In Tunesië geven niet generaals, maar burgers in roerige tijden de doorslag

The Big Picture

Arie Elshout en Rob Vreeken becommentariëren beurtelings het buitenlandse nieuws. Deze week: Rob Vreeken in Tunesië.

Demonstranten in Tunis. Beeld reuters

In Tunis was ik er afgelopen week opnieuw getuige van hoe sterk de enige bloem van de Arabische lente is. Demonstraties van jongeren tegen werkloosheid en prijsverhogingen waren op sommige plaatsen ontaard in vernieling en brandstichting, maar tot echte chaos had dat volstrekt niet geleid, laat staan tot een nieuwe 'volksopstand', met alle ongewisse gevolgen van dien. Linkse organisaties waren als stootkussens om de boze jeugd heen gaan staan en op Avenue Bourguiba, waar de zevende verjaardag van de revolutie werd gevierd, toonden de militante jongerengroepen hun intuïtieve volwassenheid. Eén roze rookfakkel, meer heb ik aan ordeverstoring niet gezien.

Wat maakt dat in dit land mogelijk was wat elders in het Midden-Oosten niet lukte? Eén antwoord volstaat: het maatschappelijk middenveld. In Tunesië geven niet generaals, maar burgers in roerige tijden de doorslag. Kunstenaars, feministen, rappers, juristen, schrijvers, academici en - niet te vergeten - gewone Tunesiërs: telkens wanneer de democratische transitie de afgelopen jaren dreigde vast te lopen of te ontsporen, kwamen zij in het geweer, zo nodig met een miljoen man op straat. Dankzij hen staakten de islamisten hun pogingen de rol van de religie in de staat te vergroten. Dankzij hen heeft Tunesië een pakket vrouwenrechten waar menig Europees land een puntje aan kan zuigen. Niet voor niets ging de Nobelprijs voor de Vrede in 2015 naar het zogeheten Kwartet: vakcentrale, werkgevers, advocatenorde, mensenrechtenliga.

Dag democratie

Waarom mislukte de Arabische lente in Egypte? Omdat andere krachten daar sterker waren: leger, Moslimbroederschap, bureaucratie, zakenelite. Onder president Abdel Fattah al-Sisi zijn niet-gouvernementele organisaties hardhandig monddood gemaakt. Dag democratie.

Het maatschappelijk middenveld is uiteraard geen Tunesisch fenomeen. Al in 1835 schreef de Franse filosoof Alexis de Tocqueville dat 'intermediaire' instellingen als democratisch tegenwicht een 'dijk' vormen tussen burgers en machthebbers en zo vrijheid en waardigheid garanderen.

Het is, denk ik, de belangrijkste pijler van levendige democratieën, meer nog dan de formele lichamen van representatief bestuur. De contramacht wordt niet per se gevormd door oppositiepartijen. Die kunnen vaak eenvoudig uitgerangeerd worden, zelfs al via het democratisch beginsel van de helft plus één. De gekozen meerderheid is de baas. Zie Erdogan.

Toch horen we over die belangrijkste pijler maar weinig. Dat is deels de schuld van de Nederlandse Taalunie, deels van de eindredactie van de Volkskrant. In onze kolommen kwam de term 'maatschappelijk middenveld' vorig jaar slechts dertien keer voor (waarvan, toeval of niet, vier keer in een stuk van mijn hand). 'Niet-gouvernementele organisaties' turfde ik vijftien maal, waarvan zeven keer in een artikel over Hongarije.

Het probleem is dat het omslachtige termen zijn met lelijke lange woorden, die je als journalist maar liever vermijdt. Taalunie, alternatieven graag! 'Civil society' bekt lekkerder, maar omdat het gebruik van Engelse termen not done is, wordt dat door de eindredactie stelselmatig geschrapt.

Al in 1835 schreef de Franse filosoof Alexis de Tocqueville over het belang van 'intermediaire' instellingen.

Dat is jammer, want in deze tijden van sterke mannen en autoritaire populisten zou het goed zijn de voornaamste tegenkracht vaak en helder te benoemen. De opkomst van zulke leiders is immers minder onvermijdelijk dan een jaar geleden leek, schrijft Kenneth Roth, directeur van Human Rights Watch, in zijn donderdag verschenen jaarrapport. In een reeks landen stonden burgergroepen met succes op tegen de 'agenda van xenofobie en uitsluiting'.

Als voorbeeld bij uitstek noemt hij het land waarover De Tocqueville zijn beroemde boek schreef, Over de democratie in Amerika. Donald Trump, stelt Roth, won het presidentschap met een 'campagne van haat' tegen minderheden. Daarop kwam 'een krachtig antwoord van burgergroepen, journalisten, advocaten' en gewone Amerikanen. De schade bleef beperkt.

Maar er is nog drie jaar Trump te gaan. De leden van die vitale Amerikaanse civil society moeten alle zeilen bij zetten. Misschien kunnen ze eens te rade gaan bij de Tunesiërs.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.