ReportageBitterzoete route

In Utrecht kun je een historische wandeling maken langs de Jan Pieterszoon Coenstraat en andere straten met koloniale namen

In veel Nederlandse gemeenten woedt een verhitte discussie over omstreden koloniale straatnamen. Het Utrechts antwoord op deze discussie is een historische wandeling langs vijftien straten met betwiste namen in de wijk Lombok. ‘Het gaat ons erom het gesprek over het koloniale verleden verder op gang te brengen.’

De Utrechtse wijk Lombok waar de straten zijn vernoemd naar grote, maar ook omstreden namen uit het voormalig Nederlands-Indië.  Beeld null
De Utrechtse wijk Lombok waar de straten zijn vernoemd naar grote, maar ook omstreden namen uit het voormalig Nederlands-Indië.

Historicus Rens Bleijenberg wijst op het witte borstbeeld van Jan Pieterszoon Coen, hoog in de gevel van een huis in de Utrechtse straat die is vernoemd naar het 17de eeuwse VOC-kopstuk. De historicus vertelt zijn gehoor dat deze Coen niet bepaald zachtzinnig te werk ging bij het verwerven van een monopolie in de specerijenhandel in het voormalige Nederlands Indië, duizenden inwoners van Banda liet hij vermoorden.

Bleijenberg geeft deze middag een voorproefje van de historische wandeling door de Utrechtse wijk Lombok, die volgens de initiatiefnemers moet leiden tot meer bewustwording over het koloniale verleden. Zaterdag gaat de bijbehorende site bitterzoeteroute.nl de lucht in. Die moet geïnteresseerden leiden langs vijftien straten die merendeels zijn vernoemd naar grote, maar inmiddels ook omstreden namen uit dit koloniale verleden.

Dertig ronde, metalen pinnen in de straatstenen, iets kleiner dan een cd, markeren de route. Daarop staat het logo, een getekend zeilschip, en een verwijzing naar de website. Dit is het Utrechtse antwoord op de straatnamendiscussie, die in veel gemeenten met Indische buurten woedt of heeft gewoed.

In de Van Heutszstraat, vernoemd naar een generaal uit voormalig Nederlands- Indië, wijst historicus Bleijenberg zijn gehoor op een logo op een garagedeur. Het is van actiegroep De Grauwe Eeuw, dat in de O van de letters VOC een galg heeft getekend.

Deze uit Utrecht afkomstige groep opende in augustus 2016 de discussie over de ‘verheerlijking van genocideplegers’ op de Utrechtse naambordjes. Daarop begonnen meerdere organisaties uit de stad een werkgroep, met de metalen plaatjes als resultaat. Die zijn volgens Grauwe Eeuw-voorman Michael van Zeijl niet opvallend genoeg. ‘Ik zou zelf geen genoegen hebben genomen met wat kleine cd-tjes op straat.’

null Beeld null

Meesten vinden veranderen van straatnamen onzin

In de verhitte discussie over omstreden koloniale straatnamen, is het moeilijk het juiste te doen. Aan de ene kant staan radicale activisten, die tegen elke verwijzing naar de namen uit het verleden zijn. Aan de andere kant staan de mensen die vinden dat er niet aan de straatnamen en de heldenstatus van hun naamgevers moet worden getornd. Zij zijn in de meerderheid, blijkt uit officieuze peilingen. ‘De meeste mensen vinden het veranderen van deze straatnamen onzin’, zegt hoogleraar koloniale en postkoloniale geschiedenis Gert Oostindie van de Universiteit Leiden.

Feit is dat de discussie over de namen slechts in een handvol gevallen tot naamsveranderingen heeft geleid. In Amsterdam heet de voormalige J.P.Coenschool sinds dit schooljaar de Indische Buurtschool. In Eindhoven verdween de Witte de Withstraat na sloop van die buurt. De bewoners die mochten meepraten over de straatnamen voor de nieuwbouw, kozen andere namen dan die van de vlootvoogd uit de Gouden Eeuw.

De gemeente Utrecht liet meteen bij aanvang van die discussie weten dat verandering van de straatnamen geen optie is. ‘Dat vraagt te grote aanpassingen, van honderden adressen en informatie in het kadaster’, zegt een gemeentewoordvoerder.

‘Gesprek over koloniale verleden verder op gang te brengen’

De gemeente ondersteunde wel de werkgroep Gepeperde Namen, met vertegenwoordigers van de Universiteit Utrecht, Art.1 Midden-Nederland en Comité Slavernijverleden. Waarom die werkgroep niet heeft gekozen voor grotere borden met uitlegteksten over de vernoemde historische figuren aan de muur bij de straatnaambordjes, blijkt een praktische reden te hebben. ‘Dat had veel meer tijd gekost met vergunningen en dergelijke’, zegt werkgroeplid Peter Hagenaar. 

‘De pinnen zijn bovendien een beproefde manier om een route te markeren. Ze zijn inderdaad aan de kleine kant, maar zelfs in dit bescheiden formaat roepen ze al weerstand op van mensen die de hele discussie over straatnamen niet zien zitten. Het gaat ons erom het gesprek over het koloniale verleden verder op gang te brengen’, aldus Hagenaar.

Het plaatsen van de pinnen moet vooral gezien worden als ‘een begin voor een verdere discussie’, zegt werkgroeplid Britta Schilling, universitair docent geschiedenis van de Universiteit Utrecht. Zij heeft met haar studenten de website gemaakt over de Utrechtse straatnamen. ‘Wat we nu tot stand hebben gebracht is het maximaal mogelijke. Er zijn natuurlijk al veel publicaties over deze historische figuren. We willen op deze site ook het lokale benadrukken. Tijdens ons onderzoek zijn wij gefascineerd geraakt door het onderwerp, en we hopen meer mensen te prikkelen met deze geschiedenis.’

In veel andere gemeenten is de discussie over de straatnamen inmiddels weer geluwd. ‘Hoewel er dus geen beeldenstorm gaande is in Nederland, is het wel degelijk belangrijk het koloniale verleden onder de aandacht te brengen, niet alleen voor de wetenschap, maar ook voor de maatschappij’, vindt hoogleraar Oostindie.

Met open vizier kennis nemen van deze geschiedenis

Hij vindt dat Nederland met open vizier kennis moet nemen van deze geschiedenis. ‘Maar laten we terughoudend zijn met gemoraliseer dat vooral veel zegt over het hier en nu. De treurige werkelijkheid is dat er in de wereldgeschiedenis vrijwel geen cultuur, natie, staat of imperium is geweest zonder geweld, slavernij, ongelijkheid, noem maar op.’

Zelf vindt Oostindie het vooral zorgelijk dat maar heel weinig Nederlanders weten wie J.P. Coen was, of J.B. Van Heutsz. ‘Als je dergelijke straatnamen verwijdert uit de vele Indische buurten in Nederland, wis je die geschiedenis uit, en dat is niet zinvol.’ Daarom ziet de hoogleraar een groot voordeel aan de discussie over koloniale straatnamen, die volgens hem nog vaker de kop zal opsteken. ‘Door alle publiciteit weten inmiddels aanzienlijk meer mensen wie J.P.Coen was.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden