In San Francisco is de hippie nog steeds hip

Wat is er over van de hippiecultuur in een stad die door techyuppen is overgenomen?

In 1967 klopte de Summer of Love nadrukkelijk aan de deur in de wijk Haight-Ashbury in San Francisco. Wat is er over van de idealen van de bloemenkinderen? Volkskrant-correspondent Michael Persson sliep in een commune en nam poolshoogte.

Bezoekers van de 40ste editie van de Haight Ashbury Street Fair op 11 juni 2017 Foto Cj Lucero

'Instemming is sexy, dat is wetenschappelijk bewezen', staat er in dikke letters op een papier op weg naar boven in de Red Victorian, een commune annex hotel aan Haight Street in San Francisco. 'Veel plezier! Eerst vragen!'

Ik stommel verder omhoog, langs kleine kamertjes met boeken (Envisioning Real Utopias) en hoogslapers, ik passeer een wc met een aquarium als spoelbak. Bewoners knikken me vriendelijk toe. Ik eindig bij een kamer vol stapelbedden. Er liggen schone handdoeken en zeep, net als bij een gewoon hotel. Alleen gaat hier de deur niet op slot.

De Summer of Love, de uitspatting van vrijheid en gelijkheid, hedonisme en gemeenschapszin die in de wijk Haight-Ashbury de laatste fase van de 20ste eeuw inluidde, is deze zomer vijftig jaar geleden - maar leeft hier nog steeds. Het gebouw waarin nu het Red Victorian zit, was in 1967 een hotel waar hippies naartoe trokken om protesten te plannen en muziek te maken, om gratis te eten en gratis te slapen en samen aan de nieuwe wereld te werken. Nu wordt er op dezelfde plek weer geëxperimenteerd met 'nieuwe stedelijke woonmodellen en vormen van gemeenschappelijk leven'.

Dat leek me wel wat. Wat was er over van de hippiecultuur in een stad die door techyuppen is overgenomen? Ik moest een soort sollicitatie invullen op de site van de Red Vic. 'Beschrijf een of meer projecten waaraan je momenteel werkt. Is er iets wat je zou willen leren of delen tijdens je verblijf? Met welke vraag loop je de laatste tijd rond waarop je het antwoord niet weet?'

Het kruispunt van Haight Street en Ashbury Street ,het hartje van de wijk Foto Cj Lucero

Summer of Love

Wat is er over van de Summer of Love?, was mijn vraag, en daarmee kwam ik binnen.

Het kruispunt van de straten Haight en Ashbury is een half uurtje met de bus vanuit het centrum van San Francisco. Je kunt ook lopen, misschien moet je eigenlijk gaan lopen, al is het maar om de heuvel te voelen waarop de wijk is gebouwd. Iets verheven, dicht bij Golden Gate Park en dicht bij de oceaan, en dus een prima plek voor de bourgeoisie van eind 19de eeuw, die daar de Victoriaanse huizen liet bouwen, met torentjes en erkertjes, krullerig en soms een tikje kitscherig. De woningen overleefden de aardbeving en de daaropvolgende brand van 1906 en staan er nog steeds, nu eigendom van een nieuwe bourgeoisie, die het zich kan veroorloven er pakweg 2 miljoen dollar voor neer te tellen.

Maar ergens in de tussentijd vormde juist deze wijk zich tot kraamkamer van een antiburgerlijke tegenbeweging die de hele westerse wereld zou beïnvloeden en waarvan de restanten nog zichtbaar zijn. Winkels met waterpijpen, overal tie-dye T-shirts in regenboogkleuren, een tweedehandsplatenwinkel in een oude bowlingbaan. Drugs, liefde en rock-'n-roll: het zijn zulke clichés geworden dat je bijna zou vergeten dat ze ooit de drijvende kracht waren achter een halve revolutie.

In een van die winkels, Love on Haight, staat eigenaar Sunshine 'Sunny' Powers, van top tot teen gehuld in duizelingwekkende kleuren. De 'koningin van Haight Street', wordt ze ook wel genoemd - vaandeldrager van de oude idealen. Ze gaat standaard op de foto met haar vingers in de vorm van een V, en al gaat de halve wereld tegenwoordig zo op de foto, dat betekent niet dat het een loos gebaar geworden is, vindt Powers.

'Vrede en liefde zijn geëvolueerd', zegt ze. 'Vroeger was het een voorhoede van hippies die die begrippen op de agenda zette. Nu wil iedereen het. Of tenminste, massa's mensen. Ik bedoel: liefde, gelijkheid, gerechtigheid, ze hebben een betere toekomst helpen creëren. Natuurlijk, we hebben er nog veel meer van nodig. Maar we zijn een eind gekomen.'

The Grateful Dead House in Ashbury Street Foto Cj Lucero

Powers is volgens Dennis McNally, historicus en onder meer biograaf van The Grateful Dead, de band die de hippies van San Francisco hun geluid gaf, nog echt iemand die de traditie van de jaren zestig levend houdt. 'Zij verkoopt niet alleen spullen', zegt hij in het stadsmuseum van San Francisco waar hij als gastcurator de zomer van 1967 in beeld heeft gebracht. 'Zij vertegenwoordigt de ware geest. Dat geldt ook voor Booksmith, de boekwinkel, en nog wat zaken. Maar je moet ze wel met een vergrootglas zoeken. Voor een groot deel van de winkeliers is de hippie-erfenis gewoon een commercieel product geworden.'

Een man neemt het ervan op de 40ste editie van de Haight Ashbury Street Fair op 11 juni 2017 Foto Cj Lucero

Alan Ginsberg en Jack Kerouac

McNally vindt dat de Summer of Love niet het begin, maar eerder het einde van de oorspronkelijke tegenbeweging is. Die begon al in de jaren vijftig, met de dichters en schrijvers van de Beat-generation, zoals Alan Ginsberg en Jack Kerouac, een voorhoede van bohemiens die een onderkomen vonden in de verkrottende, vaak leegstaande huizen van Haight-Ashbury. De middenklasse was na de oorlog gevlucht naar de suburbs, zeker toen op gemeentelijke tekentafels een snelweg over de wijk werd gestippeld. In hun kielzog kwamen andere schrijvers, kunstenaars en alternatievelingen, voortgestuwd door de toen nog legale lsd en andere drugs; de eerste drugsspeciaalzaak van de wereld, The Psychedelic Shop, opende op 3 januari 1966 op 1535 Haight street. Een pantomimegroep, The Diggers, ging gratis eten maken, gratis vermaak tonen en opende gratis kledingwinkels ('Waar vooral witte overhemden werden verkocht, die wilde iedereen kwijt', zegt McNally).

In de parken rond Haight-Ashbury walmde het van de hasjdampen en mengde de rook zich met de mist. Als je er nu rondloopt, zie je vooral joggers, al dan niet met kinderwagens, en her en der in het gras daklozen in grauwe kleren, met hun slaapzakken en honden. In de winter van 1967 werd hier, in het Golden Gate Park, een festival georganiseerd (The Gathering of The Tribes, for a Human Be-In) die de opmaat zou vormen voor de zomer. Kranten schreven voor het eerst over de 'hippies' van de Haight en hun peace, love & happiness. 'Ineens werden de triviale ornamenten van het leven in de Haight - lang haar, bloemen, extravagante kledij - uitgezonden over de hele wereld', zegt McNally. 'En toen wilde elke verveelde middelbare scholier uit Amerika naar San Francisco.'

If you're going to San Francisco... Vijftig jaar later zingt het liedje nog steeds rond. De stad organiseerde op 13 mei een flowers in your hair day, een van de zestig activiteiten waarmee de stad de zomer van vijftig jaar geleden viert. Er toeren bebloemde Volkswagenbusjes rond langs alle plekken in de Haight waar beroemde muzikanten hebben gewoond - het huis van The Grateful Dead op 710 Ashbury St. is een bedevaartsoord geworden, net als de huizen van Janis Joplin en Jimi Hendrix - en de stad afficheert zich graag als liefdevol broeinest van creativiteit.

Met bloemen in het haar komt niemand meer binnen, zegt Michael Latronica. Hij zit in zijn winkel, Sunchild's Parlour, in het voorste deel van de Red Victorian, waar hij vintagekleren en -meubels verkoopt. 'Er is een donkere wolk over Haight Street gekomen', zegt hij. 'Of eigenlijk twee: het grote geld en de drugs. De huren zijn zo hoog geworden dat veel winkels in de straat nu allemaal dezelfde commerciële shit verkopen. Basketbalpetjes. Of superchique high-endspullen. En dan heb je de streetkids met hun drugs. Het is geen acid of wiet meer, het zijn shitty drugs, meth en crack en cocaïne. De moordenaars, de drugs die mensen gek maken.'

Sunny Powers, de koningin van Haight Street Foto Cj Lucero

Door die combinatie, zegt Latronica, is er een hardheid over de straat gekomen die er voorheen niet was. 'Er is een nieuwe demografische situatie ontstaan. Het geld is agressiever geworden en de straatkinderen zijn voortdurende boos op alles en iedereen. Er is een algemene ondertoon van agressie en geweld.'

Sunny Powers vindt dat wel meevallen, met die commercie en het geweld. 'Is het erg als iets commercieel is? Als iets commercieel is, betekent het dat het verspreid wordt. Dat is toch goed?' Zelf had zij ook een tijd last van dakloze jongeren voor de deur en ze werd een paar jaar geleden door één van hen geslagen. 'Dat heeft me wakker gemaakt. Ik moest veranderen. Het feit dat zij dakloos zijn is niet hun fout, het is onze fout.' Nu gebruikt ze een deel van haar omzet voor daklozenopvang.

Grootschalige verdringing

De hardheid heeft de stad deels aan zichzelf te danken. San Francisco is sinds 1967, die zomer waarin de gelijkheid en sociale rechtvaardigheid werd bezongen, een steeds ongelijkere en onrechtvaardiger stad geworden. Met de komst van de techindustrie uit het nabijgelegen Silicon Valley stroomde er zoveel geld naar het schiereiland, dat huren en woningprijzen omhoog zijn geschoten en veel oorspronkelijke bewoners hun heil elders hebben gezocht. Verpleegsters die twee uur verderop zijn gaan wonen, vormen geen uitzondering.

'Het is grootschalige verdringing door de techindustrie', zegt Tim Redmond, die al jaren actie voert tegen de gemeente en de giganten als Google en Facebook. Prima dat ze in de regio hun hoofdkantoren willen hebben, maar waarom bouwen ze dan geen huisvesting voor hun werknemers? 'Ik vind dat er een vorm van anciënniteit moet zijn in de stad', zegt Redmond. 'Degenen die hier het langst wonen, hebben de meeste rechten.'

Maar zo is het dus niet. Huurbescherming is er in theorie, maar huurders worden weggepest of onder valse voorwendselen uit hun huis gezet. De gemeente, zegt Redmond, doet niets - de markt moet zijn werk doen, er is bijna geen regulering of handhaving.

'Dat is een van de erfenissen van de hippies', zegt hij. 'Ze hadden ook iets libertarisch, een anti-overheidhouding. Daarmee hebben ze mede de kiem gelegd voor het bestuur van San Francisco, dat veel te blij is met ondernemers en geen enkele zorg heeft voor zijn oorspronkelijke inwoners.'

Neem nou Haight-Ashbury, zegt hij. 'Dat is een extreem rijke wijk, volledig gegentrificeerd. Tegelijk is het nog steeds een van de progressiefste kiesdistricten. De rijken van San Francisco zijn zeer progressief. Ze zijn voor homorechten, tegen discriminatie, vrouwvriendelijk, voor abortus, allemaal zaken waarvoor ook de hippies gestreden hebben. Die sociale onderwerpen zijn geen probleem meer. Het probleem is de verdeling van het geld, van de welvaart. Het gevecht gaat hier in San Francisco tussen progressieven die de rijken steunen en progressieven die meer om de gewone mensen geven. Zo bezien hebben de hippies overwinningen behaald die nog steeds gelden, maar ze hebben met hun libertarische inslag ook voor meer ongelijkheid gezorgd.'

De Red Victorian is een poging die ongelijkheid terug te dringen. Daar kun je voor 1.600 dollar (plus 700 voor gemeenschappelijke zaken) per maand, onderdak vinden - een koopje, in San Francisco. Er woont een timmerman, een wetenschapper en een Whole Foods-medewerker en zelfs een techondernemer en een alleenstaande moeder met haar dochter. Koken doen de inwoners soms gezamenlijk en ze organiseren feesten en debatten en lezingen, om wat terug te doen voor de samenleving. Op zomaar een maandag stroomt huiskamer beneden vol met mensen die een liedje of gedicht hebben gemaakt op het thema van die week. Merkley, een man met woest piratenhaar en een gouden kettingen, doet de aankondigingen en zingt mooie liedjes ('Ik wilde nooit hippie worden, maar kijk mij nu'), waarbij vooral opvalt dat vrijblijvendheid niet bij deze gezamenlijke creativiteit past. 'Dachten jullie dat het universum lang geleden gemaakt is? Fout! Jullie maken de wereld, hier, nu!'

Het is vooral de manier van leven waarmee ze proberen zich te verzetten tegen de status quo. En tegelijk ook tegen de erfenis van de jaren zestig.

Gratis knuffels op de 40ste editie van de Haight Ashbury Street Fair op 11 juni 2017 Foto Cj Lucero

Puur hedonisme

Want als iets een probleem was, in de communes van de jaren zestig, zegt Eric Rogers, een van de bewoners, een filosoof en architect, dan was het dat ze zo ongelijk waren. De macht werd seksueel verdeeld.

'Doe maar gewoon je eigen ding: dat idee heeft tot het individualisme geleid waaraan wij juist proberen te ontkomen', zegt Rogers. 'Dat is puur hedonisme, het zoeken naar genot, en dat versplintert gemeenschappen.'

En hedonisme, de vrije seksuele moraal van de jaren zestig, leidt tot nog meer ongelijkheid. Want er zijn mooie mensen en er zijn lelijke mensen, en de mooie mensen krijgen meer seks dan de lelijke; ook een thema van de Franse schrijver Michel Houellebecq.

Het antwoord van de twintiger Rogers is niet een terugkeer naar het gezin als hoeksteen van de samenleving. 'Gezinnen genereren slechts gezonde brave burgers', zegt hij. Het gezin is ook kwetsbaar: zijn ouders werden vermoord door zijn oom toen hij 16 was. (De oom vond dat de ouders hun kinderen te progressief opvoedden).

Als alternatief ziet hij dit: leven in groepsverband, waarbij affectie en menselijkheid eerlijk verdeeld worden over alle bewoners. 'Kritisch hedonisme', noemt hij het; je kiest niet meer alleen voor je eigen plezier, maar houdt rekening met anderen. Rogers: 'We moeten de verdeling van het genot verbeteren. Als je ongelijkheid echt wil aanpakken, moet je de begeerte en begeerlijkheid van mensen veranderen.'

Ja, zegt David Witkin, een stoere kerel, maar een minder knappe huisgenoot van Rogers. 'Dat zou mooi zijn.'

Red Victorian-bewoner Eric Rogers Foto Cj Lucero

Bij monogame relaties krijgt iedereen evenveel aandacht, zegt Witkin, die Rogers heeft opgevangen na de moord op zijn ouders. 'Daar hebben we het over gehad, David', zegt Rogers. 'Monogamie leidt energie weg die naar het collectief moet gaan.'

'Die energie gaat naar het centrum, en ik ben niet in het centrum', mort Witkin, die bij Whole Foods werkt en zich elke avond opdrukt bij het bankje in de huiskamer. 'Jij voelt je volledig genaaid door de huidige distributie van begeerlijkheid', zegt Rogers. 'Mensen moeten niet meer kijken hoe aantrekkelijk de ander is. Seks was ooit bedoeld voor reproductie en daarom zitten onze instincten nog opgezadeld met bepaalde ideeën over schoonheid. Maar ik ga geen kinderen krijgen met de mensen met wie ik seks heb. Dus waarom zou ik me door mijn instincten laten leiden? Genot moet worden aangevuld met toewijding aan de ander. De revolutie is pas compleet als ik naar bed ga met een echte vetzak.'