In Polen beslist God over de dood

De Poolse Zofia Lewicka (85) heeft zo veel pijn, dat het leven voor haar mag eindigen. Maar euthanasie is in het katholieke Polen bij wet verboden en sociaal niet aanvaard....

Jan Hunin

Ryszard Szaniawski, directeur van de Warschause hospice voor terminale kankerpatiënten, is honderduit aan het vertellen over het wel en wee van de palliatieve zorg in Polen, wanneer plots het woord ‘euthanasie’ valt.

‘Euthanasie, eu-thanatos, een goede dood’, vertaalt Szaniawski, waarna hij het gesprek over een andere boeg gooit.

In plaats van over waardig sterven – ‘waarover we in feite niets weten’ – wil hij het liever hebben over waardig leven. ‘Tot op het bittere einde. Zonder pijn, zonder viezigheid of stank, en als het even kan, met vrienden en familie erbij.’

Die voorwaarden worden met gemak vervuld in de hospice waar hij aan het hoofd staat. De kamers liggen er kraakhelder bij, de hulpverlening (psycho-oncologen incluis) is op en top professioneel en bezoekers worden niet weggekeken.

De kritiek op Nederland als euthanasieland zint Szaniawski (62) niet: ‘Wat geeft ons het recht de inwoners van een land waar zelfs de autowegen vrij zijn van idioten, de les te lezen?’ Hij kent Nederland goed. Voor hij in 1992 haast toevallig voor de kankerhospice ging werken, werkte hij als plantkundige in een Nederlands bedrijf.

Maar als het dan toch over euthanasie moet gaan, heeft Szaniawski, bioloog van opleiding, het liever over de financiële problemen waarmee de palliatieve zorg in Polen af te rekenen heeft. Zijn hospice, wellicht de beste van Polen, moet het net als soortgelijke instellingen zonder overheidsgeld stellen. Elke uitgegeven zloty komt van milde schenkers. Szaniawski: ‘Polen telt zestien bedden voor alzheimerpatiënten. Dat is voor mij euthanasiepolitiek.’

Pas wanneer het gesprek al een paar uur aan de gang is, laat Szaniawski zich in zijn piepkleine kantoor verleiden tot een duidelijke stellingname: ‘Als ik iemand hoor zeggen: ‘Niemand is God dat hij het leven mag wegnemen’, dan denk ik: ‘En wie is God dat hij iemand tot onmenselijk lijden mag veroordelen?’’

Toch is dat precies wat er nu gebeurt in Polen. Euthanasie is bij wet verboden. Ooit zal Polen wel het voorbeeld van Nederland volgen, gelooft Szaniawski, maar niets wijst erop dat verandering op til is. De tegenstanders van euthanasie (lees: de kerk) zijn machtig in Polen, weet hij uit ervaring. Nadat hij in de nieuwe vleugel van zijn hospice een oecumenische gebedsruimte had laten inrichten, weigerde de curie haar in te zegenen. Pas nadat de katholieke kerk een aparte kapel had gekregen kon de gebedsruimte in gebruik worden genomen.

Het verzet van de kerk tegen euthanasie verklaart Szaniawski door de bijzondere plaats die het lijden in de katholieke geloofsleer inneemt. ‘De lijdensweg van Jezus Christus wordt door de kerk als een voorbeeld gezien.’

De gevolgen voor een katholiek land als Polen laten zich raden. In de zeventien jaar dat hij directeur is heeft Szaniawski nog geen enkele patiënt om euthanasie horen vragen. ‘De hoop sterft als allerlaatste’, bevestigt een vrouw die in een van de kamers haar stervende man bijstaat.

Dat is zeker het geval bij Janina Rybak. De 83-jarige is in haar volautomatisch verzorgingsbed aan het bekomen van een beroerte. ‘Meneer’, zegt ze, ‘u kunt niet geloven hoe gelukkig ik ben. Mijn bed wordt een paar keer per week verschoond, en als het moet een paar keer per dag. Alles is hier dik in orde, het eten is lekker. Als iemand het tegendeel beweert, dan liegt hij.’

Haar toekomst ziet Rybak rooskleurig in. ‘Revalidatie is het sleutelwoord hier. Het is mijn plicht de fysiotherapeuten te helpen. Het leven is me lief, ik hoop weer te kunnen lopen.’

Zofia Lewicka, haar twee jaar oudere kamergenote en al evenmin van het klagerige type, ligt op het bed ernaast mee te luisteren. Net als Rybak heeft ze het hoofdeinde gedecoreerd met bidprentjes: ‘Ik heb een gelukkig leven gehad. Mijn man is altijd goed voor mij geweest. Hij was dorpshoofd in Piaseczno. Onze kinderen hebben een nette opvoeding gekregen. Mijn zoon is elektricien en mijn dochter weet van aanpakken. Ik heb zelf altijd op de boerderij gewerkt en mijn broer was bij de politie. Wat wil een mens nog meer?’

Eigenlijk vindt Lewicka dat het nu wel mooi is geweest. ‘Ik ben heel erg ziek, meneer. Ik heb het aan mijn hart en ik heb nog drie andere ziektes. Een operatie zou ik niet overleven. Het is een wonder dat ik nog leef. Toen ze die draden in mijn aders staken kon ik wel uit mijn bed springen van de pijn.

‘Ik zal u iets bekennen: ik zou willen sterven. Zeker weten. Maar dat kan ik mijn kinderen niet aandoen. Ze zouden door de grond zakken van schaamte’, zegt ze.

Volgens de verpleegsters in de personeelsruimte is Lewicka allesbehalve een uitzondering. Veel patiënten zouden uit het leven willen stappen, al wordt het woord euthanasie zelden in de mond genomen. ‘Iedereen verwoordt het op zijn eigen manier’, legt een van de verpleegsters uit. ‘Heb medelijden met mij, ik wil niet meer afzien.’

Zoals Zofia Lewicka, of zoals de veel jongere Justyna Sluszarczyk een paar kamers verderop, die na vier chemokuren – ‘een vijfde zou ik niet meer overleven’ – beseft dat ze ten dode is opgeschreven. Tussen de morfinedoses door houdt ze zich bezig met het breien van sokjes. Op haar nachtkastje heeft ze een echo staan van haar toekomstig kleinkind.

Over euthanasie heeft Sluszarczyk geen uitgesproken mening. Maar vrije keuze vindt ze wel belangrijk. Ze heeft gehoord van patiënten die in Warschau van de pijn uit het ziekenhuis zijn gesprongen. Het is een moeilijk onderwerp, zucht ze.

De enige met een pasklaar antwoord is Tomasz Malkinski, de aalmoezenier van de hospice. In vol ornaat paradeert hij door de gang. Hij is zijn zieke patiënten net de communie komen brengen.

Malkinski heeft net gehoord dat na Nederland, België en Zwitserland nog een ander Europees land (Luxemburg) het licht op groen heeft gezet voor euthanasie. De morele afrekening zal streng zijn, voorspelt hij. ‘Het begin en het einde van het leven zijn heilig. Daar hebben wij niet over te beslissen. Dat is een zaak van God de Heer, of je gelovig bent of niet.’

Dat sommige patiënten daar anders over denken, kan hij hun niet kwalijk nemen: dat is het gevolg van de medicijnen die ze krijgen. ‘Als ze gezond zouden zijn, zouden ze anders spreken.’

Bij het afscheid draait hij zich nog even om in de lange gang. ‘Lang leve het leven!’, zegt hij terwijl hij zijn arm opsteekt. En dan, na enige aarzeling: ‘Lang leve Nederland!’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden