In steen gestolde goede bedoelingen

Van ruim 30 miljoen euro in kas naar een schuld van 19 miljoen. Hoe ROC Zadkine ten onder dreigt te gaan aan een combinatie van megalomane managers en Haagse wispelturigheid.

De kou had de neuzen rood gekleurd, confetti dwarrelde over de gezichten. Gehuld in een witte overall en kaplaarzen stond onderwijsleider Sabine Steinebach van ROC Zadkine in een bouwput in de Rotterdamse wijk Hoogvliet - met klemtoon op 'vliet'. Het was een grauwe vrijdag in februari.


De bouw van Campus Hoogvliet, in de wandelgangen getypeerd als een 'onderwijsmekka', was lange tijd onzeker geweest, maar dankzij een miljoeneninjectie van de gemeente kon nu toch de eerste paal worden geslagen. Onder luid gejoel hees de Zadkine-directeur samen met PvdA-wethouder Hamid Karakus de paal via een katrol omhoog.


Acht maanden later lijkt de herinnering een surrealistische droom. Zadkine vecht voor zijn bestaan. Half oktober kondigde een nieuw bestuur draconische maatregelen aan om een naderend bankroet te verijdelen: Zadkine gaat de helft van zijn gebouwen afstoten, van 200 duizend vierkante meter naar 100 duizend. Er volgt een ontslagronde van 150 voltijdbanen, boven op de 350 ontslagen (275 voltijdbanen) die dit voorjaar al vielen. Extra sport- en cultuuronderwijs wordt afgeschaft. Het bestuur is in onderhandeling met het Rijk over het publiek maken van private leningen; het zogeheten 'schatkistbankieren'.


De financiën zijn een ramp. In 2007 had Zadkine nog ruim 30 miljoen euro op de bank, nu is de kas leeg. Het afgelopen boekjaar werd afgesloten met 15 miljoen euro in de min. Dit jaar is het tekort vermoedelijk nog hoger: 19 miljoen euro. De Inspectie van het Onderwijs plaatste Zadkine onlangs onder de zwaarste vorm van financieel toezicht. Het leerlingenaantal daalt, en een aantal dure, leegstaande en onverkoopbare panden drukt op de begroting.


De sfeer is intussen beneden peil. Docenten vrezen voor hun baan en morren dat ze zich voor elk aangeschaft pakje nietjes moeten verantwoorden. De kerstpakketten zijn wegbezuinigd. De docenten vinden dat ze daarmee opdraaien voor de fouten van hun bazen. Bazen die ze vanwege de schaalvergroting zelden persoonlijk hebben gesproken. 'Vroeger liep je gewoon bij je directeur naar binnen, nu weet ik niet eens wie het is', luidt de veelgehoorde klacht.


Hoe kon het? Hoe kon Zadkine, met ruim achttienduizend leerlingen de grootste leverancier van middelbaar beroepsonderwijs in Rotterdam, van een gezonde instelling met een riante spaarrekening in vijf jaar verworden tot een moloch die afkoerst op een financiële ramp?


De bouw van Campus Hoogvliet was typisch iets voor bestuursvoorzitter Henri van Vlodrop. In 2004 trad hij aan. Afgelopen zomer vertrok hij, nadat de toezichthouders het vertrouwen in hem hadden opgezegd. Hij kreeg een half jaarsalaris mee: 67 duizend euro. Een 'redelijk bedrag', in de ogen van zijn opvolger Luc Verburgh.


Groot denken

Van Vlodrop dacht groot. Hij wilde zo veel mogelijk leerlingen naar Zadkine halen. Hij voerde een nieuwe structuur in, met zes hoofdlocaties verspreid over de Rotterdamse regio, van Pijnacker tot de Zuid-Hollandse eilanden. Elke locatie had zijn eigen management en een zo compleet mogelijk opleidingsaanbod. In totaal biedt Zadkine 360 opleidingen aan.


Naast het reguliere aanbod bedacht Van Vlodrop speciale opleidingen voor bedrijven en investeerde hij in leerwerkplekken, zoals de gehuurde ruimte in het cruiseschip SS Rotterdam, voor horecastudenten. Ook verzon hij tal van maatschappelijk verantwoorde proefballonnetjes, zoals de 'woonfoyers', huisvesting voor leerlingen uit een moeilijke gezinssituatie. En net als andere grootstedelijke roc's zette Zadkine vol in op de door het Rijk gefinancierde inburgeringscursussen voor immigranten en allochtonen. Daarvoor werden vaste medewerkers in dienst genomen.


Dat had Van Vlodrop niet allemaal in z'n eentje verzonnen. Zo had de geestelijk vader van de regionale opleidingscentra het gewild. PvdA'er Jo Ritzen, tussen 1989 en 1998 minister van Onderwijs, wilde dat roc's meer waren dan scholen alleen: knusse kweekvijvers voor de toekomstige beroepsbevolking moesten het worden.


Om uitval van leerlingen uit te sluiten, moesten vmbo, volwassenenonderwijs en mbo zo dicht mogelijk tegen elkaar aanschurken. Op loopafstand van de klaslokalen moesten leerlingen fitnesszalen vinden, restaurants, buurtcentra, kinderdagverblijven en bedrijfjes waar ze stage konden lopen.


Rond de eeuwwisseling ontstonden zo overal in Nederland roc-reuzen, in steen gestolde goede bedoelingen, met ijverige bestuurders die bleven doorgaan met schaalvergroting en soms megalomane investeringen, tot in 2008 de crisis begon.


Nu de crisis haar ontwrichtende werk heeft gedaan, blijkt hoeveel bestuurders in de bouw, de zorg en het onderwijs hun hand hebben overspeeld. Onderwijskoepel Amarantis, eerder dit jaar ontmanteld, in vijven geknipt en opgelapt met overheidsgeld, is daarvan een van de schrijnendste voorbeelden. Maar ook Zadkine laat zien hoe goedbedoeld beleid uit de hand kan lopen.


'Elk jaar kwamen er tweeduizend leerlingen bij. We moesten wel groeien en ook nog op een creatieve manier', zegt oud-bestuurder Paul de Roij, van 2005 tot 2008 de financiële man in het college van bestuur. 'Je wilt niet weten hoeveel gesprekken ik met wethouders en deelgemeenten heb gevoerd op zoek naar nieuwe lesruimtes. Het was a hell of a job.' Het was de tijd dat de bomen nog tot in de hemel groeiden.


'Van Vlodrop was een man die graag zo veel mogelijk balletjes in de lucht hield', zegt De Roij. 'Ik dacht vaak: dat gaat een keer mis.' Verder wil hij niet inhoudelijk op de zaak ingaan, omdat hij een regeling van geheimhouding heeft getekend. Wel wil hij kwijt dat hij de uitbreidingsdrift van Van Vlodrop te ver vond gaan. 'Toen ik in 2005 binnenkwam, wilde hij een hotel bouwen dat gerund zou worden door leerlingen van ons.' De Roij zei nee. Dat werd hem niet in dank afgenomen. Begin 2008 stapte hij op 'vanwege meningsverschillen over de bedrijfsvoering.'


Van Vlodrop was gewend zijn zin te krijgen, menen docenten. 'Al zijn plannen gingen door. Hij voerde een eenmanszaak, omringd door vriendjes.' In de acht jaar dat Van Vlodrop Zadkine leidde, bezocht hij meermaals Shanghai, de Verenigde Staten en andere internationale bestemmingen. 'Ik begrijp niet waarom een schooldirecteur zulke reizen moet maken', zegt een docent, 'maar dat ligt vast aan mij.'


Niet iedereen geeft de gewezen collegevoorzitter de schuld. 'In retrospectief ogen de plannen wellicht megalomaan, maar in de tijdgeest was het niet vreemd', zegt oud-toezichthouder Jan Schop. 'In de politiek gaan dit soort dingen altijd in golfbewegingen, dan moet alles groter, daarna weer kleiner.' Voor tien jaar toezichthouderschap bij Zadkine kreeg Schop dit voorjaar de Erasmusspeld uitgereikt, een onderscheiding voor Rotterdammers die zich op sociaal, cultureel, economisch of sportief gebied verdienstelijk hebben gemaakt voor de stad.


Volgens Schop is het niet vastgoed dat Zadkine de das om deed, maar regeldruk en Haagse wispelturigheid. 'De ene maatregel was nog niet uitgevoerd, of er lag al weer een volgend hervormingsplan klaar.' Schop is sinds de jaren zeventig betrokken bij het beroepsonderwijs, naast zijn werk in het bedrijfsleven. Hij heeft de schaalvergroting vanaf het prille begin meegemaakt. Wat hij ervan leerde: 'Den Haag bepaalt de kwaliteit van het onderwijs. Dat was zo en dat is nog steeds zo. Wij kunnen het onderwijs bieden wat de politiek ons toestaat.'


Van Vlodrop had volgens Schop hart voor Zadkine en voor Rotterdam als mbo-stad. 'Rotterdamse mbo'ers hebben meer problemen dan gemiddeld. Het heeft ons de afgelopen jaren kapitalen gekost om op eigen kosten taal en rekenen te geven, allemaal extra, geboren vanuit de gedachte: wat je binnenkrijgt aan leerlingen moet je zo goed mogelijk opleiden.'


Datzelfde gold voor de inburgeringscursussen, de belangrijkste oorzaak van de groei van Zadkine de jaren na de eeuwwisseling. Rita Verdonk, minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie, verordende in 2006 marktwerking in het inburgeringsonderwijs. De subsidies voor de roc's schafte ze af. Die klap is Zadkine volgens Schop nooit te boven gekomen.


Misgelopen subsidies

Binnen twee jaar raakte Zadkine 40 procent van zijn inburgeraars kwijt. Andere instellingen boden de cursussen goedkoper aan dan de roc's, waar het merendeel van de docenten in vaste dienst was, met salaris conform de leraren-cao. De financiële strop voor de misgelopen subsidies en ontslagregelingen van docenten bedraagt 26 miljoen euro.


'Ik heb een les geleerd', zegt Henri van Vlodrop hierover in 2008 in een interview met Onderwijsblad AOB. Hij voelt zich bedrogen door minister Verdonk, die bezwoer dat met marktwerking het aantal inburgeraars op roc's gelijk zou blijven. 'Ik moet van alles in stand houden: personeel, voorzieningen, gebouwen. Maar ik heb geen leerlingen. Ik heb een tekort van 18 miljoen.'


Maar uit niets blijkt dat Van Vlodrop de 'les' had geleerd dat hij nu minder moest uitgeven. Jaarverslagen laten zien dat juist tussen 2007 en 2010 de huisvestingskosten van Zadkine opzienbarend toenamen: van 13- tot ruim 19 miljoen per jaar. Intussen kelderen de balansen en teerde Zadkine in op het eigen vermogen.


'Zadkine heeft de afgelopen vijf jaar maar één pand gekocht: het hoofdgebouw aan de Marten Meesweg', verdedigt huidig bestuursvoorzitter Luc Verburgh zijn voorganger. Maar die ene aankoop was wel een strop. Het gebouw, bedoeld als leslocatie, dient nu noodgedwongen als directiekantoor, omdat de gemeente geen vergunning voor onderwijsgebruik wilde afgeven. Toen de geldnood in maart op z'n nijpendst was, gaf Van Vlodrop het hoofdgebouw in onderpand voor een rekening van 28 miljoen euro.


Kostbare huurprojecten

Dat er maar één gebouw werd gekocht, betekent niet dat de huisvestingskosten niet opliepen. Dat was vooral gevolg van grote en kostbare huurprojecten, zoals Campus Hoogvliet. Hiervoor sloot Van Vlodrop een 'langjarige huurovereenkomst' met de gemeente, voor 1,3 miljoen per jaar.


In september dit jaar werd een soortgelijk gebouw in gebruik genomen: Unielocatie Zuid, een combinatie van vmbo en mbo, gevestigd in een hagelwitte kubus in het hart van Rotterdam-Zuid. Ook daar huurt Zadkine voor ruim een miljoen per jaar. Met de verhuizing naar Unielocatie Zuid zijn vijf andere gebouwen overbodig geworden. Bestuursvoorzitter Luc Verburgh wil ze zo snel mogelijk verkopen of verhuren.


Toen hij in augustus aantrad, wist Verburgh dat de school in financiële problemen verkeerde. Hij kende het klappen van de zweep, omdat hij al eerder een groot roc had bestuurd. Hij heeft na het lezen van het jaarverslag 'wel een paar nachten wakker gelegen', maar vat het beleid van zijn voorganger zo samen: 'Er is geen sprake van een ramp. Om met Máxima te spreken: het is wel een beetje dom.'


De vergelijking met Amarantis gaat niet op, vindt Verburgh. 'Amarantis was nagenoeg failliet. Zadkine heeft wel geld, maar dat geld zit in gebouwen.' Zijn plan klinkt eenvoudig: zo veel mogelijk panden verkopen en verhuren. Dat is een schier onmogelijke opgave in dit economische klimaat.


'Studeren en werken bij Zadkine betekent ook vormgeven aan het beeld van de toekomst', staat op de site. De inspiratie wordt geput uit het beeld De Verwoeste Stad, een herinnering aan het bombardement in de Tweede Wereldoorlog van de Wit-Russische beeldhouwer Ossip Zadkine, naar wie het roc is vernoemd. Het staat op een winderige hoek in de Leuvehaven. 'De krachtige uitstraling van het beeld staat voor dezelfde vernieuwing en dynamiek die het instituut Zadkine nastreeft', zo staat te lezen op de site. Voor de twintigduizend leerlingen is het nu te hopen dat Verburgh hun toekomst kan vormgeven.


GEMEENTE


'Stellen van vragen is schadelijk voor imago'

In de zomer van 2011 kreeg de D66-fractie in de Rotterdamse gemeenteraad mailtjes van docenten, vaak anoniem, dat het niet pluis was bij Zadkine. Een raadslid stelde schriftelijk vragen aan het college. 'Wij hebben geen subsidierelatie met Zadkine', luidde het antwoord. 'Alleen al het stellen van deze vraag is schadelijk voor het imago van Zadkine.' Ook nu wil het college niet meer kwijt dan dat het 'vertrouwen heeft in het verbeterplan van Luc Verburgh'.


Roc's zijn geen overheidsinstellingen. Maar als Zadkine 'omvalt', heeft Rotterdam een probleem. Wat doe je met twintigduizend jongeren die op straat zouden staan, zonder diploma en zonder scholen in de buurt met de capaciteit om ze op te vangen. In die zin is Zadkine too big to fail.


De vraag wat te doen als Zadkine omvalt, vinden ze bij het ministerie van Onderwijs 'niet aan de orde'. Met dat ministerie heeft Zadkine wel een subsidierelatie, en met Financiën lopen er onderhandelingen over het herverdelen van de leningenportefeuille ter waarde van 40 miljoen euro.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden