist te stimuleren. Keet wil een kind, dat lukt niet en Lena moet dat kind baren. Zo komt kleine Teun, maar als Keet denkt dat ze nu Lena weg kan werken en Brand terug krijgt, heeft ze het mis. En dan loopt het slecht af. Met Keet, en met Brand.

Voor het eerst heeft Alex Van Warmerdam een filmscenario geschreven naar een (eigen) toneelstuk. Gevaarlijk, want zijn vorige films, naar oorspronkelijke scenario's, waren al zo toneelmatig: gespeelde scènes binnen een decor. In De Jurk ging hij naar buiten, gebruikte de werkelijkheid als decor, maar dat beviel niet. Te veel bomen. In Kleine Teun is het decor weer een aangepaste, door hemzelf herschapen werkelijkheid.

Deze stylering van de werkelijkheid leidt vanzelf tot toneel. Een Van Warmerdam-film heeft per definitie toch al iets van toneel. De camera immers, de pen van een filmregisseur, is voor hem het minst belangrijk. Cameraman Marc Felperlaan moet plaatjes, schilderijen maken, wat de onnatuurlijkheid versterkt. Het is de huisstijl van een filmer die zijn volstrekt eigen idioom heeft en met vier films al een onvergelijkbaar en zeer herkenbaar oeuvre heeft gecreëerd.

Door zijn eigenzinnigheid weigert Alex van Warmerdam te voldoen aan filmische wetten en tegelijk maakt hij een anderhalf uur durende bioscoopfilm.

Hij vertelt wel degelijk een verhaal, maar juist daarin is hij zwak. Van Warmerdam plakt scènes aan elkaar, hij is geen verhalenverteller. Een columnist, geen romancier. En door de herkenbaarheid van zijn stijl is veel, ondanks alle verrassingen in de onnatuurlijke wendingen, hetzelfde: een constante variatie op situaties zoals die al in Abel werden vastgelegd. In Kleine Teun is Abel inmiddels boer geworden, maar in wezen nog steeds Abel.

De film begint sterk, in het uittekenen van deze nieuwe variatie, maar op een zeker moment, als je de onwerkelijke wereld van Brand, Keet en Lena kent, verandert er weinig meer. Het decor en de personages blijven zoals ze zijn. De uitstapjes naar buiten voegen daar nauwelijks iets aan toe. Er komt bijvoorbeeld een vliegtuigje overvliegen dat sprekend op het vliegtuigje uit Hitchcocks North by Northwest lijkt maar verder niets betekent.

Het best is Kleine Teun wanneer de drie personages samen zijn, elkaar bestoken. Dan gebeurt er pas echt wat, niet toevallig juist op de momenten dat de film het dichtst komt bij het oorspronkelijke toneelstuk.

In zijn pogingen om van het oorsponkelijke toneel af te wijken is de film het minst boeiend, in de 'toneelscènes' het sterkst. En in dat ene moment tegen het einde, wanneer kleine Teun op de zolder van de schuur is verstopt tussen de duiven. Een schitterend beeld, die ongeregisseerde baby met een paar ongeregisseerde duiven. Dat moment is niet door een schilder ontworpen. Gek genoeg is het dan pas film.

Peter van Bueren

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden