In Salt Lake viel een oorlog te winnen

Amerikaans patriottisme vierde hoogtij tijdens de Winterspelen in Salt Lake City. Het leidde tot een ongekende medailleoogst voor de Amerikanen én tot een opgefokte sfeer waarin landen als Rusland en China zich onbehaaglijk voelden....

Van onze verslaggever John Volkers

In het land dat officieel in oorlog is, droeg de olympische sport sporen van beschaafde vijandigheid en van bereidheid om tot het uiterste te gaan. De Amerikaanse 'combat'-instelling werd gecultiveerd. Hier, aan de voet van de Wasatch Mountains, viel een grote strijd te winnen.

De Olympische Winterspelen in Salt Lake City werden als een militaire operatie volvoerd. De organisatie paarde precisie aan inzet. Het optreden van de bloedbroeders, de VS-strijdkrachten in Afghanistan, werd de atleten als lichtend voorbeeld gesteld.

In die opgeklopte sfeer - de toon werd gezet bij de openingsceremonie met het binnendragen van de gescheurde Stars & Stripes van Ground Zero - stegen patriottistisch ingestelde Amerikanen ver boven hun eigen kunnen uit.

De consequentie was een onstuitbare opmars in de medaille-tabel, met alle uiterlijk vertoon van dien. De Amerikaanse gil, langgerekt ('iieeaaahh') en gepatenteerd door de rodeo-boys, werd het karakteristieke geluid van Salt Lake 2002. De goldrush van de Amerikanen leidde ertoe dat het beste resultaat uit het verleden (13 plakken in Lillehammer en Nagano) meer dan royaal werd verdubbeld: 34.

Het gevolg van dat overdonderende optreden was dat andere deelnemers zich in Salt Lake minder thuisvoelden. Toen Noord-Amerikaanse druk en chauvinisme de uitslag van een kunstrijwedstrijd bepaalden - een Canadees paar kreeg naast het winnende Russische koppel een tweede gouden medaille - sloeg de stemming snel om.

De Spelen werden in landen als Rusland, Oekraïne, Zuid-Korea en China met anti-Amerikaanse gevoelens bejegend. In de tweede week leidde dat tot dreigementen van Korea en Rusland om de Spelen te verlaten.

Dat vreemdelingen vriendelijker, veiliger en beter werden opgevangen dan ooit, deed er even niet toe. De perceptie was dat de miljarden van de Amerikanen - zij betalen al decennialang de grote sommen aan tv-gelden - een rol zijn gaan spelen in het bepalen van de uitslag.

Die Amerikaanse voorliefde van het atlantisch georiënteerde IOC is bekend, maar het werd nu in het denken van de andere landen te ver doorgedreven. Bij de Russen was duidelijk frustratie in het spel. Voorheen was het land de leidende natie bij de Winterspelen. Die rol is het sinds Lillehammer '94 kwijtgeraakt.

De Amerikanen oogstten royaal. Zes jaar lang werd door hun nationaal olympische comité (USOC) en sponsors (kunstrijdster Kwan had voor drie miljoen dollar financiële steun) systematisch in toppers of aankomende toppers geïnvesteerd.

In de schaduw van de landen met een uitgekiend topsportsysteem reikte Nederland naar een negende plaats op de medailletabel. Dankzij de verbluffende prestaties van Jochem Uytdehaage - twee gouden medailles, één zilveren - en Gerard van Velde - olympisch kampioen op de 1000 meter - handhaafde Nederland zich in de toptien.

Vergeleken met de Olympische Spelen in Nagano, vier jaar geleden, viel de Nederlandse medaille-oogst tegen. Toen waren het er elf, in Salt Lake City bleef de teller op acht medailles steken. Met name de tweevoudige kampioenen van Nagano, Gianni Romme en Marianne Timmer, waren de grootste tegenvallers. Romme behaalde zilver op de 10.000 meter, Timmer stond met lege handen.

De onbevangen schaatsende debutante Gretha Smit zorgde zaterdag voor het laatste Nederlandse hoogtepunt door op de 5000 meter zilver te veroveren.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden