ReportageVeenweidegebieden

In strijd tegen bodemdaling en CO2-uitstoot overweegt hij vernatting van zijn veengrond

Om bodemdaling en CO2-uitstoot tegen te gaan wordt het tijd dat het Rijk serieus werk gaat maken van de vernatting van veenweiden. Herman Lenes, die boert op veengrond in Friesland, overweegt mee te doen aan een project, maar is ook voorzichtig. ‘Als het te nat wordt kan ineens je groeiseizoen naar de knoppen zijn.’

Veehouder Herman Lenes uit Vegelinsoord bij een schutdam die hij in een sloot bij zijn boerderij heeft geplaatst om het waterpeil te reguleren. Beeld Harry Cock / de Volkskrant

Terwijl zijn koeien soppend op hem af komen door de drassige veengrond, laat melkveehouder Herman Lenes er geen onduidelijkheid over bestaan. ‘Ik ben geen klaagboer’, zegt hij. ‘Ik ben van het aanpassen.’

Die eigenschap is geen overbodige luxe voor een boer op veen, waar de nodige uitdagingen samenkomen. Droogte, biodiversiteit, waterkwaliteit en stikstofuitstoot, om maar wat te noemen. Maar dat Lenes (47) openstaat voor nieuwe manieren van duurzamer werken, wil niet automatisch zeggen dat hij overal direct enthousiast over is. Neem de proef met een hoger waterpeil in de sloten langs een kleine 10 procent van zijn 70 hectare weiland. ‘Het resultaat viel wat tegen.’

Optimale grasopbrengst

Het gaat deze ochtend op bezoek bij de boer eens niet over stikstof, waar de melkveehouderij voor de grote opgave staat om de uitstoot ervan te verminderen. Het gaat op de Friese veengrond bij Vegelinsoord over dat andere probleem: het klimaat. Voor de landbouw wordt het waterpeil door de waterschappen, in samenspraak met provincies, alsmaar lager gehouden. Vooral voor een optimale grasopbrengst en tractoren die niet vastlopen in drassige grond. 

‘Mijn jongere broer en ik runnen hier een gezond bedrijf, maar de voorwaarde is wel dat we veel van het land kunnen halen’, zegt de terughoudende Lenes. ‘De marges zijn klein en veel hangt af van de grasopbrengst. Als het te nat wordt, kan ineens je groeiseizoen naar de knoppen zijn, moet je meer voer inkopen en sta je zo in de min.’

Verdrogend veen

In een donderdag verschenen rapport waarschuwt de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) nog maar eens voor de grote nadelen van dit lage waterpeil onder veenweiden. Weidevogels zoals de grutto voelen zich er minder thuis en tegelijk verdroogt het veen. Dit veroorzaakt in de drie grote Nederlandse veenweidegebieden – in Friesland/Overijssel, Noord-Holland en  het Groene Hart en omstreken –een bodemdaling van gemiddeld bijna een centimeter per jaar. Ook treedt er veenoxidatie op, waardoor in rap tempo CO2 vrijkomt.

De Rli verwijt de politiek dat die het veenweideprobleem – net als het stikstofprobleem – al decennia niet serieus genoeg neemt. ‘Ingrijpende beslissingen schuift men liever voor zich uit’, schrijven de auteurs van het rapport met de titel Stop bodemdaling in veenweidegebieden. Er gebeurt wel van alles om bodemdaling tegen te gaan, maar doordat de landelijke regie ontbreekt ‘schalen pilots niet op’ en ‘vinden partijen op lokaal niveau het wiel steeds opnieuw uit’.

Bezwaren

Ondanks de nodige bezwaren denkt de Fries Lenes erover mee te gaan draaien in zo’n wiel: ‘Valuta voor Veen’. Een initiatief van de Friese Milieufederatie waarbij de boer geld krijgt voor CO2 die in de grond blijft zitten. Lenes’ buurman ging hem voor en krijgt voor iedere ton broeikasgas die hij door de hogere waterstand vasthoudt een vergoeding van 70 euro, betaald door bedrijven die hun CO2-uitstoot willen compenseren. 

De link met het bedrijfsleven brengt Lenes dan weer aan het twijfelen. Want waarom zou de landbouw CO2 moeten compenseren voor andere bedrijfstakken? Boeren hebben zelf vanuit het Klimaatakkoord immers ook al een opgave om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen.

Financieringsconstructies

De Rli raadt het Rijk toch aan dergelijke financieringsconstructies landelijk op te zetten. Volgens de raad is 50 procent vermindering van de bodemdaling nodig om het klimaatdoel (1 megaton CO2-reductie) voor de landbouw in 2030 te halen. Voor alles wat de boeren extra doen, zouden ze dan een vergoeding per vermeden ton CO2 moeten krijgen. 

Lenes begon aan het begin van deze eeuw al met experimenteren. In overleg met het waterschap kwam er een stuw waarmee de slootwaterstand van minus 80 centimeter naar 40 centimeter onder het maaiveld ging, en met subsidie kwamen er drainagebuizen die het hogere water onder zijn 6 hectare proefgrond moest verspreiden. Wat tegenviel: de grondwaterstand steeg met 10 centimeter veel langzamer dan in de sloot, waardoor minder CO2 wordt vastgehouden dan gehoopt. Wat bij de boer de vraag oproept of al die moeite wel loont.

Melkrobot

‘Het is niet even de waterstand omhoog gooien en klaar ben je’, zegt Lenes. Hij wijst naar zijn forse stal met melkrobot. ‘Daar gaat 700 duizend euro aan melkgeld in om.’ De winst daaruit zet je met deelname aan een programma als Valuta voor Veen wel op het spel, wil hij maar zeggen.

Bij de Friese Milieufederatie denken ze dat de risico’s juist gering zijn, zegt directeur Hans van der Werf. ‘In het algemeen zien we dat bij onze creditprijs van 70 euro per ton CO2 de gederfde inkomsten opgevangen kunnen worden en er zelfs een lichte plus kan ontstaan.’

Verdere verhoging waterpeil

De Rli komt ook tot de conclusie dat die 70 euro ruim voldoende moet zijn. Dit is maar goed ook, want als het aan de raad ligt zou de waterstand in de veenweidegebieden nog een stuk verder omhoog moeten dan bij Lenes al het geval is. Op basis van internationaal onderzoek concluderen zij dat grondwater op minus 20 centimeter onder het maaiveld de juiste balans oplevert bij het vasthouden van broeikasgassen. Verdere verhoging zorgt weer voor meer methaanuitstoot.

De Rli is zich ervan bewust dat zo’n forse verhoging geen ‘geringe stap’ voor de boeren is. ‘In veel gevallen zullen zij hun bedrijfsvoering moeten aanpassen, bijvoorbeeld door extensivering met minder vee per hectare en meer land.’

Lenes somt de problemen bij te veel nattigheid nog maar eens op. Vertraagde grasgroei, mindere kwaliteit, overstromingen op de laagste percelen, zware machines die het drassige land in het vroege voorjaar niet op kunnen en koeienpoten die de boel vertrappen. Toch blijft Lenes welwillend om zich aan te passen, hij ziet ook wel dat de lage waterstand op termijn niet houdbaar is op zijn veenweidegrond.

Veehouders uitkopen

Maar over het door de Rli aanbevolen grondwaterpeil van -20 centimeter blijft hij sceptisch. ‘Dat is hier onwerkbaar.’ Om even later, met een verwijzing naar de zorgeloze plattelandsverhalen van ruim een eeuw geleden, te concluderen wat diverse deskundigen al langer adviseren. ‘Of je moet de helft van alle melkveehouders uitkopen’, zegt hij. ‘En de rest als in de tijd van Ot en Sien verder laten boeren.’

Lees ook:

Waarom doet het Rijk zo weinig aan bodemdaling en CO2-uitstoot in veenweidegebieden?
In de veenweidegebieden daalt de bodem jaarlijks met bijna een centimeter en komt door de kunstmatig lage waterstand veel CO2 vrij. Hoog tijd voor actie, zeggen deskundigen, maar de politiek schuift deze problematiek al decennia voor zich uit, concludeert de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur. Vijf vragen.

Deze koe moet de landbouw in zompig veengebied redden. Nadeel: ze is stronteigenwijs
Door de lage waterstand laten veenweidegebieden veel CO2 los, zakt de grond weg en verdwijnt de weidevogel. Een hogere waterstand biedt uitkomst, maar niet voor de boer die natte poten bij de koe wil voorkomen. Het robuuste Blaarkop-koeienras moet in een zompiger Groene Hart uitkomst bieden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden