Nieuws Soedan

In Soedan heerst vooral scepsis na het afzetten van president Bashir door leger

Omar al-Bashir is afgezet als leider van Soedan, maar voor de betogers tegen zijn bewind is de strijd niet voorbij. Zij willen echte verandering.

Soedanezen vieren het gedwongen vertrek van president Omar al-Bashir. Beeld AP

Het einde van Omar Hassan al-Bashir is in menig opzicht pas het begin voor Soedan. Onder druk van maandenlange volksprotesten en overlopende soldaten greep de legertop donderdag in door Bashir te verwijderen uit zijn dertig jaar oude positie als machthebber. De legertop beantwoordde daarmee aan een wens van de moedige betogers, maar Soedanezen vrezen dat de oude militaire garde verder geen werk wil maken van de roep om burgerbestuur en andere democratische hervormingen.

De toestand in Soedan, en zeker in de hoofdstad Khartoem, blijft daardoor gespannen. Betogers zeiden donderdag meteen na de coup dat zij verdergaan met demonstreren – zij hebben met de aftocht van Bashir al geroken aan de winst en willen meer. In deze situatie blijft de vraag actueel hoe eensgezind Soedans veiligheidsapparaat is. Eerder deze week kwam het tot schietpartijen tussen pro-Bashir groepen en soldaten die bescherming boden aan de demonstranten.

Geruchten over het definitieve einde van Bashirs heerschappij begonnen donderdagochtend rond te zingen in Khartoem en leidden tot grote blijdschap onder de bevolking. Op straat haalden Soedanezen afbeeldingen van Bashir neer. De aftocht van Bashir is voor alles de verdienste van de betogers, zij hielden stug vol tegenover keiharde repressie en moesten het stellen zonder al te veel betrokkenheid vanuit de buitenwereld.

Het daadwerkelijke, historische nieuws van Bashirs afzetting werd vervolgens donderdag in de middag wereldkundig gemaakt op televisie. Soedans minister van Defensie, Ahmed Awad Ibn Auf, las een verklaring voor over de ‘omverwerping van het regime’. Volgens hem was Bashir overgebracht naar een ‘veilige locatie’.

Ibn Auf kondigde een door het leger geleide overgangsregering van twee jaar aan. Hij sprak ook van een noodtoestand, een avondklok, sluiting van het vliegveld voor 24 uur, opschorting van de grondwet en ontbinding van het parlement en van het kabinet.

Al deze maatregelen zullen volgens Ibn Auf leiden tot een overgangsregering met ‘vertegenwoordiging van het volk’ en tot ‘vrije en eerlijke’ verkiezingen, maar veel demonstrerende Soedanezen reageerden met scepsis en argwaan, of ronduit afwijzend. De Sudanese Professionals Association (SPA), een organisatie van artsen en juristen die een leidende rol heeft gespeeld in de protesten, sprak van een ‘militaire coup’. De burgerrechtenorganisatie eist een volledig civiele overgangsregering ‘die de krachten van de revolutie weerspiegelt’.

De SPA riep op tot verdere demonstraties. Duizenden betogers bivakkeren al sinds zaterdag bij het hoofdkwartier van het leger in Khartoem. Een vraag zal zijn of de protesten inderdaad met volle kracht verdergaan of dat een deel van de demonstranten voorlopig genoegen neemt met het vertrek van Bashir, wat de druk zou verminderen op de legertop om echt te luisteren.

Gehaat establishment

De scepsis richting de ‘nieuwe’ militaire machthebbers stoelt op het feit dat velen van hen helemaal niet nieuw zijn, maar juist al jaren deel uitmaken van het gevreesde en gehate establishment. Defensieminister Ibn Auf bijvoorbeeld werd in 2007 mikpunt van Amerikaanse sancties wegens zijn betrokkenheid bij de grootschalige geweldscampagne tegen inwoners van de Soedanese regio Darfur. Ibn Auf, destijds hoofd van de militaire inlichtingendienst, fungeerde als ‘liaison’ tussen de regering-Bashir en de moorddadige militie de Janjaweed. Het geweld in Darfur leidde overigens tot een arrestatiebevel van het Internationaal Strafhof tegen Bashir, een gegeven dat zal leiden tot speculatie over het lot van Bashir nu hij zelf niet meer volledig de regie in handen heeft.

Soedanezen zijn ook op hun hoede omdat eerdere volksprotesten en staatsgrepen niet de gehoopte verandering brachten. Twee jaar na Soedans onafhankelijkheid van 1956 grepen militairen de macht, waarna volksprotesten in 1964 een einde maakten aan dit bewind. Maar in 1969 vond er weer een coup plaats, gevolgd door de uitbanning van politieke partijen en de ontbinding van het parlement. Na weer een volksprotest en weer een coup, in 1985, kwam er wel een civiele, verkozen regering, maar die viel weer door een coup in 1989 – toen Omar al-Bashir de macht kreeg en zijn repressie startte.

Soedanese betogers voelden zich in hun verzet tegen de 75-jarige Bashir geïnspireerd door Algerije, waar vorige week het leger de 82-jarige Abdelaziz Bouteflika dwong om op te stappen als president. De Soedanese betogers zien ook dat in Algerije sindsdien druk nodig blijft voor écht grondige verandering. Elders in Afrika, in Zimbabwe, werd in 2017 de 93-jarige Robert Mugabe terzijde geschoven door het leger, zonder dat dit heeft geleid tot veel verbetering.

Profiel

De Soedanese president Omar al-Bashir, die donderdag na een militaire coup is afgetreden, heeft een lang verleden van oorlogsmisdaden. Onder meer het Internationaal Strafhof in Den Haag wil hem graag berechten. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.