In Uruzgan is diplomaat gezworen kameraad

De commandant in Uruzgan kan beschikken over drie civiele adviseurs die meedraaien met de militairen en hem adviseren over wederopbouw....

Je pikt ze er meteen uit: de keurige ambtenaren van Buitenlandse Zaken in een tent vol zwetende en kaalgeschoren infanteristen. De drie diplomaten eten hetzelfde suddervlees, slapen op eenzelfde veldbedjes en rijden mee op patrouilles rondom Tarin Kowt. Alleen nemen zíí een notitieboekje mee en een flinke zak geld.

Commandant der Strijdkrachten Dick Berlijn schoof dit drietal vrijdag naar voren om de indruk weg te nemen dat er louter wordt gevochten in Zuid-Afghanistan. ‘Onze polad, osad en ostad hebben vrijwel dagelijks contact met gouverneur Munib en het provinciale bestuur’, zei hij op een briefing. Daarmee doelde hij op de civiele deskundigen in Tarin Kowt, die hem adviseren bij wederopbouw.

Voor officieren is het steeds lastiger de vele rollen te vervullen die van hen worden verlangd tijdens vredesmissies. Was ooit militair leiderschap en tactische kennis voldoende, sinds de inzet in het voormalige Joegoslavië zijn Veiligheid, Diplomatie en Wederopbouw in zwang.

Het in kaart brengen van bijvoorbeeld strijdende bevolkingsgroepen is lastig, eigenlijk een vak apart. Daarom verschenen op de Balkan de eerste politieke adviseurs (polads) om commandanten te helpen bij hun taak als mondiale opbouwwerkers.

Op de Balkan, maar ook in Irak en in Noord-Afghanistan deden polads het inventariseren en financieren van duurzame ontwikkelingsprojecten er nog een beetje bij. In Uruzgan, waar de wederopbouwambities groter zijn, heeft de Nederlandse regering twee extra adviseurs toegevoegd: voor ontwikkelingswerk en voor het analyseren van de tribale structuur.

‘Zo’n missie moet je samen doen, het kan niet meer door militairen alleen’, zegt Peter-Jan Kleiweg de Zwaan. Hij is coördinator van de taakgroep Afghanistan op het ministerie van Buitenlandse Zaken. Door de nieuwe rol die de krijgsmacht internationaal op zich heeft genomen, kunnen commandanten advies van specialisten goed gebruiken. ‘Anders houden zij te weinig tijd over voor hun militaire taak.’

In een dagboekverslag voor het overheidsblad Internationale Samenwerking beschrijft polad Jaime de Bourbon Parme een bezoek aan de Tadzjiekse krijgsheer Jalal in Noord-Afghanistan. ‘In een lange kamer nemen mijn militaire collega’s en ikzelf plaats op kussens tegenover de traditioneel geklede Tadzjieken. De commandant produceert de ene na de andere aantijging van fraude dat tijdens de verkiezingen gepleegd zou zijn door aanhangers van ad interim president Karzai. Na een zes uur durend gesprek en twee maaltijden verklaart Jalal dat hij zich zal schikken naar de uitslag van de verkiezingen.’

Dit rapporteert de jonge diplomaat, tweelingbroer van prinses Margarita, diezelfde avond nog via een beveiligde lijn aan de ministeries van Buitenlandse Zaken en Defensie. Die krijgen nu direct bericht uit het missiegebied, in plaats van de samenvatting via de ambassade. Kleiweg de Zwaan: ‘de kwaliteit van de informatie is flink gestegen’.

In Tarin Kowt verdiept kolonel Theo Vleugels zich noodgedwongen in vijand- en vriendschappen tussen piepkleine dorpjes. Die informatie biedt kansen voor zijn opbouwteam. Na afloop van een briefing bromde hij onlangs: ‘In Bosnië had ik te maken met drie partijen. Dat viel achteraf gezien nog mee. Hier zijn de verhoudingen véél complexer en deze kunnen ook nog wisselen.’

Vleugels zal ook blij zijn met het geld dat zijn adviseur van ontwikkelingssamenwerking heeft meegenomen. Hij laat weliswaar opbouwprojecten inventariseren, maar heeft zelf niet meer dan een half miljoen euro per jaar te besteden, met een maximum van 50 duizend euro per project.

De osad richt zich op grotere projecten en heeft ook verstand van duurzame ontwikkeling. Hij beschikt over vijf tot tien miljoen euro aan ontwikkelingsgeld, waarvan hij een miljoen kan uitgeven zonder ruggespraak met Den Haag. Die bedragen komen bovenop de vijftig miljoen euro die Nederland jaarlijks naar Kabul stuurt en de ruim 400 miljoen euro voor de militaire operatie.

‘De polads en osads zijn niet meer weg te denken’, erkent ook David van Weel, adviseur voor minister Kamp van Defensie. De meesten hebben jaren ervaring met wederopbouw, wat volgens hem toch een andere tak van sport is.

Van Weel is niet bang voor eventuele conflicten tussen militairen en diplomaten. Het beeld van de diplomaat met stiff upperlip en de ijzervreter met een beperkt blikveld is volgens hem achterhaald. ‘De meeste officieren zijn op uitzending geweest en beseffen dat militaire zaken, diplomatie en wederopbouw geïntegreerd moeten worden aangepakt.’

Op het ministerie van Buitenlandse Zaken is een plaatsje in de zogeheten polad-pool populair. Als 1 november een Nederlandse generaal het NAVO-commando in Zuid-Afghanistan overneemt, krijgt hij de huidige ambassadeur in Amman als polad. Kleiweg de Zwaan: ‘In het crisisgebied zijn diplomaat en militair brothers in arms.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden