In ruil voor wat vertrouwen wil Rutte ver gaan

Bijna 31 jaar na het Akkoord van Wassenaar zijn kabinet, werkgevers en werknemers het weer eens over een gezamenlijke aanpak van de problemen waar het land voor staat. Het kabinet van VVD en PvdA heeft er veel plannen voor op moeten geven of uit moeten stellen. Wat is de betekenis van dit historische akkoord?

Het samenzijn op het Haagse Mondriaancollege was niet het eerste beslissende moment voor het lot van het minderheidskabinet Rutte II. Het zal ook zeker niet het laatste zijn. Niettemin is het politieke belang evident: het sociaal akkoord met vakbonden en werkgevers moet de ploeg van Mark Rutte en Lodewijk Asscher eindelijk de schwung geven die er na de formatie in het najaar maar niet in wilde komen. In ruil daarvoor zijn de voormannen van VVD en PvdA bereid ver te gaan.


Het donderdag gepresenteerde akkoord is op het eerste gezicht pijnlijk voor het kabinet en vooral voor Rutte. Het ene na het andere kabinetsplan wordt ingrijpend verbouwd. De ingreep in de werkloosheidsuitkering WW? Aanmerkelijk verzacht. Bevriezing van de salarissen in de zorg - onlangs nog noodzakelijk om de begroting rond te krijgen? Voorlopig toch maar niet. De plicht voor bedrijven om arbeidsongeschikten in dienst te nemen? Op de lange baan. Het blijft vooralsnog bij een voornemen.


Jazeker, daar staan ook wezenlijke zaken tegenover. De versoepeling van het ontslagrecht komt er wel: de ontslagvergoedingen gaan omlaag. De WW-uitkering blijft weliswaar ongeschonden , maar werkgevers en werknemers draaien op voor een deel van de kosten. En Asscher zelf begint aan een groot offensief, gesteund door werkgevers en werknemers, om de positie van flexwerkers op de arbeidsmarkt te verbeteren.


Dat zijn de winstpunten, die niet kunnen verhullen dat vooral premier Rutte een veer laat. Het hele bezuinigingspakket à 4,3 miljard euro dat minister Dijsselbloem van Financiën onlangs nog presenteerde om de begroting van 2014 rond te maken, gaat voorlopig van tafel. Het directe gevolg: zo zal het vooralsnog niet lukken de begroting van 2014 binnen de Europese tekortnorm van 3 procent te krijgen. Het kabinet schuift die hete aardappel door naar de nazomer. Bronnen rond de coalitie rekenen erop dat de Europese Commissie nog even geduld heeft.


Voor de PvdA is dat allemaal vrij makkelijk te verteren. Partijleider Samsom voerde campagne met de boodschap dat het in de eerste twee jaar nog niet zo streng hoefde. Premier Rutte is als VVD-leider juist de grootste aanjager van het streven naar financiële discipline. Hij accepteert deze aderlating alleen omdat hij hoopt op drie bijkomende effecten. Eén: steun van de bonden voor de plannen kan veel onrust wegnemen. Zonder een Malieveld vol demonstranten is het met name voor de PvdA makkelijker met opgeheven hoofd te blijven regeren. De SP, eeuwige luis in de pels op links, zal het verzet zeker niet staken, maar dat doet in PvdA-kringen toch minder pijn als de FNV er niet achter staat.


Het tweede effect is de gehoopte gunstige uitstraling naar de oppositie - het CDA in de eerste plaats. Die partij vervult in dit spel een sleutelrol, want de christen-democraten hebben genoeg zetels in de Eerste Kamer om het kabinet daar in één keer uit de brand te helpen. En zaken doen met één partij is nou eenmaal een stuk eenvoudiger dan met een front van, pakweg, D66, ChristenUnie en SGP. Op het CDA hadden Rutte en PvdA-leider Samsom in het najaar ook min of meer gerekend bij hun afweging om het te gaan proberen zonder meerderheid in de senaat. De halsstarrige houding tot nu toe van CDA-leider Sybrand Buma, die zich onder meer tegen het woonakkoord keerde, was een forse streep door de rekening.


Mede om die reden heeft het kabinet besloten het stap voor stap te gaan doen: Buma moet enig 'comfort' worden geboden. De strategen van VVD en PvdA schatten in dat het voor Buma bijzonder moeilijk wordt om spelbreker te zijn bij een akkoord waarvan de hele polder, inclusief de geestverwanten van de christelijke vakcentrale CNV, zo veel verwacht. Maar Rutte en Asscher schatten ook in dat ze Buma nu niet mogen overvragen. Het sociaal akkoord is daarom niet één groot 'Oranje-akkoord' geworden waarin ook afspraken staan over onderwijs en zorg, zoals PvdA-leider Samsom graag had gewild.


De deal beperkt zich tot het sociaal-economisch beleid. Dat geeft het CDA de mogelijkheid dit keer in te stemmen en tegelijk oppositie te blijven voeren tegen bijvoorbeeld de ingrijpende hervorming van de langdurige zorg (AWBZ). Voor dát plan wordt binnenkort gewoon opnieuw gewinkeld, bijvoorbeeld bij Alexander Pechtold (D66) en Bram van Ojik (GroenLinks).


Zo blijft Rutte II ook mét sociaal akkoord een minderheidskabinet dat regelmatig met de pet rond moet voor steun van wisselende coalities. Een kabinet bovendien dat opnieuw afstevent op een begrotingstekort.


De premier heeft het ervoor over, in de hoop dat het akkoord ook een derde effect brengt: het begin van herstel van vertrouwen onder consumenten - dat ene zetje dat ze mogelijk nodig hebben om maar weer eens een huis, een auto, een keuken of een nieuwe tv te gaan kopen en zo de economie uit het dal te helpen.


Als dat lukt, in het derde en vierde kwartaal van 2013, komt het misschien vanzelf goed met de schatkist. Dat is de stille hoop achter dit sociaal akkoord.


Het poldermodel is niet dood, het poldermodel is springlevend

'De berichten over mijn dood zijn sterk overdreven.' Het Nederlandse poldermodel kan het de Amerikaanse schrijver Mark Twain met opgeheven hoofd nazeggen. Werkgevers, werknemers en kabinet sloten gisteravond gewoon hun Akkoord voor de toekomst. Twain, overleden in 1910, werd in 1897 doodverklaard. Het sociaal overleg, ten grave gedragen na het mislukte Pensioenakkoord van 2011, blijkt ineens springlevend.

Misschien is het de schuld van het Akkoord van Wassenaar. Dat ene A4-tje uit 1982 heeft mythische vormen aangenomen. Werknemers kregen arbeidstijdverkorting als beloning voor loonmatiging; werkgevers konden weer uitzien naar groeiende rendementen. Toch vonden voor en ook na 'Wassenaar' werkgevers en werknemers samen met het kabinet voor problemen een oplossing. Prijscompensatie in 'centen' in plaats van het voor de hogere inkomens gunstigere 'procenten'(Haags Akkoord, 1974). Of het afschaffen van de vut en prepensioen met het Museumpleinakkoord (2004).

De nare bijsmaak van de polder zit 'm eigenlijk in twee minder succesvolle akkoorden. Flex en Zekerheid (1996) sloeg door in het voordeel van flex, terwijl de vakbeweging juist rekende op meer zekerheden voor werkenden zonder vast contract. Overbekend is de mislukking van het Pensioenakkoord (2011) waardoor de FNV in een crisis belandde.

De polder bestaat uit dalen en soms pieken. Het overlegmodel staat immers voor de broodnodige rust en maatschappelijk draagvlak op momenten dat er iets te hervormen valt. 'Als het diepe crisis is, zijn er de sociale partners en komt er een akkoord', zegt Paul de Beer, hoogleraar arbeidsverhoudingen aan de Universiteit van Amsterdam. 'De polder is eigenlijk de grote constante.' Maar wie wil er constant crisis?

Zelfs de felste tegenstanders van eindeloos praten voor draagvlak kunnen er niet omheen. We zíjn een volk van overleg. En de Nederlander heeft nog een eigenaardigheid: we vinden het ook prettig om op de polder te kunnen foeteren. 'Dat is niet erg', zegt SER-voorzitter Wiebe Draijer. 'Dat is gezond en houdt ons scherp.' Zodat de polder weer kan pieken als dat echt nodig is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden