Reportage

In Tokio wil Xiaomu bruggen tussen China en Japan bouwen

Chinezen zijn de grootste groep buitenlanders in Japan. Xiaomu Lee heeft een restaurant in Tokio, voelt zich er goed en wil zelfs de politiek in.

Xiaomu Lee: 'Vroeger kwamen er vooral illegale Chinezen om hun geluk te beproeven'

Het Chinese restaurant van Lee Xiaomu zit in de Tokiose uitgaanswijk Kabukicho boven een Thaise massage. Uit de lichtreclames valt af te leiden dat die meer aanbiedt dan spierontspanning, maar dat valt in deze neonverlichte buurt niet op. In Kabukicho krioelen Japanners en Chinezen door elkaar in het nachtleven, te midden van lovehotels, stripclubs en fel verlichte bordelen.

In deze 'slapeloze stad' voelt de 54-jarige restauranthouder Chinees Xiaomu Lee, stijlvol in zwart gehuld en met een diamantje in zijn linkeroor, zich als een vis in het water.

De wijk is grotendeels in handen van de Japanse maffia, de yakuza. 'Ik ken hun bazen en ben ook goed met de politie. Ik ben hier al zo lang, dat maakt mij tot een baas', zegt de Chinees in zijn restaurant. Achter hem hangt een jongere Lee op een filmposter. 'Acteren was een tijdje een hobby', vertelt hij. Daarnaast schreef hij tientallen boeken, was hij columnist voor het Japanse Newsweek en was hij zes keer getrouwd. 'Waarvan drie keer met dezelfde vrouw', grijnst hij. 'Voor de lol' werkt hij ook nog als buurtgids.

Maar zijn werkelijke ambities liggen op politiek vlak, nu hij sinds kort de Japanse nationaliteit bezit. Daarmee kan hij de lokale politiek in. Met luide stem, alsof hij nu al een groot publiek toespreekt, zet hij zijn streven uiteen: 'Ik wil graag bruggen bouwen tussen de Japanse en de Chinese gemeenschap. Ik wil de Japanners de waarde van China duidelijk maken, en andersom.'

In 2014 stonden er 648.734 Chinezen in Japan geregistreerd, maar de Chinees-Japanse sociologe Gracia Liu-Farrer, verbonden aan de Waseda Universiteit in Tokio, gaat ervan uit dat het er in werkelijkheid ongeveer 800 duizend zijn; de cijfers houden geen rekening met illegale migranten en naturalisaties. Hoe dan ook vormen de Chinezen in Japan de grootste groep buitenlanders, waarvan er in het hele land slechts twee miljoen zijn.

China
Hoe kijkt men in China tegen de capitulatie van zeventig jaar geleden aan? Lees het in deze reportage van correspondent Marije Vlaskamp

Spanningen

De spanningen tussen China en Japan zijn sinds 2008 opgelopen door een geschil over de Japanse Senkaku-eilanden, die door China worden geclaimd en Diaoyu worden genoemd. Maar Lee, die in de jaren tachtig vanuit China naar Japan verhuisde om een modeopleiding te volgen en nooit meer terug ging, vindt dat de spanningen weinig invloed op de verhoudingen in Tokio. 'Als ik iets merk, dan is het eigenlijk vooral meer waardering van Japanners voor Chinezen, omdat we toch zijn gebleven. Zo'n conflict tussen regeringen raakt het dagelijks leven van mensen niet.'

Zijn beeld van de onderlinge verhouding is dat de gemiddelde Chinese bezoeker van Japan onder de indruk is van 'de cultuur, de schone lucht en hoe alles hier is geregeld'. Omgekeerd kijken Japanners neer op Chinezen, 'omdat ze vinden dat in hun land alles beter is'. Ook achten zij hun omgangsvormen, niet ruw of lawaaiig als die van Chinezen, superieur. 'Maar toch is de arrogantie wel iets afgenomen. Vroeger liet ik niet graag merken dat ik Chinees was, dat is nu niet meer zo', vertelt Lee.

Debet daaraan is de economie. Terwijl Japanners hun land al decennia zien stagneren, haalde China in 2010 Japan in als tweede economie ter wereld. Daarna spurtte China steeds verder weg van het kwakkelende Japan. In de samenstelling van de Chinese gemeenschap in Japan is dat terug te zien. 'In deze wijk waren in de jaren negentig de Chinezen de hulpjes van de Japanse gangs om het vuile werk op te knappen, in de drugshandel bijvoorbeeld. Ze stonden onder aan de ladder. Verder kwamen er vooral illegale Chinezen om hun geluk te beproeven.'

Kapitaalkrachtig

Tegenwoordig zijn de beter gesitueerde Chinezen gezichtsbepalend aan het worden: de duizenden studenten die Japanse universiteiten bevolken; de kapitaalkrachtige toeristen die het Chinees Nieuwjaar gebruiken om massaal Japanse gadgets, zoals elektronische wc-brillen, aan te schaffen; en de Chinese investeerders die kantoren en winkels opkopen. 'In deze wijk zijn inmiddels aardig wat panden in Chinese handen', zegt Lee. Nu de Chinese groei stagneert, verwacht hij een nog grotere toevloed. 'Er zijn genoeg Chinezen die niets geloven van het verhaal dat China almaar sterker wordt. Ikzelf ook niet. Dus komen er steeds meer hierheen.'


Chinezen passen zich volgens hem onvoldoende aan. 'Mijn motto is: doe zoals de Romeinen doen als je in Rome bent. Dus is mijn restaurant smetteloos, tot in de kleinste hoekjes, want ik heb geleerd hoe belangrijk hygiëne in dit land is. Maar in andere Chinese restaurants tref ik plakkerige vloeren aan.'


De Japanners valt ook het nodige te verwijten, vindt Lee. In zijn ogen stellen die zich tegenover alle buitenlanders, dus ook Chinezen, veel te vijandig op. 'Ze zouden veel gastvrijer moeten zijn. Buitenlanders worden nu nauwelijks deel van de maatschappij. Japan zou zich actief met hen moeten bemoeien en hun kinderen moeten opleiden, want door de vergrijzing heeft het land heel hard werknemers nodig.'


In de komende jaren kan Japan het goede voorbeeld geven bij de voorbereiding op 2020, de Olympische Spelen van Tokio. 'Voor de organisatie daarvan zou Japan een groot beroep op Chinese vrijwilligers moeten doen, dat zou nog eens een mooi gebaar zijn', stelt hij glunderend.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden