In Syrië staat religieuze tolerantie op het spel

ARABISCHE LENTE In Syrië strijden moslimbroeders en salafisten om de hegemonie over de soennitische islam. De religieuze tolerantie, vooral de soefi-ordes, is het slachtoffer.

Afgelopen zondag werd duidelijk dat de veelbejubelde Egyptische revolutie een voorlopige bekroning heeft gekregen in de verkiezingsoverwinning van Mohammed Morsi voor het presidentschap. Morsi was de kandidaat van de Egyptische Moslimbroederschap en zijn verkiezingstriomf bezorgde in elk geval 48 procent van de Egyptenaren een koude douche, maar zet ook vraagtekens bij de vele analyses die de afgelopen anderhalf jaar over Egypte zijn verschenen. Eerst werd ons verzekerd dat de Egyptische revolutie een louter seculier karakter had. Na de laatste parlementsverkiezingen, waarin moslimbroeders en salafisten samen goed waren voor 75 procent van de stemmen, werd 'gematigd' de nieuwe bezweringsformule. De Egyptische islamisten waren gematigd geworden en anders zouden ze dat wel worden door hun regeringsverantwoordelijkheid. De ervaringen met Hamas en de moslimbroeders in Soedan wijzen bepaald in een andere richting. Islamisten op het regeringspluche worden niet gematigd, maar radicaliseren juist de samenlevingen die aan hun bestuur zijn toevertrouwd.

De Egyptische Hoge Raad van de Strijdkrachten had zich hier op voorbereid door de nieuwe Egyptische president de facto politiek vleugellam te maken. Deze ideologische strijd, die al sinds 1952 in Egypte woedt, verhindert dat de werkelijke problemen van het land worden aangepakt die economisch van aard zijn. Bijna 50 procent van de Egyptenaren leeft onder de armoedegrens en hun aantal groeit dagelijks, terwijl de Egyptische buitenlandse reserves een griezelig dieptepunt hebben bereikt, wat des te ernstiger is omdat Egypte 80 procent van zijn voedselvoorraad moet importeren. Economische deskundigen voorspellen dat Egypte deze voedselimport nog drie maanden kan financieren. Als dit probleem niet snel wordt opgelost wacht het land in het ergste geval een hongersnood waarna waarschijnlijk de echte revolutie pas zal losbarsten.

Oostwaarts ligt Syrië in de vuurlinie van een strijd die niets minder dan een volledige herijking van het Midden-Oosten beoogt en die de landen van de Levant direct verbindt met de turbulente ontwikkelingen in Noord-Afrika. We zijn getuigen van een 'soennificering' van het Midden-Oosten die tot doel heeft om enerzijds de laatste resten seculier Arabisch nationalisme op te ruimen en anderzijds de zowel gevreesde als gehate sjiieten een klap toe te brengen en in hun kielzog alle andere niet-soennitische minderheden.

In het realiseren van deze doelstelling hebben Turkije, Qatar en Saoedie-Arabië elkaar gevonden maar deze landen vertegenwoordigen verschillende visies op de aard van de soennitische islam. De Turkse AKP-partij van Erdogan staat ideologisch dicht bij de moslimbroeders en steunt daarom de door de Syrische moslimbroeders gedomineerde oppositionele Syrian National Council. Zowel moslimbroeders als AKP-partij staan een meer republikeinse benadering van de islam voor die hen in staat stelt via vrije verkiezingen een staatshoofd of president uit eigen gelederen te leveren. Opvallend is hierbij dat deze republikeins georiënteerde politieke islamisten net in die landen te vinden zijn waar eerder seculier-nationalistische, maar door militairen gedomineerde regimes de dienst uitmaakten.

De absolutistische monarchieën in de Arabische Golf vrezen daarom de moslimbroeders zoals ze eerder de seculier-socialistische regimes in de regio vreesden. Sinds de val van het Ottomaanse kalifaat in 1924 was er in de soennitisch-islamitische wereld een religieus machtsvacuüm ontstaan, dat Saoedi-Arabië probeert op te vullen door het exporteren van zijn rigide en onverdraagzame wahhabitische variant van de islam. Hierbij geholpen door de jaarlijkse instroom van honderden miljarden oliedollars waardoor er een proces op gang kwam dat door Gilles Kepel wordt omschreven als 'een volkomen wahhabisering van de soennitische islam'. Sindsdien bloeiden overal in de islamitische wereld met Saoedische steun salafistische, vaak gewelddadige groeperingen op waarvan het meest recente voorbeeld de al-Nur partij in Egypte is.

Deze strijd tussen moslimbroeders en salafisten wordt momenteel in alle hevigheid uitgevochten op Syrische bodem, omdat in Syrië alle draden lijken samen te komen. Syrië was in religieus opzicht de meest tolerante staat van het Midden-Oosten waar de talloze religieuze minderheden volledige godsdienstvrijheid genoten net als de soennitische meerderheid. Het Syrische regime wordt sterk geïdentificeerd met de alawitische minderheid. Al in de 13de eeuw vaardigde Ibn Taymiyya, dé theoloog van de Wahhabieten, een fatwa uit om alle alawieten uit te roeien.

Zeker na de gewelddadige confrontaties met de Syrische moslimbroeders in de jaren '70 van de vorige eeuw begreep het Syrische regime dat er een modus vivendi moest worden gevonden met de soennitische meerderheid van het land. Terwijl in omringende staten een wahhabisering van de soennitische islam op gang kwam, werd in Syrië een proces in gang gezet dat men kan omschrijven als 'soefi-sering'. In de soennitische islam vertegenwoordigen de soefi-ordes een meer mystiek aspect, en bepaalde soefi-rituelen zoals de verering van soefi-sjeiks vertonen gelijkenissen met de sjiitische verering van hun imams.

De soefi-sering van de soennitische islam in Syrië bevorderde de onderlinge religieuze verdraagzaamheid. De Syrische grootmoefti Badr ud-Din Hassoun is ook sjeik van de Naqshbandiyya soefi-orde. Moslimbroeders en salafisten delen hun afkeer van de soefi-islam die ze vaak als onislamitisch beschouwen.

De huidige strijd in Syrië wordt terecht omschreven als een strijd tussen het sjiitische Iran en het soennitische Saoedi-Arabië om hegemonie in de regio. Het is echter ook een strijd om de hegemonie over de soennitische islam. Toen maart 2011 de problemen in Syrië begonnen, kon men wellicht nog spreken over naar meer vrijheid hunkerende demonstranten versus het Syrische regime. Na anderhalf jaar is Syrië in een fase gekomen die niets meer van doen heeft met democratie of mensenrechten. Niet de toekomst van het regime, maar het overleven van Syrië als religieus tolerante eenheidsstaat staat op het spel. De val van dit regime zal het begin inluiden van wat gewapende rebellen overal scanderen: 'christenen naar Beiroet, de alawieten naar het graf.' Ze zijn overigens wel zo slim om deze woorden eruit te knippen voor ze hun filmpjes op YouTube zetten.

In de loop der eeuwen boden de soefi-ordes de gelovigen een vorm van islam die meer was dan louter een plichtenleer en waarin esoterische leerstellingen zowel appelleerden aan de emoties van de gelovigen als een brug vormden naar andere godsdiensten wat vreedzame coëxistentie bevorderde. Vooral dit laatste staat thans in Syrië op het spel en de uitkomst van dit conflict zal in de nabije toekomst ook verregaande consequenties krijgen voor Europa.

Of de ontwikkelingen in Egypte in dit opzicht geruststellender zijn is zeer de vraag. Op basis van hun beginselprogramma staan de moslimbroeders de totale islamisering van staat en samenleving voor wat uiteindelijk moet resulteren in hun ideaal van een door de sharia geregeerde islamitische staat. Het feit dat sinds de revolutie van februari 2011 in Egypte reeds tientallen soefi-heiligdommen zijn aangevallen, lijkt weinig goeds te voorspellen.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden