In Rotterdam valt echt niemand over de Rotterdam Code

De gemeente Rotterdam heeft een gedragscode opgesteld, waar niemand echt van opkijkt. Zelfs de voorzitter van de moskeeënkoepel is het voor het eerst in vier jaar eens met Leefbaar Rotterdam....

Eindelijk was-ie er, de definitieve uitkomst van de zogenoemde Islamdebatten: de Rotterdam Code, zeven gedragsregels die het leven in de stad aangenamer zouden maken als iedereen zich eraan hield. Maar erg spannend leken ze niet; zelfs de koepel voor moslimorganisaties nam er geen aanstoot aan.

‘Rotterdammers nemen verantwoordelijkheid voor de stad en voor elkaar en discrimineren niet’, luidde regel 1. Er stonden geen drommen mensen op om te protesteren.

‘Rotterdammers gebruiken Nederlands als gemeenschappelijke taal’, luidde regel 2. Ook dit leek een open deur. Immers: Rotterdam staat in Nederland, welke andere taal zou de voertaal moeten zijn?

De bestuursvoorlichters van het stadhuis probeerden de primeur nog te slijten aan een landelijk medium, maar dat bedankte beleefd. CDA-wethouder Geluk van integratie was beschikbaar voor interviews, liet hij weten. Maar ook daarop kreeg hij geen respons. Te saai of te nietszeggend of te vrijblijvend, die Rotterdam Code, of misschien wel alledrie.

Burgemeester Opstelten wijdde er afgelopen donderdag een paar zinnetjes aan in zijn nieuwjaarsspeech tijdens de gemeenteraadsvergadering. Pandemonium bleef uit. Als om alle nog resterende spanning weg te nemen liet ’s zaterdags zelfs Ibrahim Spalburg, voorzitter van de moskeeënkoepel Spior, zich positief uit over de gedragsregels. Alle beetjes helpen en het kon in ieder geval geen kwaad, zei hij mild.

Spalburg was het dus eens met Leefbaar Rotterdam, misschien wel voor het eerst in bijna vier jaar. Spior beschuldigt Leefbaar om de haverklap van onvriendelijkheid jegens buitenlanders. En Leefbaar vindt Spior de belichaming van verfoeilijk politiek correct denken. Als die twee het eens zijn, is de rust aan het Rotterdamse front diep.

Maar diezelfde dag zei minister Verdonk voor Integratie er een paar zinnetjes over tijdens een VVD-congres. Ze zag landelijk wel wat in zo’n Rotterdam Code, daar kwam het op neer.

In de reacties op haar woorden werd opeens gefulmineerd tegen een verbod op het spreken van andere talen in het openbaar. En zo’n verbod, dát was belachelijk. De Amsterdamse wethouder Griffith eiste het recht op met haar vriendin Surinaams te spreken op straat, columnisten zagen de taalpolitie al door de straten marcheren.

Verdonk ontkende later het ooit over een verbod gehad te hebben, maar het kwaad was geschied.

Ook Rotterdam werd wakker. Manuel Kneepkens van de Stadspartij was, kennelijk na een paar dagen nadenken, erachter gekomen dat het Rotterdamse college met de code het toerisme schaadde – buitenlandse toeristen spreken immers geen Nederlands – en bovendien handelde in strijd met de Grondwet en, jawel, het Europese verdrag voor de Rechten van de Mens.

‘Het wordt altijd in het belachelijke getrokken’, verzucht de Rotterdamse CDA-wethouder Geluk, ‘en daarop reageert men dan. Dat maakt het erg moeilijk een serieuze discussie te voeren. Maar dat doen wij wel.’

De huidige discussie is feitelijk een vervolg op de Islamdebatten van vorig jaar. Daar werden stellingen geformuleerd die na verdere discussie hadden moeten uitmonden in een zogenoemde burgerschaps-charter.

Geluk en Leefbaar-wethouder Van den Anker spraken daarover met allerlei maatschappelijke organisaties. Maar daaruit rolde een tekst die Leefbaar Rotterdam weer veel te braaf en eenzijdig vond.

Toen besloot het college maar zelf een code te formuleren. Daarop mag iedereen de komende tijd schieten. Uiteindelijk zou er dan een tekst moeten uitrollen die werkelijk breed gedragen wordt.

Volgens Geluk is de Rotterdam Code positief bedoeld. ‘Het zijn dingen die je met elkaar zou moeten willen, iets om naar te streven. Geen verboden; er komt geen taalpolitie.’

Waar het dan wel om gaat: ‘Als de Turkse caissière in een supermarkt in Rotterdam-Noord Turks praat met haar klanten en een autochtone klant staat er voor spek en bonen bij, is dat onprettig. Het zou helpen als die caissière en die Turkse klanten zouden weten dat in zo’n openbare situatie Nederlands de gewenste voertaal is.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden