In Rawagede weet niemand waar het beloofde geld blijft

RAWAGEDE - Saih Bin Sakam ligt begraven achter zijn huis. Dat is heel normaal in Rawagede. Zijn vader hebben ze in 1947 ook in de tuin begraven, nadat hij was doodgeschoten door de Nederlanders. In de tuin ben je toch nog een beetje thuis, ook al ben je dood.

Saih had in 1947 bijna naast zijn vader gelegen, maar hij overleefde het bloedbad van 9 december op miraculeuze wijze. Hij viel op de grond, toen de Nederlanders het vuur openden, en een man viel, dood, boven op hem. Saih was overdekt met het bloed van de man, en hield zich dood. Hij was de enige die de executie overleefde; 431 anderen, alle mannen van het dorp, kwamen om.

Nu is ook hij dood. Hij is 88 geworden, dus het is raar om te zeggen dat hij net te vroeg gestorven is, maar toch zou je dat kunnen zeggen. Saih stierf op 7 mei van dit jaar. Eind vorig jaar had hij nog een bezoek gebracht aan Nederland. Saih was een van de ondertekenaars van de klacht tegen de Nederlandse staat, waarin hij met nabestaanden van slachtoffers erkenning eisten, en compensatie. De rechter doet vandaag uitspraak in deze zaak, maar voor Saih komt die uitspraak te laat.

Niet dat hij daar echt wakker van lag. Hij was een bescheiden man met bescheiden wensen. Zijn leven was al perfect. Een staaroperatie had hem gered van totale blindheid, en hij kon weer fietsen. In een interview met de Volkskrant zei hij weinig te verwachten van de rechtszaak en van Nederland, en tevreden te zullen zijn met alles wat hem nog zou worden gegeven.

Geven is iets wat Nederland in Rawagede slecht afgaat. De staat weigert al bijna 64 jaar excuses te maken voor de massamoord. In plaats van het zware woord 'excuses' wordt er slechts 'spijt' betuigd, en dat alleen in algemene zin: Nederland betuigt spijt voor alle wreedheden die in de oorlog in Indonesië zijn begaan, aan beide zijden. Compensatie voor de slachtoffers en hun nabestaanden kan daarom ook niet worden gegeven, want dat zou neerkomen op een erkenning van schuld, en dat is nou net wat de regering met die 'spijtbetuiging' uit de weg probeert te gaan.

Maar helemaal niets geven, dat gaat ook te ver. In 2009, toen de belangstelling voor de 'zaak Rawagede' toenam, stelde toenmalig minister Koenders van Ontwikkelingssamenwerking 850 duizend euro beschikbaar. Om de schijn van 'compensatie' te vermijden schonk hij dat geld niet aan Rawagede of aan de nabestaanden van de slachtoffers, maar aan 'Balongsari', de nieuwe naam van de verzameling dorpjes waartoe ook Rawagede behoort.

Van het geld zouden een school en een markt worden gebouwd, en een uitbreiding van het gezondheidscentrum van Rawagede. Saih heeft ook dat niet meer mogen beleven. Na tweeënhalf jaar is er in Rawagede nog geen enkele bouwactiviteit te bespeuren. Sukarman, voorzitter van een lokale hulpstichting, wijst op een rijstveld aan de rand van het dorp: daar moet de school komen, een school voor lager beroepsonderwijs. 'De grond is er, de tekeningen zijn er. Zodra het geld komt, kunnen we bouwen', zegt hij.

Maar het Nederlandse geld gaat niet via zijn stichting. Het geld gaat zelfs niet via de lokale overheid, of de regionale overheid. Ade Swara, de bupati of regent van het district Karawang, waar Rawagede onder valt, heeft geen idee waar het geld is, en geen idee welke instantie het project moet gaan uitvoeren.

Nederland geeft het geld aan het Indonesische ministerie van Binnenlandse Zaken. Dat maakt de procedures er in Indonesische omstandigheden doorgaans niet sneller of doorzichtiger op. In december 2010 heeft Nederland een verdrag met Binnenlandse Zaken ondertekend, en het eerste geld op de rekening van dat ministerie gestort. En sindsdien is er een diepe stilte gevallen.

Eerste stap

Niemand weet meer wie er verantwoordelijk is voor wat. De regionale overheid denkt dat lokale organisaties de bouwprojecten misschien zullen krijgen die organisaties denken dat het geld toch eerst naar de lokale overheid zal moeten; Binnenlandse Zaken laat niets van zich horen; en niemand weet wie de eerste stap moet zetten om de zaak in beweging te krijgen.

De Nederlandse ambassade in Jakarta lijkt ook niet veel wijzer te zijn. En omdat het onderwerp bovendien erg gevoelig ligt, wil de ambassade alleen een verklaring afleggen, en niet ingaan op vragen. Waarnemend ambassadeur Annemieke Ruigrok heeft weinig concreets te melden. 'De gebouwen moeten goed passen in de lokale structuur', zegt zij. Daarom moeten de voorbereidingen zorgvuldig gebeuren, 'en dat kost dus tijd'. Volgens Ruigrok is het ministerie in Jakarta nu 'bezig met het uitwerken van de laatste bijzonderheden'. Wat dat betekent, verduidelijkt de ambassade niet.

Niet alle geld van Koenders ligt nu ergens in Jakarta. 254.500 euro is naar de Nederlandse stichting Hivos gegaan, die met dat geld onder andere microkredieten heeft verstrekt. Meer dan duizend mensen in Rawagede en de omringende dorpjes hebben al gebruik gemaakt van zo'n kleine lening, en Hivos heeft 106.533 euro uitgeleend. Dat is tot nu toe echter alles wat er van de 850 duizend euro van Koenders na tweeënhalf jaar is aangekomen bij de bevolking.

Zorgvuldigheid kost dus tijd. Maar tijd is het enige wat de nabestaanden niet meer hebben. Voor Saih is het al te laat, en ook de weduwe Wisah is overleden. De resterende ondertekenaars van de klacht tegen Nederland zijn stokoud, gebrekkig, en voor een deel niet eens meer in staat de uitspraak van de rechtbank te begrijpen, welke dat ook moge zijn.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden