Interview

In Timboektoe is elke dag jihaddag

De terreur van jihadisten bestaat uit de ontwrichting van het dagelijks leven. In Timbuktu, over de magische woestijnstad, toont de Afrikaan Abderrahmane Sissako hoe het mensen sloopt als ze niks mogen.

Layla Walet Mohamed als Toya in Timbuktu van regisseur Abderrahmane Sissako. Beeld .
Layla Walet Mohamed als Toya in Timbuktu van regisseur Abderrahmane Sissako.Beeld .

Je kunt niet anders dan van ze houden. Van de mollige marktkraamster die weigert handschoenen aan te trekken en uitroept dat ze nog liever haar handen laat afhakken. Van de nomadenvrouw die voor haar tent haar lange haren wast en de religieuze politieagent toebijt dat hij zich maar moet omdraaien als hij daar niet tegen kan. Van de jongetjes die de sharia proberen te omzeilen door te voetballen zonder bal.

Het zijn de personages van Timbuktu, de nieuwe film van de Afrikaanse regisseur Abderrahmane Sissako, over de jihadistische bezetting van Timboektoe, de mythische woestijnstad in het noorden van Mali. Een aaneenschakeling van portretten is het, van herders, vissers, muzikanten, met veel liefde in beeld gebracht. Sissako laat zien hoe hun levens volledig worden ontwricht door de komst van de moslimextremisten. Hoe elke vorm van vrijheid hun langzaam wordt afgenomen.

Abderrahmane Sissako Beeld AFP
Abderrahmane SissakoBeeld AFP

'Het stille geweld'

Timboektoe werd begin 2012 veroverd door jihadistische milities, zoals Irak en Syrië nu meemaken met Islamitische Staat. Extremistische moslims voerden er de sharia in en een religieuze politie. Ze verboden muziek, sigaretten en voetbal, verplichtten vrouwen sluiers, sokken en handschoenen te dragen, dwongen jonge meisjes met hun manschappen te huwen. Overtreders werden gestraft met zweepslagen, amputaties, stenigingen.

Sissako toont dat grove geweld - de film bevat een korte, gruwelijke scène van een steniging - maar hij laat vooral de impact op het dagelijks leven zien. Hoe de islamitische politie 's nachts op de daken waakt, klaar om binnen te vallen zodra er een noot muziek klinkt. Hoe steeds minder mensen op straat komen, uit angst iets verkeerds te doen. Hoe de eens zo natuurlijke mix van zwarte Afrikanen, Arabieren en Toearegs langzaam uit elkaar valt, uitmondend in een tragisch sterfgeval.

'Het stille geweld' noemt Sissako het zelf, en hij vindt het erger dan de extremistische geweldsuitbarstingen die altijd de aandacht krijgen: de aanslagen en de onthoofdingen. 'De gijzelaars van de jihad zijn niet alleen westerlingen van wie we de foto op televisie zien. De gijzelaars zijn ook de lokale inwoners, de vrouwen die worden geslagen, de mannen die niet meer durven voetballen. Ik wilde het lijden van die mensen tonen.'

Het Festival voor de Franstalige Film in het Belgische Namen is een van de vele waar Timbuktu afgelopen najaar werd vertoond na een lovend onthaal in Cannes. De 53-jarige Sissako, een van de grootste Afrikaanse filmmakers, is er aanwezig en spreekt met zachte stem, maar vol overtuiging. Zijn timbre weerspiegelt de toon van zijn films: poëtisch, subtiel en beheerst, met een boodschap die tijd nodig heeft om door te dringen, maar lang nazindert.

Zingen

Humor als wapen tegen moslimextremisme: het is het handelsmerk van Sissako's film Timbuktu, net als van het Franse weekblad Charlie Hebdo. Na de aanslag op Charlie Hebdo schreef hij dan ook een opiniestuk: 'Dit was geen anonieme aanslag, maar een poging om de vrijheid te vermoorden, zonder te beseffen dat dat onmogelijk is. Het is net als muziek verbieden. In Timboektoe zijn de mensen ook niet gestopt met zingen. Ik wil één ding zeggen en blijven zeggen: we mogen niet toegeven aan de angst, want dat zou hun grote overwinning zijn.'

Magisch

Sissako maakte Timbuktu vanuit een persoonlijke betrokkenheid. De half Malinese, half Mauritiaanse regisseur bracht zijn jeugd door in Mali, het land van zijn vader, tot hij op zijn 18de moest vluchten na een neergeslagen studentenprotest. Na een filmopleiding in de voormalige Sovjet-Unie en een lang verblijf in Frankrijk, keerde hij in 2005 terug naar Timboektoe om er een deel van zijn film Bamako te draaien.

'Het is een magische plaats', zegt hij. 'Een oeroude stad, met smalle straatjes, met oude families die er al eeuwen wonen. Er heerst daar een rust, een sereniteit. Het is een plaats waar de islam een belangrijke plaats heeft, maar het is een zeer open, tolerante islam. Een imam uit Timboektoe zou u zomaar een kus kunnen geven, bij wijze van spreken. Dat die stad door jihadisten werd ingenomen, was voor mij een symbool. Ik moest dat verhaal vertellen, van binnenuit.'

Van binnenuit, dat betekent: met een andere blik op de islam dan gebruikelijk. 'Het probleem is niet de islam, maar de mensen die de islam misbruiken', zegt Sissako. 'De islam is het eerste slachtoffer, maar dat wordt nooit verteld. Voor mij was dat de belangrijkste reden om deze film te maken. Vandaar ook het personage van de imam, die de jihadisten duidelijk zegt: wat u doet is onaanvaardbaar. Waar is God in wat u doet?'

Van binnenuit, dat is ook met veel aandacht voor het stille verzet van de lokale inwoners. Zoals de visverkoopster die zegt: jullie hebben me al verplicht mijn hoofd te bedekken, jullie kunnen me niet verplichten vis te verkopen met handschoenen aan. 'Voor mij is het extreem belangrijk dat te tonen. Als we vaker zouden vertellen hoe de gewone mensen de extremisten verwerpen, zouden incidenten minder vaak gebeuren, ook in Amsterdam. De mensen moeten meer uit hun stilte breken.'

Van binnenuit, dat is met opmerkelijk veel compassie voor de jihadisten, die ook maar mensen blijken. Ze gaan stiekem roken, beginnen spontaan te dansen of discussiëren over de prestaties van Messi en Zidane, waarna ze - bevel is bevel - de lokale inwoners verbieden om te voetballen. 'Hun daden zijn onmenselijk, maar zij blijven mensen. Er is iets gebeurd in hun leven, waardoor ze zijn gekanteld. Het is interessant om te begrijpen welke weg ze hebben afgelegd.'

Veiligheid

Zoals altijd brengt Sissako zijn film in trage, zinderende beelden, met oog voor detail. Aanvankelijk wilde de regisseur, die zijn acteurs en figuranten vaak uit de lokale bevolking rekruteert, de film in Timboektoe draaien. Maar na een zelfmoordaanslag week de filmcrew uit naar Oualata, een soortgelijke karavaanstad aan de overzijde van de Mauritiaanse grens. Een locatie op twee dagen rijden van de bewoonde wereld, waar evengoed een terreurdreiging heerste.

'Het was moeilijk', zegt Sissako. 'We werden beveiligd door het Mauritiaanse leger, maar je kunt nooit honderd procent de veiligheid garanderen. Je kunt ontvoeringen voorkomen, maar een zelfmoordaanslag kun je nooit uitsluiten. Een figurant kan een bom binnensmokkelen om zichzelf voor de camera op te blazen. Het was angstaanjagend daarover na te denken. Ik was verantwoordelijk, ik had iedereen meegenomen. Ik was bang voor de mensen.'

Maar noem hem niet moedig, daar kan hij niet tegen. 'De echte moed, dat is de moed van hen die een stil gevecht hebben geleverd', zei hij tijdens een persconferentie in Cannes, waar hij zijn tranen niet kon bedwingen. 'Timboektoe is niet bevrijd door het Franse leger. De echte bevrijders, dat zijn zij die dagelijks in hun hoofd de muziek hebben gezongen die verboden was, zij die voetbal hebben gespeeld zonder bal. We moeten over die mensen praten. Als we niet over hen praten, geven we ons gewonnen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden