In Pakistan vrezen gelovigen blasfemiewet

Een 72-jarige man wacht in zijn cel, beschuldigd van godslastering. Hij kan de doodstraf krijgen. Waarom is hier niemand die voor hem wil getuigen?

LAHORE - De problemen van Masood Ahmad begonnen toen twee mannen zijn homeopathische kliniek bezochten en terloops naar zijn geloof vroegen. Hij dacht dat ze gewoon nieuwsgierig waren. Het bleken militante moslims te zijn en ze hadden verborgen opnameapparatuur bij zich.


Een paar uur na de ontmoeting verschenen er politiemannen bij de kliniek. Ze speelden de band af waarop Ahmad uitleg gaf over de leerstellingen van de Ahmadiyyabeweging, een geloofsgemeenschap binnen de islam. De voornaamste stromingen in de islam verwerpen de grondbeginselen van deze minderheidsgroep, omdat zij betwist dat Mohammed de laatste profeet is. Masood Ahmad werd beschuldigd van blasfemie, een verdenking die kan leiden tot de doodstraf.


De 72-jarige Ahmad, decennia geleden vanuit Groot-Brittannië naar zijn geboorteland Pakistan teruggekeerd, werd deze maand gearresteerd en zit vast in afwachting van zijn proces. Het kan maanden, zelfs jaren duren voordat hij voor de rechter wordt gebracht.


Amad is niet de enige. Vorige week veroordeelde een Pakistaanse rechtbank een 69-jarige Brit van Pakistaanse afkomst ter dood vanwege godslastering. Hij lijdt aan een ernstige vorm van schizofrenie en zou zichzelf hebben uitgeroepen tot profeet.


De Pakistaanse blasfemiewet wordt een steeds krachtiger wapen in de handen van islamitische extremisten. Fanatici grijpen de wet aan om leden van kleine religieuze groeperingen in de val te laten lopen en soms te vermoorden. Ze hebben een klimaat van angst geschapen, waarin huiverige rechters zittingen organiseren in gevangenissen en getuigen voor de verdediging buiten de deur worden gehouden.


'Er spelen steeds meer blasfemiezaken', zegt I.A. Rahman, mensenrechtenactivist in Pakistan. 'Extremistische organisaties gaan de straat op, de rechters zijn bang. De regering doet niets.'


Ook Human Rights Watch hekelt de gebrekkige bescherming van minderheden in Pakistan. Volgens de mensenrechtenorganisatie is misbruik van de blasfemiewet wijdverbreid en wordt de wet ingezet tegen religieuze minderheden, niet zelden om een persoonlijke rekening te vereffenen.


Taliban

Het ministerie van geloofszaken in Islamabad geeft geen commentaar. Een zegsman van Jamiat Ulma-el-Islam, een organisatie die nauwe banden heeft met leiders van de Afghaanse Taliban, ontkent dat de wet wordt misbruikt. Als er geweld wordt gebruikt, hebben slachtoffers dat volgens hem over zichzelf afgeroepen.


Vorig jaar zijn 34 personen beschuldigd van godslastering, meldt de Pakistaanse mensenrechtencommissie. In 2012 waren dat er 27. Volgens Human Rights Watch verblijven zeker 16 veroordeelden in de dodencel en zitten er 20 een levenslange celstraf uit.


De wet op de godslastering werd in de jaren tachtig, onder het bewind van de militaire dicator Mohammed Zia ul-Haq, ingrijpend gewijzigd. De doodstraf werd toegevoegd en alleen belediging van de islam werd strafbaar.


De meeste van Pakistans 180 miljoen inwoners zijn soennieten, die het geweld van extremisten afkeuren en hun afkeer van religieuze minderheden niet delen. Toch zeggen leden van minderheden, onder wie sjiieten, dat een kleine ruzie er al toe kan leiden dat ze in de cel belanden op grond van een verzonnen geval van godslastering.


Abbas Kamaili, een vooraanstaande sjiitische geestelijke, zegt dat hij voor een blasfemiewet is, maar dat radicale soennieten de Pakistaanse versie misbruiken; zij zouden eropuit zijn de sjiieten uit het land te verdrijven.


Tariq, een christen, zit ondergedoken sinds hij beschuldigd is van godslastering. De aanklacht komt volgens hem voort uit een ruzie. Klanten die vuurwerk bij hem hadden gekocht waren ontevreden. Hij weigerde excuses aan te bieden. Toen vertelden zij de politie in Lahore dat hij bladzijden uit een koran in het vuurwerk had gestopt. Hij wil in het buitenland asiel aanvragen.


De twee jonge mannen die Ahmad in zijn kliniek in de val lokten, behoren volgens de politie tot een verboden militante groep, Lashkar-e-Taiba. Deze organisatie beschouwt ahmadiyya's (leden van de beweging) als ketters. Pakistan liet in 1974 in de grondwet opnemen dat ahmadiyya's zich geen moslim mogen noemen.


Mensen uit de omgeving van Ahmad zeggen dat hij zijn geloofsovertuiging nooit uitdroeg. De politie moet sinds vorig jaar beschuldigingen van blasfemie goed onderzoeken, maar heeft hen nooit iets gevraagd. Buren van Ahmad durven niet voor hem te getuigen.


Kapper Mohammed Ershad noemt Ahad een 'ware gentleman'. 'Maar niemand wil iets zeggen. Iedereen wil zichzelf redden.' De eigenaar van een nabijgelegen kopieerwinkel zegt dat hij Ahmad al dertig jaar kent. 'Niemand wil op de dodenlijst van de mullahs terecht komen. Niemand is veilig.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden