REPORTAGE

In Turks-Koerdistan is geweld weer alledaags

Oorlog Turkije en PKK

De oorlog tussen de Turkse staat en de Koerdische PKK is opgelaaid. In de stad Diyarbakir staan vele Koerden klaar voor de strijd. 'Na veertig jaar geloven we niet meer in vrede.'

Diyarbakir, 11 september: een Turkse politie-agent zoekt naar Koerdische rebellen nadat een collega van hem is beschoten tijdens het ontbijt. Beeld Ilyas Akengin / Getty

Niet meer dan een flinterdunne lijn loopt er tussen het brave burgermansbestaan in Diyarbakir, in het Koerdische zuidoosten van Turkije, en het leven als guerrillastrijder. 'Ik ga dáárheen', zeggen jonge Koerdische mannen en vrouwen op een goede - of kwade - dag. 'Daar' is een eufemisme voor 'in de bergen', wat weer een eufemisme is voor de kampen van de militante partij PKK.

'In deze straat ken ik zo 25 jongens en meisjes die naar de bergen zijn gegaan', zegt een 26-jarige kapper in de volkswijk Baglar. Hij wil niet met zijn naam in de krant, dat is te riskant nu. Clashes tussen Turkse strijdkrachten en Koerdische militanten leiden dagelijks tot nieuwsberichten vol termen als 'doden', 'bermbom' en 'aanval op legerpost'.

Het is weer oorlog tussen de Turkse staat en de PKK. Over de loyaliteit van de inwoners van Baglar kan geen misverstand bestaan. 'Ik sta aan de kant van de PKK', zegt de kapper. 'Als de regering ons aanvalt, moeten we ons verdedigen.'

Om te bewijzen dat hij één onder velen is, gaat de kapper telkens de deur uit om weer een andere, jonge middenstander op te halen. De restauranthouder. De kruidenier. De telefoonverkoper. Een voor een vertellen ze - onder posters van James Dean- en Johnny Depp-achtige kappersmodellen - over wat het is om Koerd te zijn in de grootste Koerdische stad van Turkije.

Rekruteringsoord

'Ze willen ons tot slaaf maken', zegt de restauranthouder over de Turkse regering. 'Ze willen dat we onze taal opgeven en onze cultuur.' De telefoonverkoper: 'Onze jeugd bestond uit het inademen van traangas. Na veertig jaar geloven we niet dat er ooit nog vrede komt.'

Aan grote woorden geen gebrek nu het zogenaamde 'vredesproces' tussen de PKK en de regering van president Tayyip Erdogan dood is en een terugkeer dreigt naar de jaren tachtig en negentig. Het Turkse leger vaagde toen ruim drieduizend Koerdische dorpen weg en ook de PKK trok alle geweldsregisters open. Diyarbakir leefde onder staat van beleg. In de beruchte gevangenis van de stad werd menige jonge Koerd de guerrilla in geranseld.

'Vaak sluiten jongens zich aan bij de PKK omdat familieleden zijn gedood of omdat ze na arrestatie werden gemarteld', zegt de kapper. Het maakte de stad tot 'een van de belangrijkste rekruteringsoorden van de PKK', schrijft de International Crisis Group (ICG) in het rapport Turkey's Impasse: the View from Diyarbakir.

Allemaal hebben de jonge middenstanders PKK-strijders in hun naaste omgeving. Vrienden, neven, buren. Heeft de kapper nooit overwogen zich aan te sluiten? 'Jawel. Maar vanwege mijn familie zag ik ervan af. Ik lever mijn aandeel in de stad.'

YDG-H

Vorige week diende de gelegenheid zich weer eens aan. Uit protest tegen het legeroptreden in het zuidoosten werd in Diyarbakir het openbare leven twee dagen stilgelegd. Alle winkels gingen dicht, op de bakkers na. Massale steunbetuiging? Ongetwijfeld, maar er zat ook weinig anders op. De winkelier die niet meedoet, krijgt te maken met de YDG-H, de verboden jongerenvleugel van de PKK. Dan vliegt er een steen door de ruiten, of een molotovcocktail.

Op straat in Bagral heeft de YDG-H het voor het zeggen. Ze behoort tot de hechte familie van Koerdische organisaties die - deels buiten de wet, deels legaal - het ideaal van de autonomie belichamen en die PKK-leider Abdullah Öcalan vereren als de pater familias van de Koerdische zaak.

Op talloze muren in de zonlichtloze straatjes van Bagral en elders in Diyarbakir staat zijn naam in zwarte en rode kliederletters. Graffiti schreeuwt uit wat de Koerden bezielt. 'Apo' (Öcalans koosnaampje), 'PKK' en 'Kobane', de heldhaftige Koerdische stad net over de grens in Syrië.

Middelpunt van de wijk is het Dörtyolplein, dat altijd het brandpunt was van Koerdisch verzet. 'Hier waren de demonstraties en de gevechten met de politie', zegt Mücahit Yaman (31), een leraar Engels die opgroeide in een naastgelegen pand. 'Vanaf ons balkon kon ik alles zien.'

Vader en zoon door de wijk Baglar. Op de muur de letters van de militante partij PKK, die in de wijk overheerst. Beeld Cigdem Yuksel

Nepgoud

De buurt en de stad zijn er sinds zijn jeugdjaren niet op vooruit gegaan. Yaman wijst op de vele sieradenwinkels rond het plein. Roofovervallen zijn schering en inslag. 'In de etalages ligt alleen nog nepgoud, de echte sieraden liggen in de kelder.' De YDG-H heeft rechtbanken opgericht tegen de wiethandel.

Velen wijten de verloedering aan de instroom van dorpelingen. De verstedelijking ging in Diyarbakir extra hard door het geweld van het leger en de PKK op het Koerdische platteland. De stad zag zijn inwonertal verdrievoudigen tot ruim 900 duizend.

Opnieuw vormt Diyarbakir nu het epicentrum van het conflict. Vrees en verontwaardiging zijn terug in de historische binnenstad. Surveillerende politieagenten houden hun wapen ontgrendeld, een veeg teken.

Als op deze maandag door een ongeval het autoverkeer in het centrum vastloopt, is de politie in geen velden of wegen te bekennen. 'Die durven zich niet te vertonen', zegt een taxichauffeur. Een dag eerder zijn twee verkeersagenten doodgeschoten door de PKK.

In heel Turkije is de spanning tussen Koerden en nationalistische Turken geëscaleerd. 'Op Facebook zag ik opeens racistische en agressieve opmerkingen van vroegere Turkse studiegenoten', zegt Yaman. 'Ik heb ze ontvriend.'

Het politiebureau in Diyarbakir wordt zwaarbewaakt. De PKK liquideert regelmatig agenten. Beeld Cigdem Yuksel

'Lynchcampagne'

Ernstiger is de golf van geweld in Turkse steden tegen de pro-Koerdische partij HDP. Honderden HDP-kantoren zijn door verhitte menigten aangevallen, winkels van HDP-leden in brand gestoken. Volgens HDP-leider Selahattin Demirtas wordt het geweld 'georganiseerd door bendes, aangestuurd door de AKP en de geheime dienst'. Hij sprak van een 'lynchcampagne' tegen zijn partij.

In haar bolwerk Diyarbakir hoeft de HDP de meutes niet te vrezen. Daar is het juist het kantoor van de regeringspartij AKP, een luxueus ingerichte kolos aan de brede Urfastraat, dat wordt bewaakt door pantserwagens en tientallen zwaar bewapende manschappen. De AKP bevindt zich hier in vijandig gebied.

Het gemeentebestuur is in handen van de HDP. De weinige niet-Koerden in de stad zijn voor het merendeel ambtenaren van de staat. Leraren, artsen en politieagenten in Turkije moeten een paar jaar 'oostelijke dienst' doen.

Dat betekent allemaal niet dat de Koerden eenstemmig tegen de AKP zijn. De regeringspartij trok voorheen veel kiezers onder religieus conservatieve Koerden: in Diyarbakir in 2007 42 procent van de stemmen, vier jaar later 32. In juni was dat afgekalfd tot 14 procent.

Ook staan lang niet alle Koerden onverkort achter de PKK. De kalasjnikov-mentaliteit stuit menigeen tegen de borst en het geweld dat de organisatie ook in de eigen, Koerdische kring hanteert, wekt weerstand. Een deel van het publiek steunt protestacties van de PKK vrijwillig, aldus het Crisis Group-rapport, 'terwijl anderen het doen uit vrees gestraft te worden'. Soms legt de PKK het onderwijs plat door 'scholen in brand te steken en leraren te ontvoeren'. Geld zamelt de PKK in met afpersing.

HDP-leider Selahattin Demirtas. Beeld epa

'Stop het geweld!'

Voorzitter Sahismail Bedirhanoglu van de regionale werkgeversorganisatie Dogünsifed steekt het niet onder stoelen of banken. 'Ja, ze verlangen geld. Velen durven er zelfs met mij niet over te praten.'

Bedirhanoglu op zijn beurt beklaagt zich niet bij de internationaal als terroristisch te boek staande PKK. Hij zegt geen direct contact te hebben met de PKK en richt zich tot Koerdische politieke leiders als HDP-voorzitter Demirtas. 'We maken ze duidelijk dat op deze manier de ondernemers uit Diyarbakir verdwijnen', zegt hij.

Terwijl de stad toch al in het verdomhoekje zit. Het westen van het land kreeg van Ankara lange tijd alle aandacht en geld. De regio Diyarbakir, ooit economisch voortvarend, zakte weg. De oorlog tussen de staat en de PKK verergerde de zaak. Investeerders bleven weg. Zelfs rijke Koerden beleggen hun kapitaal liever elders. Ook sociaal raakte het zuidoosten achterop. Het analfabetisme is er hoger dan in de rest van het land, net als de werkloosheid.

'Door het vredesproces van de laatste jaren kwamen er weer investeringen', zegt Bedirhanoglu. 'Bedrijven en winkelcentra werden geopend. Met de huidige geweldsgolf komt dat allemaal in gevaar.' Hij heeft een oproep gericht aan de PKK: stop het geweld! 'Dus eenzijdig, ook als de regering doorgaat. '

Zo'n pleidooi is zeldzaam in Diyarbakir. Bij iemand als Kerem Çelik hoef je er niet mee aan te komen. De woordvoerder van de maatschappelijke organisatie Demokratik Toplum Kongresi (DTK) herhaalt wat de jonge winkeliers in Baglar al zeiden: Erdogan begon, dus wij moeten ons wel verdedigen.

'Wij' staat voor alles wat Koerdisch is: PKK, HDP, YDG-H en DTK. Hoe de verhoudingen daartussen precies liggen, blijft schimmig. Enerzijds praten de PKK-guerrillero's in de bergen liefst met hun geweer, anderzijds put de politieke tak HDP zich uit in vredesoproepen.

Koerdische stem doorslaggevend

De onverwachte goede score (13 procent) van de pro-Koerdische partij HDP bij de parlementsverkiezingen van 7 juni hield de Turkse president Tayyip Erdogan af van de monsterzege waarmee hij de grondwet naar zijn hand had willen zetten. Hij liet vervolgens de kabinetsformatie mislukken, schreef nieuwe verkiezingen uit voor 1 november, verklaarde de terroristen van IS de oorlog en in één moeite door die van de PKK. De Turkse luchtmacht begon kampen van de PKK in Noord-Irak te bombarderen. Ook in het zuidoosten van Turkije laaide het geweld op, zodanig dat nu wordt gezinspeeld op mogelijk uitstel van de verkiezingen. De stemmen van de Koerdische kiezers kunnen daarin opnieuw de doorslag geven.

Vaag begrip

De (legale) DTK propageert de door PKK-leider Öcalan ontwikkelde ideologie van het 'democratisch confederalisme'. Wat het vage begrip betekent, blijft ook bij Çelik een beetje in de lucht hangen. Een soort democratie van onderop, met basisraden, ecologie en feminisme.

Öcalans portret hangt op filmsterrenformaat in de hal van het DTK-kantoor, naast foto's van gewapende guerrillastrijders. Mag dat zomaar? De woordvoerder: 'Geen probleem. De politie komt gewoon op de thee.'

De DTK 'is Öcalans project', zegt hij onomwonden. 'Niemand in Diyarbakir ziet hem als een terrorist. Iedereen steunt de PKK.'

De wapens neerleggen is voor de PKK geen optie, volgens Çelik. Hij schetst een grimmig scenario, waarin van beide kanten een almaar hogere prijs wordt betaald, zodat uiteindelijk de regering door de PKK wordt gedwongen de levenslang gedetineerde Öcalan als een soort Nelson Mandela vrij te laten van zijn eilandje voor de Turkse kust. 'Er is maar één man die een eind kan maken aan het geweld: Öcalan. Dus laat hem vrij. Daarna praten we verder.'

Koerdische vrouwen houden vlaggen omhoog met daarop de rebellen leider Öcalan. Beeld afp
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.