In Timboektoe is de terrorist al weg

Ze zullen de Nederlandse militairen hartelijk ontvangen, maar of zij ook nuttig kunnen zijn, dat vragen sommige Malinezen zich af. Niet Bert Koenders: de hulp is nodig.

TIMBOEKTOE - Water naar de woestijn dragen. Het is, heel letterlijk, een van de talloze taken waarvoor Bert Koenders zich gesteld ziet. Als hoofd van Minusma, de 'stabilisatiemissie' van de Verenigde Naties voor Mali, moet alles vrijwel vanaf de grond worden opgebouwd. Alle hulp, ook Nederlandse, is daarom welkom.


Het is een doodgewone en dus snikhete dag als Koenders landt in Timboektoe, een van de plaatsen in het immense noorden van Mali die vorig jaar werden veroverd door radicale moslimgroepen uit eigen land en uit de regio. Koenders vliegt met een VN-toestel, maar moet het wel nog delen met andere leden van zijn missie en met Malinese autoriteiten die ook die kant opgaan.


Timboektoe, de eeuwenoude stad waar moslimsgeleerden zich vroeger bogen over manuscripten die dit jaar ternauwernood (en met ook Nederlandse hulp) in veiligheid konden worden gebracht, ligt er wat verlaten bij. En dat eigenlijk al sinds 2011, toen hier de Nederlander Sjaak Rijke op een vrijdagmiddag werd ontvoerd. Rijke is, net als andere westerse toeristen, nog steeds spoorloos.


Tijdens de bezetting van de stad is door de radicale moslimgroepen een aantal van de beroemde monumenten ernstig beschadigd. De fraaie moskee van Timboektoe ontsnapte aan de vernietigingsdrift van de jihadi's. Inwoners sjokken er voorbij, zoals ze dat al hun hele leven doen. Maar in de straat staan nu ook gepantserde wagens van Minusma geparkeerd.


'Het is goed dat de VN hier is gekomen', zegt Yusuf Duko uit Timboektoe. 'De extremisten behandelden ons slecht, zeker de vrouwen. We zijn Frankrijk dankbaar dat het ons heeft bevrijd. En nu zijn we blij met Minusma. Komen er ook Nederlanders naar Mali? Heel goed, ze zullen merken dat zij erg welkom zijn. Laat ons voorgoed afrekenen met die extremisten. Gekken zijn het; bandieten en terroristen.'


Het noorden is het gebied waar de Nederlandse militairen zullen werken. Een plaats als Timboektoe maakt goed duidelijk hoe het terrein eruit ziet: een klein stedelijk gebied met een vaak arme bevolking en daaromheen het eindeloze, brandende zand van de Sahara. De radicale moslims die nog niet naar het zuiden van Libië of Algerije zijn gevlucht, houden zich in de woestijn op.


'De steden zijn bevrijd', zegt Bert Koenders. 'De situatie is aanmerkelijk verbeterd. Maar we moeten waakzaam zijn. Daarom ook hebben we behoefte aan speciale troepen die op pad kunnen gaan en inlichtingen kunnen verzamelen. Natuurlijk is het aan Nederland om te beslissen wat het kan en wil doen. En of het de veiligheidsrisico's aanvaardbaar vindt. Er is geen vredesmissie zónder risico's. Maar op dit moment is geen sprake van een directe oorlogssituatie met grote fronten.'


Dat laatste is inderdaad de kern. Het gevaar voor militairen als die uit Nederland zal niet komen van grote aanvallen op bewoonde gebieden, zoals die vorig jaar plaatsvonden. Franse troepen, die nog altijd in Mali actief zijn en onlangs zelfs een nieuwe operatie begonnen, hebben die dreiging weggenomen. Maar wel komen in Mali kleinschalige terroristische aanslagen voor.


De effecten daarvan zijn in Timboektoe ook te zien. In september blies een jihadi zichzelf op bij een wegversperring van het Malinese leger in het centrum van Mali's noordelijke stad. Twee personen kwamen daarbij om het leven. Vergelijkbare aanslagen vonden ook plaats in steden als Gao, waar de Nederlanders mogelijk terechtkomen.


De enige Nederlandse militair die nu in het West-Afrikaanse land namens de Nederlandse krijgsmacht actief is, is ver van het noorden gelegerd. Het is sergeant-majoor Maurice Piëtte. Zijn basis is in Koulikoro, een garnizoensstad op zo'n 60 kilometer ten noordoosten van de hoofdstad Bamako. Piëtte werkt voor de missie van de Europese Unie, die Malinese militairen traint.


Over de 'vijand in het noorden' meent de sergeant-majoor niets te kunnen zeggen. Ook laat hij zich niet uit over de mogelijke risico's die Nederlandse militairen voor de VN-missie Minusma lopen. Hij is enkel verantwoordelijk voor de veiligheid van de EU-mensen die Malinese militairen moeten opleiden. Ooit toch zullen die soldaten zelf het eigen land weer moeten kunnen verdedigen.


De opleiding die zij per bataljon krijgen, duurt zo'n tien weken, vertelt de Spaanse kapitein Vega. 'Daarmee proberen we hun de basisbenodigdheden bij te brengen om zelf in het veld te kunnen opereren. Je moet uiteraard niet verwachten dat zij in tien weken het niveau bereiken dat we kennen van militairen uit westerse landen. Maar ze krijgen hopelijk toch een goed kader om zelf te vechten.'


Voorlopig is buitenlandse steun hard nodig, vinden kenners binnen en buiten Mali. Voor Koenders komt daarbij dat deelname van Europese militairen als de Nederlandse ook in het eigen belang is. 'Dit gebied is de weke onderbuik van Noord-Afrikaanse landen die in transitie zijn. Het is een strategische regio, niet ver van Europa en dus ook niet ver van Nederland. Zonder hulp kan Mali verworden tot een nieuw gebied waar moslimextremisten zich nestelen. Die kunnen ook voor Nederland een gevaar betekenen.' Maar hoe Nederlandse militairen in Mali zullen opereren, is onduidelijk. In Den Haag is gesproken over commando's die in de noordelijke bergen zullen werken, achter de zogeheten vijandelijke linies. Maar van 'linies' is in het gebied geen sprake. Het noorden van Mali is begin dit jaar door de Franse krijgsmacht schoongeveegd. Moslimgroepen die steden als Gao en Timboektoe bezet hielden, hebben zich over de grenzen teruggetrokken.


Ook het verzamelen van inlichtingen zal in het gebied geen eenvoudige taak zijn, zeker niet als de Nederlanders zich slecht of niet kunnen uiten in het Frans en in de andere talen die in Noord-Mali worden gesproken. Samenwerken met Franse troepen is vitaal. Maar Frankrijk houdt zijn eigen militairen uitdrukkelijk buiten de VN-missie waarbinnen Nederland opereert. De Nederlandse militairen heten zeer welkom te zijn. Hoe nuttig zij kunnen zijn, moet nog blijken.


'GEEN STEUN VOOR EXTREMISTEN'

Madou Diallo,

hoogleraar internationaal recht aan de universiteit van Bamako: 'Ons politieke systeem is ingestort. Het enorm grote noorden, dat zo'n tweederde van ons land beslaat, kan door onze eigen autoriteiten niet worden gecontroleerd. Als we niet oppassen, wordt het een nest voor jihadi's, die ook de rest van de regio zullen bedreigen. Zonder blauwhelmen kan het een speelbal worden van religieuze extremisten. Snel interveniëren, gevechtshelikopters inzetten, inlichtingen verzamelen: het zal de Malinezen nieuw vertrouwen in onze eigen toekomst geven. Al te gevaarlijk hoeft het niet te zijn. In landen als Afghanistan zijn veel burgers op handen van de extremistische Taliban. In Mali is dat anders. Hier is iedereen tegen radicale islamieten.'


'KOMEN VN'ERS HUN BASIS WEL AF?'

Bouhaine Mahmoud Baby,

politicus uit de stad Gao: 'Het echte probleem van het noorden is een probleem van slecht bestuur. Van nepotisme, onrechtvaardigheid, sociale onderdrukking en enorme corruptie. Zonder de interventie van de Fransen zou het noorden van Malinu een sharia-staat zijn. De Franse krijgsmacht heeft veel jihadisten uitgeschakeld of uit hun eerdere posities verdreven. Met hulp van troepen uit Tsjaad en zelfs van het Malinese leger. Maar wat komen de militairen van Minusma nu hier doen?


'Uit eerdere VN-missies in Afrikaanse landen is gebleken dat militairen uit veel verschillende landen die voor de VN actief zijn, zich vooral bekommeren om hun eigen veiligheid. Als militairen als de Nederlanders vooral binnen hun eigen kampen blijven, zullen ze hier nooit het verschil maken. Dan heeft Mali er hooguit nog een last bij.'


'EEN VIJAND ZONDER GEZICHT'

Aminata Traoré,

zakenvrouw, activiste en schrijfster: 'Ik zeg: Nederland, deze oorlog biedt geen enkele oplossing voor onze problemen. Als we militarisering blijven verafgoden, dan zal het beetje geld dat we nu steken in onderwijs en gezondheidszorg worden opgeslokt voor de jacht op een vijand van wie we het gezicht niet eens kennen. Frankrijk vraagt om deelname aan de VN-missie door westerse bondgenoten als Nederland. Het zegt: het gaat om ónze veiligheid, want jihadisten kunnen Europa onveilig maken. Tegen ons proberen ze de zaak juist te verkopen door te zeggen: het gaat om jullie veiligheid, jullie bevrijding.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden